Column: Morgen terugbellen
Als pleegzorgwerker word ik verondersteld alles te weten. Echter, ik weet niet alles. Dus dan vraag ik het na. Zo bel ik met de sociale dienst over de verzekering van een 18-jarige jongen, een van mijn cliënten. De vrouw die ik aan de lijn krijg, is kort van stof. Ze is niet bereid mij antwoord te geven. „Wij zijn bereikbaar tussen tien en twaalf. U kunt nu echt niet meer bellen.” Een vluchtige blik op mijn horloge vertelt mij dat het tien over twaalf is. Ik ben een beetje onthutst. Ik heb nu toch iemand aan de lijn en waarom anders geen voicemail? De mevrouw spreekt mij nogmaals streng toe en wil dat ik morgen tijdens de juiste uren terugbel.
Enigszins overrompeld mompel ik dat ik morgen dan wel terugbel. Helaas zie ik in mijn agenda dat ik morgen andere afspraken heb rond dat tijdstip en dat ik dan toch echt moet weten hoe mijn cliënt verzekerd is. Net voordat ik het gesprek afsluit, noem ik dit even kort. „Oh, bent u van een hulpverleningsinstantie? Zegt u dat dan”, zegt de mevrouw opeens een stuk vriendelijker. Ik kan mijn vraag stellen en binnen enkele minuten krijg ik het antwoord.
Wat moet ik hier nu mee? Blij zijn dat ik tot de hulpverleners behoor en voor mij deuren opengaan die voor anderen gesloten blijven? Nee, ik vind het een schande. Als die jongen zelf had gebeld, had hij geen antwoord gekregen. Alsof ik meer rechten heb dan de persoon in kwestie. Als wij in Nederland vinden dat mensen zelf hun zaken moeten regelen, dan graag iets meer respect en gelijkwaardigheid alstublieft.
Kleinste man in rugzak de wereld over