Antwoorden zomerquiz
Van de zomer stond er elke week een quizvraag op punt uit. Stuurde je de acht quizvragen in, dan maakte je kans op een antislipcursus, een uur Segway rijden of een uur quad rijden. De winnaar van de quizwedstrijd is Janneke Eikelboom (15) uit Terneuzen. Hieronder staan de goede antwoorden in rood weergegeven.
Aflevering 1: Biologie
Een rijke zakenman sterft. Hij heeft twee nabestaanden: een dochter en een neef, de zoon van zijn broer. Er meldt zich een man die zegt een kind van de zakenman te zijn; zijn moeder was diens maîtresse. Om zekerheid te krijgen wordt een DNA-test gedaan. Wie moet er, naast de onwettige zoon, tevens worden getest?
A. De maîtresse
B. De dochter van de zakenman
C. De zoon van de broer van de zakenman
Hoe logisch het ook is om te kiezen voor de dochter van de zakeman, het goede antwoord was C. Uitleg: Alle mannen hebben een Y-chromosoom. Een vader geeft het Y-chromosoom onveranderd door aan zijn zoon. Dat betekent dat zowel de overleden zakenman als zijn broer hetzelfde Y-chromosoom heeft. En de zoon van de broer van de zakenman moet dit Y-chromosoom ook weer van zijn vader hebben gekregen. Als zijn uitspraak juist is, heeft de zogenaamde zoon van de zakenman dus hetzelfde Y-chromosoom als de zoon van de broer van de zakenman.
Aflevering 2: Geschiedenis
Aan het einde van de middeleeuwen werden de Nederlanden verscheurd door:
A. oorlog tussen Kaninefaten en Bataven
B. twisten tussen Hoeksen en Kabeljauwsen
C. rellen tussen Friezen en Brabanders
D. rooftochten van Vikingen en Duitsers
Aflevering 3: Nederlands
Hoe leg je buitenlanders uit wanneer je ”de” en wanneer je ”het” voor een woord zet?
A. Je kunt aan de laatste letters van een woord zien of er ”de” of ”het” voor moet staan. Het is dus een kwestie van stampen.
B. ”De” gebruik je voor concrete objecten, zoals boom en fiets. ”Het” gebruik je voor verkleinwoorden en al het vagere, zoals verhaal en sarcasme.
C. Dat kun je niet uitleggen, dat moet je leren.
Aflevering 4: Natuurkunde
Er ligt een groot gewicht op een opgeblazen binnenband die in het water drijft. Wat gebeurt er als je datzelfde gewicht onder aan die binnenband hangt?
A. De binnenband komt hoger in het water te liggen.
B. De binnenband blijft op hetzelfde niveau.
C. De binnenband zakt dieper in het water.
D. De binnenband zinkt naar de bodem.
Tip: denk aan verhouding zwaartekracht en opwaartse kracht in combinatie met het volume van de band en/of het gewicht.
Het goede antwoord is A. In beide situaties blijven object plus band drijven en is de opwaartse kracht dus gelijk aan de zwaartekracht. De zwaartekracht is in beide gevallen hetzelfde en dus is ook het volume van het verplaatste water in beide gevallen hetzelfde. Met het object bovenop de band wordt al dit water verplaatst door de band alleen. Met het object onder de band wordt er zowel water verplaatst door het object als door de band. Daardoor hoeft er door de band minder water verplaatst te worden en komt deze dus hoger in het water te liggen.
Aflevering 5: Engels
Welke zin klopt?
A. A tutor who tooted a flute tried to tutor two tooters to toot. Said the two to their tutor, „Is it harder to toot or to tutor two tooters to toot?"
B. A tutor that tooted a flute tried to tutor two tooters to toot. Said the two to their tutor, „Is it harder to toot or to tutor two tooters to toot?"
C. A tutor that tooted a flute tried to tutor two tooters to toot. Said the two to there tutor, „Is it harder to toot or to tutor too tooters to toot?"
Aflevering 6: Godsdienst
Je wilt weten hoe de val van Jeruzalem ten tijde van Nebukadnezar verliep. In welk Bijbelboek vind je de meeste informatie?
A. 2 Kronieken
B. Jesaja
C. Jeremia
D. Obadja
Aflevering 7: Scheikunde
De koper van een roze hortensia zit met een probleem. Zijn heester is verkleurd. Na verloop van tijd werd zijn hortensia blauw. Wat is de reden?
A. De plant kreeg te veel kalium toegediend uit meststoffen.
B. De plant kreeg te weinig kalium toegediend uit meststoffen.
C. De plant is in aarde gezet met een lage pH (zuurgraad).
D. De plant is in aarde gezet met een hoge pH.
Antwoord C is juist. De kleur van Hortensia’s is afhankelijk van de zuurgraad van de bodem. Staan de planten in grond met een neutrale pH waarde (niet zuur, niet kalkrijk) of in kalkrijke grond, dan zullen de bloemkleuren in het algemeen rood, roze of wit zijn. Staan de planten in zure grond (met een lage pH-waarde) dan zullen de bloemkleuren blauw zijn/worden.
Aflevering 8: Wiskunde
De ark is gebouwd in de verhoudingen van:
A. De stelling van Pythagoras.
B. De stelling van Euler.
C. Het lemma van Fatou.
D. De gulden snede.
Kleinste man in rugzak de wereld over