Bijbelrooster zondag 12 t/m zaterdag 18 februari
Elke week besteedt Puntuit aandacht aan Bijbelstudie rond een bepaald onderwerp. Deze week is het thema “Vrucht dragen”.
Zondag 12 februari Psalm 1 Ben jij een vruchtbare boom?
Psalm 1:3 „Hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.”
„Een boom van een kerel!” Dat zeg je, als je een grote, sterke vent tegenkomt. Maar als Psalm 1:3 zegt: „Hij zal zijn als een boom”, betekent dat iets anders. Ook dat gaat over een mens. Niet over een krachtpatser. Maar over iemand „die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op de weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters” (Psalm 1:1). Zo iemand bedenkt geen smerige plannen met de booswichten. Hij of zij ‘versiert’ het levenspad niet met het voortdurend samen met andere kwaaddoeners plegen van allerlei zonde.
Zo’n vijand van het kwaad „zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken”. Bloemen, planten, bomen hebben water nodig. Zo heeft iemand die „niet wandelt in de raad der goddelozen” de vernieuwende kracht en invloed, nieuw leven nodig van de Heere Jezus. Zonder Hem leef je hooguit een beetje wettisch; of de zonde blijft je de baas. Wat zei de Zaligmaker tegen de Samaritaanse vrouw? Ik kan jou levend water geven (Johannes 4:10). De Zaligmaker is Zelf dat nieuwe leven, dat levende water. Hij zei tijdens het loofhuttenfeest in Jeruzalem: „Zo iemand dorst, die komen tot Mij en drinke” (Johannes 7:37).
Jeremia spreekt ook over iemand die „zal zijn als een boom die aan het water geplant is en zijn wortels uitschiet aan een rivier” (Jeremia 17:8). Over wie gaat dat? Over „een man die op de HEERE vertrouwt.” Wie „niet wandelt in de raad der goddelozen” ontvangt niet slechts het levende water van Christus. Hij draagt ook vrucht door de Zaligmaker. Jezus zei het Zelf: „Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht” (Johannes 15:5). Wie door genade diep, oprecht op Hem leert vertrouwen „houdt niet op van vrucht te dragen” (Jeremia 17:7).
Wat is vrucht dragen? Die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Zij vertonen iets van de vrucht van de Heilige Geest: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid (Galaten 5:22,24). En de mens die leeft door Christus –vroeger als een zondaar–, groeit als een palmboom. Zo iemand draagt zelfs vruchten in de grijze ouderdom. Dat wil zeggen: hij verkondigt, dat de HEERE recht is” (Psalm 92:13,16). Ben jij een vruchtbare boom?
Maandag 13 februari Mattheüs 3:1-10 Aan vrucht dragen gaat bekering vooraf.
Matthéüs 3:8: „Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.”
Als je de HEERE vreest, geldt jou, dat je „zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd” (Psalm 1:3). Dan bedenk je niet samen met zondige booswichten duivelse plannen. Als je werkelijk van Christus bent, vertoon je iets van de vrucht van de Heilige Geest: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid (Galaten 5:22,24). Maar hoe kom je tot zo’n vrucht dragende levenshouding? Door bekering! Zo leer je je afkeren van het kwaad en je toewenden naar God.
„Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig” (Matthéüs 3:8), zei Johannes de Doper. Dus voor hem was vrucht dragen een gevolg van bekering. Wat is dat, bekering? De profeet Jesaja wees Israël en Juda op hun zonden (Jesaja 3:14,25). Toch kondigde hij ook een Verlosser aan. Voor wie? Voor hen „die zich bekeren van de overtreding in Jakob” (Jesaja 59:20). Koning Salomo bad bij de inwijding van de tempel of de Heere naar Israël wilde horen, als het volk zich, gekweld door vijanden, tot God zou bekeren (1 Koningen 8:33).
Bekering is dus: zich afwenden van overtreding, zonde. Bekeren is ook: zich naar God toewenden. Het zich omkeren tot een nieuwe leven in gehoorzaamheid aan God, is niet minder belangrijk, dan het afzweren van de zonde. En het Nieuwe Testament gebruikt dan voor het begrip bekeren een woord dat duidt op verandering van gedachten; berouw; boetvaardigheid; het verkrijgen van beter inzicht; inkeer. Wie zegt een nazaat van Abraham te zijn, moet zich net zo godvruchtig gedragen als Abraham, zei de Heere Jezus (Johannes 8:30). Zo laat degene die bekeerd is, dat zien in de vruchten, zijn doen, laten en denken (Matthéüs 3:8).
Nog één keer: Hoe kom je tot zo’n levenshouding? Hoe kom je aan bekering? Dat gebeurt als je in contact komt met gezanten van de Zaligmaker en ook met de Heere Jezus Zelf. Zoals de herder het verloren schaap zocht, vond en terugbracht naar de kudde (Lukas 15:4). En zoals de verloren zoon in den vreemde zei: „Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u” (Lukas 15:18). Pas op! Als je géén goede vrucht voortbrengt, word je „uitgehouwen en in het vuur geworpen” (Matthéüs 3:10).
Dinsdag 14 februari Johannes 15:1-8 Vrucht dragen: alleen door een waar geloof in Christus.
Johannes 15:5: „Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht.”
Het Oude Testament gebruikt voor het volk Israël telkens het beeld van de wijnstok (Psalm 80:9, Jesaja 5:1,2, Jeremia 2:21, Ezechiël 15). De vruchten van die heester met ranken heten druiven. En de gedachte dat de Joden de belichaming vormden van die edele wijnstok had diep wortel geschoten in het volksbewustzijn. De Makkabeeën verzetten zich in de eerste twee eeuwen tegen de Syrische overheersing. Die ‘opstandelingen’ kregen zoveel macht, dat ze hun eigen munten sloegen. Typerend voor die munten was het beeld van de wijnstok. En dat stond voor Israël.
Maar Jezus zei: „Ik ben de wáre Wijnstok” (Johannes 15:1). De Zaligmaker typeerde Zijn discipelen en alle volgelingen die in Hem geloofden als ranken. Wie, als rank, „in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht” (Johannes 15:5). Dus als je door het geloof zo’n hechte band hebt met Christus, kan er sprake zijn van vrucht dragen. Hoe breng je zo’n levenshouding in praktijk? Door dagelijkse omgang met God, Zijn Woord en de Zaligmaker. Hoe doet je dat? Door bijbellezen en gebed! „O ja”, zeg je: „Af en toe even bidden.” Nee: Een biddend leven leiden!
De Heere Jezus noemde ondertussen Nathanaël „een Israëliet, in welke geen bedrog is” (Johannes 1:48). Hij zei ook dat niet iedereen zalig wordt die een beroep op Hem deed met de woorden ”Heere, Heere!” Ze zeiden: „We hebben toch in Uw Naam geprofeteerd?” Maar Hij zei: „Ik heb u nooit gekend” (Matthéüs 7:22,23). Waaraan kun je dat ware geloof en dat schijngeloof onderscheiden? „Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distels?” (Matthéüs 7:16).
Jezus ontving tollenaars en zondaars. Hij at met hen (Lukas 15:1,2). Leerde jij ook met je zonden en schuld, als een failliet, veroordeeld mens tot Hem toevlucht te nemen? Dan ga je Hem en Zijn heilzame geboden gehoorzamen. Uit liefde. Jezus zei: „Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebied” (Johannes 15:14).
Er zijn ook mensen wiens geloof niet meer is dan wat schijn. Ze willen graag naar de hemel. Maar hier op aarde willen ze hun eigen zin blijven doen. Beide categorieën staan te boek als ranken van de wijnstok. Maar aan de ranken van de zondige hartstochten van de schijngelovige hangen waardeloze, dode vruchten.
Woensdag 15 februari Mattheüs 7:13-23 Onvruchtbaar? Verloren!
Matthéüs 7:19: „Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.”
Jesaja sprak over de wijngaard van de Heere Jezus Christus. God verwachtte goede druiven. „Maar hij heeft stinkende druiven voortgebracht” (Jesaja 5:2). Hing er inderdaad een onaangename geur om die druiven? In elk geval waren ze onrijp, of zuur, of wild, of wrang. Maar niet om te eten! Dus van geen waarde. De profeten beschreven in het Oude Testament menselijke activiteiten vaak als vruchten. Deze wijngaard, het volk Israël, deed het niet goed. Het leefde niet in overeenstemming met Gods heilzame geboden. Dat was catastrofaal.
Vrucht dragen heeft te maken met het doen van goede werken (Kolossenzen 1:10). Goede werken spruiten voort uit echt, zaligmakend geloof. Zij richten zich op de wet van God. Je wil God dienen en in je doen en laten Hem eren. Het is niet best als mensen geen vrucht dragen. Wie niet als een rank van de Wijnstok Christus goede vrucht draagt, die neemt Hij weg. De rank verdort en wordt in het vuur gegooid (Johannes 15:2,6). Ook „iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen” (Matthéüs 7:19).
Als je –oud of jong– ondanks alle aandrang op bekering volhardt in een levenswandel die niet overeenkomt met Gods liefdewet, stort je je daarmee voor eeuwig in het ongeluk. God liet ook voor jou het Evangelie preken. Negeer die boodschap niet. Zoals de dienstknecht het van z’n heer verkregen talent begroef. Anders hoor je straks ook: „Werpt de onnutte dienstknecht uit in de buitenste duisternis (Matthéüs 25:30). Dat is de hel. Die bestaat echt! Daar hoef je niet aan te twijfelen. Het is hoog tijd om haast te maken met het zoeken van de Heere.
De Heere Jezus, de grote Wijngaardenier, laat het Evangelie preken. De zaaier gaat nog altijd uit om te zaaien. Valt het in goede aarde? Of is je hart nog altijd gelijk aan een steenachtige plaats? (Matthéüs 13:8,5). Erg hè, als dat zo is? Maak er werk van! Toen de Heere Jezus voor Jeruzalem stond, riep Hij: Hoeveel keer heb Ik je al willen bijeenbrengen, zoals een kip haar kuikens onder haar vleugels vergadert” (Lukas 13:34). Geldt het ook van mij en jou dat wij niet willen? Ja! Toch zegt Hij: Ik ben „niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden” (Lukas 9:56).
Donderdag 16 februari Johannes 12:20-26 Vrucht dragen is een stervend leven leiden.
Johannes 12:24: „Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft het alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.”
Het liep tegen Pasen. De Heere Jezus ging naar Jeruzalem. Talloze feestgangers hosten om Hem heen. Want die Jezus, dat was er toch Eén! Hij genas zieken (Johannes 4:50). Hij liep in de duisternis over de zeespiegel (Johannes 6:19). Hij wekte nota bene doden op. Zoals Lazarus! (Johannes 11:43). Ongelooflijk. Tal van Joden wilden Hem Koning maken. En toen kwamen er ook nog wat Grieken. Heidenen misschien. Of mensen die zich waren toegetreden tot de Joodse godsdienst. Die wilden Jezus ook wel eens zien (Johannes 12:20).
Maar de Zaligmaker kwam niet om bovenmate geëerd of gediend te worden. Hij had een opdracht te vervullen. Maar anders dan die aards denkende mensen dachten. Jesaja zei al van Jezus dat Hij als koning „de pers alleen heeft getreden” (Jesaja 63:3). Hij verloste Zijn volk van duivelse onderdrukkers. En toen de profeet zei: „De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem” (Jesaja 53:5) wees hij op Jezus’ priesterlijke taak. De Heere Jezus moest niets hebben van die horizontale heisa en glorie. Zijn bitter lijden naderde!
De Heere Jezus vergeleek Zichzelf met een graankorrel. En „indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft het alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort” (Johannes 12:24). In Zijn bitter lijden en sterven droeg de Zaligmaker Gods gericht en vloek over de zonde van Zijn volk (Johannes 19:3; Romeinen 4:25). Brengt Jezus je dan geen eer, roem, carrière, of niveau? Nee. Wie Christus dienen en volgen wil, moet rekenen op vervolging (Johannes 15:20; Matthéüs 5:11)
Soms denk je: Dat gaat voor eeuwig verkeerd. Ik ellendig mens. Ik val mijzelf zo tegen (Romeinen 7:24). Als je zie op het tekort en gebrek in het vrucht dragen voor God, in goede werken, dan raak je moedeloos. En je zegt: „Waartoe beslaat hij ook langer nutteloos de aarde?” (Lukas 13:7). Je denkt: „Ben ik een vruchtbare boom? Geplant aan waterbeken?” Je kunt af en toe bijna niet meer kan geloven dat er water is. Maar juist in die volstrekte verlorenheid is er plaats voor het spreken van de Zaligmaker. „Uw vrucht is uit Mij gevonden” (Hoséa 14:9). En als je Zijn stem hoort, gloort er weer licht. Vrucht dragen is een stervend leven leiden. Om zo het goede te leren doen.
Vrijdag 17 februari Hosea 14 Een Ander zorgt voor vruchten.
Hoséa 14:9: „Uw vrucht is uit Mij gevonden.”
Je zal toch van de heilige God de opdracht krijgen met een hoer naar bed te gaan (Hoséa 1:1-3)! Dat is verschrikkelijk voor iemand die God lief heeft, zoals een profeet. Want het is in strijd met Gods liefdewet! Waarschijnlijk heeft Hoséa dit in een visioen beleefd. Maar de namen die Hoséa moest geven aan de uit de relatie met die prostitué geboren kinderen hadden een boodschap. Het volk scheen straffeloos Baäl en het gouden kalf te dienen. Maar God ging gericht uitoefenen over dat zondige volk.
Over welk volk ging het? Over Efraïm en Juda (Hoséa 5:14). Het rijk van de tien en dat van de twee stammen van Israël. De profeet waarschuwde Efraïm. De Assyriërs zouden het land veroveren en de tien stammen in ballingschap voeren (Hoséa 11:5). Was het daarmee afgelopen? Was er dan geen genade meer? Ja, tóch! Hoséa zei het ’t volk als het ware voor. „Zeg tot Hem (God): Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede” (Hoséa 14:3). De profeet drong bij Efraïm aan op gebed en berouw.
Dat gebed moest wel oprecht uit het hart komen. Als het volk zich zó tot de HEERE zou wenden, zou Hij horen. „Mijn toorn is van hem gekeerd” (Hoséa 14:5). Dan zouden de olijfboom, het koren en de wijnstok weer vrucht dragen. Maar de HEERE beloofde dat óók Efraïm goede vruchten zou voortbrengen: geloof en boetvaardigheid. En ze zouden leren leven in overeenstemming met Gods heilzame liefdegeboden (Hoséa 13:15).
Hoe kwam Efraïm aan dat nieuwe leven? „Uw vrucht is uit Mij gevonden” (Hoséa 14:9). Efraïm droeg een betekenisvolle naam. Die had te maken met: vruchtbaar zijn, of vruchtdrager. Maar met Efraïms zondige vruchten, was het gedaan: „Uw vrucht is uit Mij gevonden.” Dus een Ander zorgde voor de vruchten. Hij stond in voor de nieuwe gehoorzaamheid van Efraïm. De beloofde Messias zou in Efraïms plaats Gods gericht over zijn zonde dragen. Hij nam hun vloek weg (Johannes 19:3; Romeinen 4:25). Hij zorgde Zelf, door Zijn Woord en Geest, voor boetvaardigheid (Johannes 16:8). Als gave. Om uit te delen.
„Komt en laat ons wederkeren tot de HEERE… en Hij zal ons genezen” (Hoséa 6:1). Geldt dat alleen voor de individuele Israëlieten uit het rijk van de tien stammen? Nee toch! God verandert nooit. Hij blijft Dezelfde.
Zaterdag 18 februari Exodus 13:1-10 Denk je dat de oogst vanzelf groeit?
Exodus 13:5: „Een land vloeiende van melk en honig.”
De Egyptische farao verdrukte het volk Israël. God beloofde het te verlossen van de Egyptenaren en het „naar een goed en ruim land op te voeren, naar een land, vloeiende van melk en honing” (Exodus 3:7,8). Toch staat er niet in de Bijbel dat de Israëlieten veel tot God baden. Gods genade komt altijd van één, van Zijn kant! En de HEERE zei: „Ik heb zeer wel gezien de verdrukking van Mijn volk.” Zo gaat dan nog. Als jij finaal vastloopt in je leven, kan God nog uitkomst geven. Of durf je dat ontkennen?
Wat betekent die uitdrukking „een land, vloeiende van melk en honing” eigenlijk (Exodus 13:5)? Het ging Mozes natuurlijk niet alleen om zuivelproducten of om de suikerhoudende opbrengst van honingbijen. De uitdrukking duidt op alle soorten van zegen. De Israëlieten waren in hun bestaan afhankelijk van de natuur. Van de vrucht van het land, van de oogst. Want van fabrieken en industrie was geen sprake.
Het Oude Testament gebruikte dus het begrip „Een land vloeiende van melk en honig” vaak in agrarische zin. „Is er een hand vol koren in het land… de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon” (Psalm 72:16): het zaad zal overvloedig opkomen. Het Nieuwe Testament gebruikt de uitdrukking vrucht dragen ook om verschil aan te geven tussen ware en schijngelovigen. Wie de HEERE vreest, draagt vrucht (Johannes 15:2). Dan haat je kwade ranken, maar heb je Gods wet lief” (Psalm 119:113).
Melk en honing ‘groeien’ niet vanzelf! Ook de vrucht van het land, de oogst, komt van één, van Gods kant! Dat begon in het Paradijs. God zei: „Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard.” (Genesis 1:11). Er ging direct al iets mis! Eva en Adam aten van de door God verboden vrucht (Genesis 3:6). Daardoor kwam de vloek over de aarde (Genesis 3:7). Dus het is een wonder dat er nog elk jaar geoogst kan worden. Vrucht dragen is een onverdiende zegen van de Heere.
Wij maken zoveel plannen. Wij letten op de weerberichten. Wij weten veel. Mogelijk zeg je: „Wij hebben kunstmest, beregeningsinstallaties en landbouwwerktuigen. Niet zo somber hoor!” Toch brengt God in Deuteronomium 28 Zijn volk en jou en mij de boodschap van zegen en vloek. Hij zorgt voor het vrucht dragen.
Kleinste man in rugzak de wereld over