Bijbelrooster zondag 19 t/m zaterdag 25 februari

>> 17-02-2012 | 15:10 | Puntuitredactie <<
 

Elke week besteedt Puntuit aandacht aan Bijbelstudie rond een bepaald onderwerp. Deze week is het thema ”Openbaren”.


Zondag 19 februari 1 Samuël 9 De HEERE openbaart geheimen

1 Samuël 9:15: ”Want de HEERE had het voor Samuëls oor geopenbaard, een dag eer Saul kwam.”

Saul was een knappe kerel. De moeite waard om naar te kijken. Van goede komaf. Schoon (1 Samuël 9:2). Echt iemand om koning te worden. Zelf haalde hij zich zoiets niet in het hoofd (1 Samuël 9:21). Hij hielp z’n vader. Zo hoort het. De ezelinnen van pa waren weggelopen. Saul ging op zoek. Samen met ’n knecht. Saul kwam in het land van Zuf (1 Samuël 9:5). Daar lag Rama. In die stad woonde Samuël (1 Samuël 7:17): een ziener.

Het Hebreeuwse woord duidt op een profeet, die door de verlichting van Gods Geest dingen weet, die mensen meestal niet weten. De knecht haalde Saul over Samuël te bezoeken. Wonderlijk! God had al lang besloten dat het zo moest gaan. Samuël moest Saul tot vorst zalven (1 Samuël 9:16). De oudsten waren nota bene al uitgenodigd voor een offermaaltijd (1 Samuël 9:13).

Samuël wist dat hij Saul moest zalven. Al voor de ontmoeting met Saul had hij een groot stuk vlees apart gelegd (1 Samuël 9:23). ”Want de HEERE had het voor Samuëls oor geopenbaard, een dag eer Saul kwam” (1 Samuël 9:15). Dat woord openbaren betekent eigenlijk: onthullen. De HEERE had aan de profeet een groot geheim onthuld. En God toonde daarmee dat Hij alle dingen regeert, ook het verloop van de geschiedenis. Hij openbaarde dat Hij niet alleen de Schepper was van Zijn volk, maar ook de heilige en genadige Onderhouder.

Openbaren, geheimen ontraadselen en onthullen, dat doet God! Je vindt dat woord in deze betekenis ook op andere ogenblikken in de Bijbel. Koning Nebukadnezar droomde. De droom had hem geshockeerd. Hoewel hij de inhoud was vergeten. Daniël mocht Nebukadnezar zowel de inhoud van die droom als de betekenis ervan uitleggen. Zeg maar gerust: onthullen. Toen antwoordde de koning: ”Het is de waarheid, dat ulieder God een God der goden is, en een Heere der koningen, en Die de verborgenheden openbaart” (Daniël 2:47).

God kan nog steeds zulke dingen doen! Aan een kind van God door Zijn Woord onthullen dat een broeder in nood zit. Die heeft niet de moed en de macht zichzelf te helpen. Hij bidt om uitkomst. De Heere bestuurt het zo, dat zulk contact op het juiste ogenblik tot stand komt. Net als tussen Saul en Samuël. De God van Samuël leeft nog!


Maandag 20 februari Psalm 98 De HEERE openbaart gerechtigheid

Psalm 98:2: ”De HEERE heeft Zijn heil bekend gemaakt; Hij heeft Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der heidenen.”

Ken jij een anonieme dichter? Nee, natuurlijk niet! Anders zou zo iemand niet langer anoniem, naamloos zijn. Niemand weet ook wie de dichter van Psalm 98 is. De Statenvertaling typeert hem in de inleiding op die psalm als profeet. De serie psalmen van 93 tot en met 100 vertoont inderdaad een beetje overeenkomst met Jesaja 40 tot 66. Die profeet voorzag in deze hoofdstukken het heilrijke, wereldwijde optreden van de Messias. Zo legt ook de genoemde bundel psalmen een link naar de komende Christus en Zijn wonderlijke werk.

De HEERE toonde Zijn heil door Israël uit Egypte te verlossen. Mozes zong: ”Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot Heil geweest” (Exodus 15:1,2). God verbrak voor Kores, Zijn knecht, de koperen deuren en ijzeren grendels van Babel (Jesaja 45:1,2). De verlossing van Israël uit Babel is niet minder heerlijk en heilrijk! Daarom: ”Zingt de HEERE een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan… De HEERE heeft Zijn heil bekend gemaakt” (Psalm 98:1,2).

Maar de HEERE openbaarde Zijn gerechtigheid zelfs aan heidenen (Psalm 98:2). Misschien denk je, evenals Luther, aan Gods straf over de zonde. Dit woord gerechtigheid ligt echter in het verlengde van het woord heil. Het betreft het Evangelie. Die gerechtigheid schenkt behalve Joden ook heidenen vergeving van zonden. Zo ging bij Luther onverwacht het licht op over Romeinen 1:17: de rechtvaardigheid Gods wordt in het Evangelie geopenbaard. Dat was een openbaring, een onverwachte onthulling voor Luther. Paulus’ tekst werd hem als een ”poort van het paradijs”.

In één van de andere Psalmen wil de dichter alle volken, waar ze ook in de wereld wonen ”op de snaren der blijde harp, geheimen openbaren” (Psalm 49:1). ”Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?” (Psalm 49:6). Wat is het een onverwachte, ongedachte onthulling, als God je door Zijn Woord en Heilige Geest laat zien dat de straffende gerechtigheid, het verdiende loon op de zonde niet het laatste woord heeft in je leven. Een openbaring!

Maar pas op! Zoek naar dat heil voor het te laat is. Voordat God komt om de aarde te richten. Ooit gaat Hij de wereld richten door het openbaren van zijn straffende gerechtigheid (Psalm 98:9).


Dinsdag 21 februari Jesaja 53 De HEERE openbaart Zijn arm

Jesaja 53:1: ”Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wie is de arm des HEEREN geopenbaard?”

Joodse rabbijnen weerspraken eeuwenlang dat de vraag ”Wie heeft onze prediking geloofd” op Christus’ prediking doelde. ”Het betekent”, zeiden zij: ”Wie van de omringende volkeren geloofden de boodschap van de profeten over het herstel van Israëls glorie.” Veel rabbijnen weigerden –en dat is begrijpelijk– Jesaja 53 Messiaans uit te leggen.

Over wie denk jij dat het gaat in de woorden: ”Wie heeft onze prediking geloofd” (Jesaja 53:1)? Over wie had Jesaja het, toen hij zei: ”Onze prediking”? Dat duidt op de prediking van Christus en Zijn apostelen. De Heere Jezus verwees Zelf naar deze passage van Jesaja, toen Hij het ongeloof aan de kaak stelde van de Joden die naar Hem luisterden en Zijn wonderen zagen. Hij zei dat in dat ongeloof het woord van Jesaja werd vervuld: ”Heere, wie heeft onze prediking geloofd” (Johannes 12:38).

Dan heeft ook de vraag ”aan wie is de arm des HEEREN geopenbaard” betrekking op het werk van de Heere Jezus. Die uitdrukking betreft de grootheid en de glorie van onze Verbondsgod, zeiden tal van Joodse rabbijnen. En dat is waar. Zijn glans en luister kwamen echter bijzonder tot uitdrukking in het Evangelie, in het zenden van Zijn Zoon, Jezus Christus. Het begrip ”de arm des HEEREN” duidt op een krachtig lichaamsdeel. Daar valt iets mee tot stand te brengen. De link is duidelijk: het Evangelie is een kracht Gods ter zaligheid (Romeinen 1:16).

De Heere Jezus heeft een heleboel gepreekt, toen Hij op aarde rondliep. Maar ”velen van Zijn discipelen gingen terug, en wandelden niet meer met Hem” (Johannes 6:66). Bij talloze luisteraars ging de prediking het ene oor in en het andere uit. Zij hadden slechts een oppervlakkig begrip van het Evangelie.

Bij Petrus vormde het Evangelie echter een kracht van God tot zaligheid. In zijn leven werd de ”arm des HEEREN” geopenbaard. De prediking onthulde steeds meer zijn eigen kleinheid en schuld (Matthéüs 16:23). Van Petrus bleef niets over (Matthéüs 27:74,76). En tegelijk beleed hij: ”Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God” (Matthéüs 16:16). Hoe kwam hij aan die belijdenis? Zelf bedacht? Nee! God de Vader had het hem onthuld, geopenbaard (Matthéüs 16:17).

Aan welke kant sta jij? Behoor jij tot die oppervlakkige luisteraars? Of bedel je aan Gods genadetroon: ”Heere, wil mij Uw gerechtigheid openbaren” (Psalm 98:2).


Woensdag 22 februari Johannes 14 De Heere Jezus openbaart Zich aan Zijn leerlingen, niet aan de wereld

Johannes 14:22: ”Judas, niet de Iskariot, zei tot Hem: Heere, wat is het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?”

Lang nadat één van de discipelen de Heere had verraden, schreef Johannes zijn Evangelie. Toen hij een vraag aan Jezus uit de kring van Diens leerlingen verwoordde, wilde hij kennelijk die andere broeder Judas, ”niet de Iskariot” (Johannes 14:22), van blaam zuiveren. Wat hadden die gelovige broeders elkaar lief! Voorbeeldig. Gaat het anno 2012 ook nog zo in de kerk? Kun je zien dat mensen die ’s zondags samen aan de avondmaalstafel zitten, behoren tot het ene lichaam van Christus? Of maken ze ruzie? Dat is erg. Het maakt niet jaloers.

Judas staat ook te boek als Thaddeüs, of Lebbeüs (Matthéüs 10:3). De namen Thaddeüs en Judas duiden beide op het loven van God. Overigens brengt alleen de apostel Johannes Judas, ”niet de Iskariot”, actief ter sprake. Judas vroeg: ”Heere, wat is het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?” (Johannes 14:22). Dat was een zeldzaam serieuze vraag. Heel anders dan: ”Je moet gewoon geloven!” Misschien zat Judas te denken: Is het bij mij wel echt…? Denk jij dat ook wel eens?

Waarop duiden die woorden ”zich openbaren”? Wat betekent het in deze tekst, als de Heere Jezus zich openbaart? Je mag dat begrip ”zich openbaren” omschrijven als: verschijnen, Zichzelf vertonen, Zichzelf openbaar, Zichzelf zichtbaar maken. Judas’ vroeg: ”Heere, wat is het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?” Die vraag is heel begrijpelijk. Hij zegt als het ware: ”Vanwaar dat onderscheid. Wij en alle mensen om U heen zien U toch?” Jij zou toe kunnen voegen: ”Ik lees toch over Hem en hoor over Hem preken!”

Dat is allemaal waar. Het Woord is vlees geworden (Johannes 1:14). Dat kon iedere Jood in het gevolg van Jezus zien. Als zodanig vertoonde de Zaligmaker Zich –je zou kunnen zeggen– uitwendig. Maar ”de wereld” (Johannes 14:22) –dat betekent: het volk, een grote menigte– had Hem niet nodig. Jezus had voor hen ”geen gedaante noch heerlijkheid” (Jesaja 53:2). Ze hadden niets voor Hem te doen. Hooguit wat genezingswonderen. Dat Hij Zichzelf aan Zijn discipelen openbaarde betekende dat Hij hun verstand verlichtte; dat zij zichzelf leerden kennen; dat zij kennis kregen aan Zijn genade.

Jezus openbaart Zich aan Zijn discipelen. Niet aan de wereld. Wat denk je, heeft dat jou ook iets te zeggen?


Donderdag 23 februari Galaten 1 De Heere Jezus werd geopenbaard aan Saulus

Galaten 1:15,16: ”Wanneer het God behaagd heeft… Zijn Zoon in mij te openbaren…”.

Saulus kwam uit de stad Tarsen. Je zegt: ”O ja, uit Tarsis.” Mis! Niemand mag Tarsen verwarren met Tarsis. Jona wilde naar Tarsis vluchten. Ver weg van God. Naar het zuiden van Spanje. Maar Tarsen, Saulus geboorteplek, ligt in Turkije, net voor de bocht waar de kust van de Middellandse Zee de zuidelijke richting kiest. Saulus verzette zich tegen die gehate Jezus (Handelingen 9:1). Tot God hem een halt toeriep. De Heere Jezus verscheen hem (Handelingen 9:5). Het behaagde God Zijn Zoon in Saulus te openbaren (Galaten 1:16). Later heette hij Paulus.

Het behaagde God Zijn Zoon in mij te openbaren. Wat betekent dat? Judas vroeg aan Jezus: ”Heere, wat is het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?” (Johannes 14:22). Je zou het door hem gebruikte Griekse woord voor openbaren kunnen omschrijven als verschijnen, Zich vertonen. Paulus gebruikte in zijn brief aan de Galaten een ander woord. Dat betekent vooral: ontdekken, onthullen, leren begrijpen. Paulus keerde zich vroeger fel tegen Jezus. Nu werd hem onthuld, nu kwam hij tot het inzicht dat hij niet zonder Jezus kon.

Dat was een ongekend keerpunt in het leven van Paulus. Voorheen was hij er blind voor dat in Jezus was vervuld wat de profeten over de Messias hadden gezegd (Matthéüs 12:17,18). Nu gingen z’n ogen open. ”In mijn plaats gekruisigd! Voor mij opgestaan!” Wat een wonder! Wat kreeg hij die vroeger gehate Jezus lief! In zijn brief aan de gemeente te Filippi schreef hij: ”Ik acht alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere” (Filippenzen 3:8). Ken jij die liefde? Die is sterk als de dood, hard als het graf (Hooglied 8:6).

Je leeft misschien netjes. Net als Paulus. Je praat mogelijk zelfs over Jezus. Natuurlijk: dat hoort erbij. Maar je hebt niks te doen voor de Zaligmaker. Je kent je eigen zondige hart niet. Christus heeft ”geen gedaante noch heerlijkheid” (Jesaja 53:2). Totdat je gaat verlangen naar God. Totdat je kennis maakt met de zonde die je van God scheidt. Net als Paulus. Totdat je als een blinde leert vragen: ”Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?” (Handelingen 9:6). Op een dag gingen de Emmaüsgangers zicht toch verwonderen! ”Hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem” (Lukas 24:31).


Vrijdag 24 februari Filippensen 3 Openbaring als nader onderwijs

Filippensen 3:15: ”En indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren.”

Ooit liep in de Griekse stad Filippi een dienstmeisje met een waarzeggende geest Paulus en Silas achterna te schreeuwen. Toen Paulus het meisje had bevrijd van haar bezetter, wekte dat de woede op van haar eigenaars. Zij sleepten de Evangeliedienaars voor de rechters. Met een akelige klacht: ”Deze mensen beroeren onze stad, daar zij Joden zijn.” De oversten zetten de apostelen gevangen. Dwars door de tegenslag heen groeide een christelijke gemeente.

In zijn brief aan de christengemeente te Filippi verzette Paulus zich tegen dwaalzieke judaïsten (Filippensen 3:2,3). Die mensen wilden christenen uit de heidenen dwingen zich te laten besnijden. Vroeger beschouwde Paulus het onderhouden van die Joodse ceremoniën als verdienstelijk. Toen het God had behaagd Zijn Zoon in hem te openbaren (Galaten 1:16), was dat uit. De apostel barst uit in een jubel over Hem, Die de ceremoniële wet vervulde: Christus. ”Hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht” (Filippensen 3:7).

Nu de Heere Jezus Christus het middelpunt van Paulus’ leven vormde, begeerde hij te vergeten wat achter hem was: zijn vermeende verdiensten uit de tijd toen hij nog farizeeër was; en alles wat hem na zijn bekering in zijn leven voor de Heere nog had gehinderd. Zijn geloof richtte zich op de beloften van het Evangelie (Filippensen 3:14). Toen hij zijn medegelovigen aansprak als ”zovelen als wij volmaakt zijn”, bedoelde hij met dat woord volmaakt niet: perfect in het vervullen van de wet, maar: volwassen in het geloof. Dus gericht op het verkrijgen van de genade van Christus.

”Laat ons dit gevoelen” schreef Paulus. Dus laten wij er hieraan blijven vasthouden dat alleen het geloof in Christus’ gerechtigheid redt. Natuurlijk kan het zijn dat u ”iets anderszins gevoelt”. Dus dat u iets anders gezind bent en een andere mening koestert over zaken van minder belang. Dan zal ”God u ook dat openbaren.”

Dat woord openbaren betekent niet dat er steeds bijbelboeken bij konden komen. Het duidt niet op een soort voortgaande openbaring. Maar het heeft te maken met opwas, groei in de genade en kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus (2 Petrus 3:18). Paulus bedoelde: de prediking van het Woord en de verlichting van de Heilige Geest, zal ook degenen die nog een beetje vast zitten aan de ceremoniën het nodige onderwijs geven.


Zaterdag 25 februari 2 Korinthe 5 Geopenbaard voor de rechterstoel van Christus

2 Korinthe 5:10: ”Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.”

Wat denk je, zou de apostel Paulus hoogmoedig zijn geweest? Hij verdedigde in zijn zogenoemde tweede brief aan de christengemeente te Korinthe nogal zijn leer en zijn ambt, zijn apostelschap. Nee! Paulus toonde zich in die brief niet hoogmoedig. Hij moest zich wel verdedigen tegen de laster over hem en zijn Evangelie door valse apostelen (2 Korinthe 11:13). De spanning en de stof tot conflicten tussen de apostel en de gemeente waren steeds groter geworden.

In het werk van de apostel Paulus bleek het aarden vat van zijn lichaam (2 Korinthe 4:7) telkens bijna te breken. Maar telkens redde God hem weer. Toch komt er een ogenblik dat hij samen met alle christenen uit Korinthe (2 Korinthe 7:3) gaat sterven. ”Wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus” (2 Korinthe 5:10). Geopenbaard worden voor Gods rechterstoel, is niet zomaar in lijfelijke gedaante voor Hem verschijnen. De alwetende Christus weegt de daden van de mens, maar ook zijn woorden en gedachten.

Johannes schreef later aan de Klein-Aziatische gemeente Thyatire: ”Al de gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken” (Openbaring 2:23). God zal zelfs ”de verborgen dingen der mensen oordelen” (Romeinen 2:16). Dan is het uit met alle menselijk gekissebis. ”Wat oordeelt gij uw broeder?” vroeg Paulus aan de christenen in Rome. ”Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden (Romeinen 14:10).

De zetel van de rechter stond in de oudheid doorgaans op een hoog gelegen platform. Dat boezemde ontzag in. Des te meer de rechterstoel van Christus, als een troon in de hemel (Openbaring 7:9-15). Als wij straks voor de rechterstoel van Christus geopenbaard worden, schreef Paulus, dan zal ieder moeten wegdragen, ”hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad” (2 Korinthe 5:10). Dus de apostel zei niet: ”Jullie, Korinthiërs, worden straks door God geoordeeld.” Dat zou hoogmoedig geweest zijn.

Paulus zocht het behoud van de christenen in Korinthe (2 Korinthe 4:15). Ze moesten hun zondige leven prijsgeven. Juist in het zoeken van hun heil herinnerde hij hen aan Christus’ rechterstoel. Zo’n boodschap hoor jij mogelijk af en toe ook vanaf de kansel. Hoe ga je daarmee om?

 
reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel
reageer
Je reactie zal eerst door de redactie beoordeeld worden voor plaatsing.
Naam (verplicht)
email-adres (verplicht)
:D :lol: :-) ;-) 8) :-| :-* :oops: :sad: :cry: :o :-? :-x :eek: :zzz :P :roll: :sigh: € love nlflag
meer uit deze rubriek ...
Video

Kleinste man in rugzak de wereld over

>> 15-05-2012 | 11:37 | <<
 
De kleinste man ter wereld reist op de rug van zijn neef door Australie. In een rugzak verkent hij het land. Video ANP

Meer video's