Máximaal
Sinds één decennium woont Máxima in Nederland. Tien jaar geleden verhuisde ze “van de pampa’s naar het glazen huis”, zoals de Amsterdamse burgervader het verwoordde tijdens de huwelijkssluiting. Máxima zou door het leven gaan als prinses, waarbij Jan en alleman haar doen en laten kritisch tegen het licht houden. Zo was haar uitspraak “dé Nederlander bestaat niet” een beetje dom en haar spijkerjasje te gewoon.
In tien jaar tijd zagen we Máxima bij tal van activiteiten over de hele wereld. Ze bezocht achterstandswijken, evenals het Witte Huis, reisde van Caïro naar Amersfoort, praatte met Angela Merkel en kansarme ondernemers. Tussen de minima en de maxima presenteerde ze zich als een waardig ambassadeur van Nederland. Of ze nu taart serveerde in het bejaardenhuis, conferentiebezoekers in New York toesprak, toekeek hoe de Antilliaanse vlag werd gestreken of lesgaf aan basisschoolkinderen.
En dan was daar opeens de Suzuki Swift, die op wrede wijze de Koninginnedag in Apeldoorn verbrak. Een zwarte bladzijde in de afgelopen tien jaar. Máxima ging langs bij de getroffen families, haar medeslachtoffers.
Exact een jaar na de dramatische gebeurtenissen stond ik achter de dranghekken. Met Zeeuws snoepgoed, voor Máxima. De sfeer was gespannen, het was koud en het regende. Maar Máxima riep: „Wat zijn dat? Babbelaars! Jaaaaa, lekkere babbelaars!” Ondanks haar veelzijdige en verantwoordelijke job was ze nog altijd de spontane vrouw van tien jaar geleden, waarvoor mijn royale en Máximale compliment.
ps: en ook lekker rechts!
Kleinste man in rugzak de wereld over