Bijbelrooster zondag 30 oktober t/m zaterdag 5 november

>> 28-10-2011 | 20:48 | Puntuitredactie <<
 

Elke week besteedt Puntuit aandacht aan Bijbelstudie rond een bepaald onderwerp. Deze week is het thema ”Rechtvaardigheid - gerechtigheid”.

Zondag 30 oktober 2011

Romeinen 10:1-13: „Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.”

Soms hoor je de uitdrukking: Eindelijk gerechtigheid. Bijvoorbeeld toen in 2006 de Irakese dictator Saddam Hussein ter dood werd veroordeeld. Volgens veel mensen is gerechtigheid of rechtvaardigheid vooral dat ieder de straf krijgt die hem toekomt. In het alledaags spreken hoor je overigens ook over sociale gerechtigheid. Dat is geen wrekende, maar een soort schenkende gerechtigheid. Armen en zwakken ontvangen bescherming tegen uitbuiting. Ieder krijgt kans zich te ontplooien. Gerechtigheid betreft dan niet straf, maar het krijgen van kansen.

Wat bedoel jij, als je het woord gerechtigheid gebruikt? Een eenvoudig woordenboek typeert gerechtigheid als ”daad van rechtvaardigheid”. Dat woord rechtvaardig bestaat uit twee delen. Het woord vaardig betekent dat je ergens klaar voor bent, of handig, bedreven. Recht is eerlijk, billijk, volgens de wet. Dus iemand die rechtvaardig is, begeert zijn doen en laten te bepalen door Gods liefdewet. Toen Mozes aandrong op rechtvaardigheid (Romeinen 10:5) bedoelde hij: leef in overeenstemming met de wet van God. Een rechtvaardig mens doet recht en gerechtigheid (Ezechiël 18:5 e.v.).

Dat is trouwens de opdracht die de HEERE Zijn volk gaf en geeft: recht en gerechtigheid doen. ”Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden”. Wie dat deed ontving leven (Leviticus 18:5). Leven in de volle zin van het woord. Mozes moest dat vertellen aan Israël. Paulus herinnert in z’n brief aan de christengemeente te Rome aan die woorden van God en Mozes: Wie volgens de wet leeft, vindt het leven (Romeinen 10:5). De apostel wist echter dat mensen zo rechtvaardig in de diepe zin van het woord niet kúnnen leven (Romeinen 3:20).

Misschien heb jij dat in je eigen leven ook al ontdekt: het lukt je maar niet om deze of die zonde er onder te krijgen. Je ziet dat God de zonde niet ongestraft laat. En voor de schenkende gerechtigheid van het Evangelie heb je geen oog. Je ervaart geen toegang te hebben tot Christus’ genade. Eenzaam. Bedroefd.

Je staat met die ervaring niet alleen. Luther las bij Paulus dat de rechtvaardigheid van God in het Evangelie wordt geopenbaard (Romeinen 1:16, 17). Luther had alleen oog voor de wrekende gerechtigheid van God. ”Hoewel ik als monnik onberispelijk leefde, voelde ik dat ik voor Gods aangezicht zondaar was met een allerslechtst geweten.” Dezelfde God die Luthers ogen opende voor de Zaligmaker leeft nog!


Maandag 31 oktober 2011

Romeinen 1:16, 17: „Ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft…. Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard.”

Met Paulus’ verklaring dat de rechtvaardigheid Gods in het Evangelie wordt geopenbaard (Romeinen 1:17) kon Luther niet uit de voeten. Hij beschouwde rechtvaardigheid als wrekende straf op de zondeschuld. Die gerechtigheid bood Luther geen bevrijding van schuld. Hij snapte niet hoe Gods rechtvaardigheid in het Evangelie kon worden geopenbaard. Hij kon ook met z’n nette leven God niet bevredigen. ”Ik bonkte onbeschaamd bij Paulus op de deur. Ik dorstte en smachtte om te weten, wat er achter dat tekstwoord zat.”

Dat duurde tot Luther zag dat Paulus met Gods rechtvaardigheid het zaligmakend werk van Christus bedoelde. Hij droeg Gods toorn ”tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht” (HC:37). Christus hield en volbracht volmaakt en positief –ook dat deed hij in de plaats van zondaren– alle geboden van Gods liefdewet. Zo kunnen mensen weer eeuwig leven ontvangen. Door het geloof. De in het Evangelie geopenbaarde rechtvaardigheid waarover Paulus schreef, duidt op de nieuwe gerechtigheid die Christus heeft verdiend voor Zijn volk.

Hoe kreeg Luther ineens oog voor de gerechtigheid van Christus? Dat deed de Heilige Geest door Gods Woord (Romeinen 10:17). Het behaagde God Zijn Zoon in Luther te openbaren (Galaten 1:15,16). Toen veranderde Luthers opinie over de woorden ”dat de rechtvaardigheid Gods in het Evangelie wordt geopenbaard” radicaal. Als je ooit overweldigd raakte door het wonder dat er bij God voor zo’n zondaar als jij in Christus genade is, begrijp je Luthers woord: ”Deze tekst van Paulus werd voor mij werkelijk de poort van het paradijs.”

Geeft het Evangelie kracht? Vast en zeker (Jesaja 40:29). Maar Paulus bedoelde meer. Toen hij schreef dat het Evangelie een kracht Gods is, gebruikte hij een Grieks begrip dat verwant is met het woord dynamiet. Dat gooit alles ondersteboven. Om te beginnen je eigendunk. Je eigen verkeerde wil. Je eigen zondige begeerten. Je leert God geloven in Zijn totale veroordeling van het kwaad. Je leert op Jezus zien, in Hem geloven als Degene die de straf op je schuld wegdroeg. En dat Evangelie maakt je bovendien begerig te leven in overeenstemming met Gods liefdegeboden.

Toen Paulus schreef dat de rechtvaardigheid Gods in het Evangelie wordt geopenbaard, vestigde hij alle aandacht op Gods nieuwe gerechtigheid die verscheen in Christus. Hij is de Rechtvaardige en alleen in en door Hem krijgt een zondaar nieuw leven.


Dinsdag 1 november 2011

1 Johannes 3:1-8: „…want de zonde is de ongerechtigheid.”

Paulus waarschuwde de christenen in de gemeente te Korinthe. ”Trek geen juk aan met ongelovigen.” Dat betekent: Een christen mag met heidenen geen relatie aangaan waardoor hij verleid zou kunnen worden hun afgoden te gaan dienen of andere zonden te doen. Als motief achter die waarschuwing schreef de apostel: ”Wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid?” (2 Korinthe 6:14). Anders gezegd: Er bestaat net zo’n grote afstand tussen gerechtigheid en ongerechtigheid, als tussen de tempel van Dagon en de door de Filistijnen daarin gebrachte ark van Gods verbond (1 Samuël 5:2).

”Wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid?” Paulus gebruikte voor dat begrip ongerechtigheid eigenlijk het woord wetteloosheid. Evenals de apostel Johannes, toen deze verklaarde dat zonde ongerechtigheid is (1 Johannes 3:4). Ook hij gebruikte voor ongerechtigheid het woord wetteloosheid. Dus de begrippen zonde en (on)gerechtigheid liggen in de juridische sfeer. Zij doen denken aan de rechtszaal. En voor mensen die niet worden vrijgesproken op grond van de verdiensten van de Heere Jezus blijft gelden dat zij ”de heerlijkheid Gods derven” (Romeinen 3:23).

Misschien vind jij het niet leuk in een preek iets te horen over het recht van God. Sommige mensen proberen dingen wat vriendelijker, wat minder scherp te zeggen. Een van de profeten zei ooit: ”Uw licht zal voortbreken als de dageraad… en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan” (Jesaja 58:8). Nou, dat begrip gerechtigheid valt toch ook wel weer te geven door het woord heil? Dan haal je de verlossing wat uit de sfeer van het recht! Toch raak je dat juridische aspect niet kwijt. Jesaja drong er bij Israël op aan dat zij ”de knopen der goddeloosheid” losmaakten (Jesaja 58:6). Zo niet, dan kregen ze straf.

”De zonde is de ongerechtigheid.” Als je doen en laten in overeenstemming is met Gods wet, dan heeft dat iets weg van gerechtigheid. Waarom formuleer ik ”dat heeft iets weg van”? Omdat uiterlijk volgens de wet handelen niet genoeg is. De vraag is, of je God uit oprechte liefde dient (Matthéüs 5:20; 22:37-38). Is dat onmogelijk voor je? Lukt het je niet op díe manier juridisch aan de maat te komen? Zo verging het ook Paulus. Maar Hij mocht leren dat Christus, de Zaligmaker, hem had vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods (Romeinen 8:2).


Woensdag 2 november 2011

Genesis 6:9:22: „Noach was een rechtvaardig, oprecht man… Noach wandelde met God.”

Abel was een rechtvaardig man (Hebreeën 11:4). Ook Noach was een rechtvaardige (Genesis 6:9). Joden noemen hem daarom tsaddiek. Dat is een persoon bij wie goede daden de slechte overheersen. Israël kende geen algemene, zedelijke norm van recht boven dat van God. Rechtvaardig was iemand die het Woord van die God bewaart. Rechtvaardig is hij die Gods woorden en wet tot zijn recht laat komen in de situatie waarin hij zich bevindt.

Niet slechts mensen heten rechtvaardig. God Zelf is rechtvaardig (2 Kronieken 12:6; Psalm 11:7). Hij verricht rechtvaardige daden. Dat bleek in Zijn toorn over de heidense Kanaänieten die onder leiding van hun koning Jabin Israël aanvielen. Met die oorlog tuchtigde, kastijdde God feitelijk het telkens in zonden vallende Israël. Maar Hij is de Rechtvaardige en helpt dat volk toch telkens weer in hun nood. Dat blijkt in de Lofzang van Debóra (Richteren 5:11). De richteres bezingt ”de gerechtigheden des HEEREN… bewezen aan Zijn dorpen in Israël”.

Mensen als Abel, of Noach en Job waren anders rechtvaardig dan God. Job pleegde geen overspel of bedrog en had zijn personeel goed behandeld. Toch beschuldigden zijn namaak-vrienden hem van onrecht. Toen legde Job zijn goed recht, zijn zaak voor aan God als Rechter (Job 31). Hij had ‘zaaksgerechtigheid’ (Job 27:6). Desondanks behield Job zijn zondige aard. Hij had een Verlosser nodig (Job 19:28). Zo zag ook Noach van verre de belofte, het zaad, waarin alle geslachten der aarde zouden gezegend worden, de Messias (Hebreeën 11:13).

In Jeruzalem staat een ziekenhuis met de naam Shaare Zedek. Dat betekent: poorten der gerechtigheid. Hoe konden Abel en Noach en Job tsaddiek, rechtvaardig heten? Zij kenden de poorten der gerechtigheid (Psalm 118:19). Eigenlijk duidt die uitdrukking op de ingang van de tabernakel. Daar hadden offers plaats tot verzoening van de zonden. Wie werkelijk rechtvaardig was, had geleerd door die poort heen toevlucht te nemen tot de HEERE (Psalm 118:8). Jezus Christus Zelf vormt een voorbeeld van die poort der gerechtigheid.

Misschien heb je verdriet. Zoals Job. Hij leerde dat hij het met z’n eigen rechtvaardigheid niet redde. Zoals Noach, over z’n eigen dronkenschap. Toch wandelde hij met God. Misschien moet je, evenals Noach, ook niets hebben van de goddeloosheid van de wereld. Mogelijk bezocht je nooit Jeruzalem. Toch staat de Poort der gerechtigheid nog open.


Donderdag 3 november 2011

2 Korinthe 5:6-21: „Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”

God heeft als de Alwetende gekeken naar de mensen. Is er iemand zo verstandig dat hij God zoekt? Er is niemand, die goed doet! Er is er niet één (Psalm 53:3,4)! Toch schreef Paulus in zijn brief aan de christengemeente te Korinthe over Iemand Die geen zonde kende. De zonde was Hem volkomen vreemd (2 Korinthe 5:21). Paulus was niet de enige met die overtuiging. De apostel Petrus dacht er niet anders over: Jezus ”heeft geen zonde gedaan” (1 Petrus 2:22). En de apostel Johannes vertelde precies hetzelfde: ”Geen zonde is in Hem” (1 Johannes 3:5).

Wie is die zondeloze? De beloofde Messias. Met welk doel heeft Hij het levenslicht gezien? Waarom konden de engelen in de buurt van Bethlehem zingen van vrede op aarde en Gods welbehagen in mensen (Lukas 2:14)? Omdat Jezus Christus is geopenbaard om de zonden weg te nemen van allen die zich door een oprecht geloof met Hem verbonden weten (1 Johannes 3:5). Hij Zelf droeg, schreef Petrus, ”onze zonden in Zijn lichaam op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden (1 Petrus 2:24).

Mozes drong aan op rechtvaardigheid: Leef in overeenstemming met de wet van God (Romeinen 10:5). Maar niemand wil en kan zoals hij geboren is echt God dienen (Psalm 53:3,4)! Die ongehoorzaamheid eist straf. En nu legde God die straf op dat onrecht op een Plaatsvervanger. Hij rekende die straf toe aan de Middelaar tussen God en mensen: Jezus Christus (1 Timothéüs 2:5). Zo is deze Jezus, die geen zonde heeft gekend tot zonde gemaakt, ”opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem” (2 Korinthe 5:21).

Wat een onverdiend wonder! Zo schenkt die Zaligmaker nieuwe gerechtigheid aan allen die bij Hem een Schuilplaats vinden (Jesaja 32:2). Plaatsvervangende gehoorzaamheid biedt Hij aan hen die Hem leren kennen als Rotssteen om in te wonen (Deuteronomium 32:4). Anders gezegd: Wat Jezus goed deed rekent Hij, als Plaatsvervanger, toe aan degenen die in Hem leren geloven. Hij droeg de straf, schenkt Zijn gerechtigheid, alsof Zijn volk alles zelf gedaan had. Hij hield en volbracht alle geboden van Gods wet volmaakt en uit liefde.

Er is niemand, die goed doet! Heb je jezelf ooit zo gezien? Jezus kende geen zonde, maar is tot zonde gemaakt! Heb je Hem zo al eens gezien?


Vrijdag 4 november 2011

Openbaring 22:1-15: „…die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde…”

Over de vraag of er onderscheid bestaat tussen een rechtvaardige en een goddeloze (Maléachi 3:18) hoef je niet lang na te denken. Dat is helder. Maar van iemand die rechtvaardig is, omdat Jezus voor hem tot zonde is gemaakt (2 Korinthe 5:21) verwacht je dat hij gerechtigheid doet. Je gaat er van uit dat zo iemand begeert zijn doen en laten te bepalen door Gods liefdewet. De profeet Ezechiël somt op wat kenmerkend is voor leven in gerechtigheid: zich niet inlaten met afgodendienst; geen overspel plegen; niemand onderdrukken; de armen helpen; eerlijk optreden bij geschillen; en nog veel meer (Ezechiël 18).

Toch staan niet slechts atheïsten of heidenen te boek als onrechtvaardige mensen. Maléachi adresseerde zijn profetie aan Israël. Hij zag onder hen tallozen die geen rekening hielden met Gods wil. En reeds zolang de christelijke kerk bestaat, blijkt dat ook daar lang niet iedereen die uitwendig meeloopt een echte gelovige, een rechtvaardige is. Er zijn ook rechtvaardigen, die slordig leven. Die een afkeer hebben van wat zij noemen: dat wettisch gedoe! In plaats van David na te zingen: Ik heb Uw wet lief (Psalm 119:97)!

Dat onderscheid in de christelijke gemeente blijkt ook in Paulus’ brieven. Telkens spreekt hij de geadresseerden aan als heiligen (Romeinen 1:7; 1 Korinthe 1:2; 2 Korinthe 1:1; Eféze 1:1; Filippensen 1:1; Kolossenzen 1:2). Toch ging Paulus er niet van uit dat iemand die ooit publiek belijdenis deed per definitie een rechtvaardige, oprechte gelovige is! Want hij moest de als heiligen geadresseerde christenen voortdurend vermanen: Niet formele wetsbetrachting, maar besnijdenis van het hart maakt tot rechtvaardige (Romeinen 2:28). Het gaat er om in Christus rechtvaardigheid te zoeken en op te houden met zondigen (2 Korinthe 5:21).

De kerk van toen en nu telde talloze leden die niet echt wedergeboren waren, of die slordig leefden. Van die laatste categorie zei God door de mond van Johannes: ”Die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde” (Openbaring 22:11). Laat iemand die reeds –door het geloof in Christus– heilig is, ook zelf in zijn dagelijks leven die heiligheid steeds meer weerspiegelen. Zo iemand moet in zijn levenswandel de vrucht laten zien dat hij bij de grote Rechtvaardige, bij Christus behoord. ”Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen” (Jakobus 2:18).


Zaterdag 5 november 2011

Filippenzen 3:1-14: „…niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is…”

Heb je God eigenlijk helemaal niet lief? Kan Zijn wet je niks schelen? Of zit je anders in elkaar. Lukt het je maar niet om deze of die zonde er onder te krijgen. Hoe je ook je best doet om God te dienen. Hoe kan dan toch de apostel Paulus er in vredesnaam serieus toe aansporen om ”de nieuwe mens aan te doen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid” (Eféze 4:24)? Je ervaart geen vrede. Je beschouwt jezelf nog altijd als schuldig. Ondanks het feit dat je alles in het werk stelt om Gods wet perfect te houden.

Ook de profeet Jesaja kende dat. Hij zei: ”Wij zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed” (Jesaja 64:6). Dus de profeet typeerde niet als volstrekt onrein: de óngerechtigheden. Maar de gerechtigheden, de goede werken, pogingen tot het onderhouden van de wet. Ze waren waardeloos. De liefde tot God ontbrak. Zo verging het ook Paulus. Hij leefde ogenschijnlijk voorbeeldig. Maar hij had Jezus niet nodig als Zaligmaker. Hij haatte Hem. Ds. R. M. M’Cheyne beleed dat al zijn deugd een wegwerpelijk kleed was.

Zij hebben allen geleerd dat God geen mens als rechtvaardig beschouwt buiten Christus om. Anders zou Christus tevergeefs zijn gestorven (Galaten 2:21). De Heilige Geest heeft ze door Gods Woord laten zien dat iemand alleen rechtvaardig wordt door een oprecht geloof. Abraham vormt een bijbels voorbeeld: Het geloof ”is hem tot rechtvaardigheid gerekend” (Galaten 3:6). Zo kwam M’Cheyne ertoe te belijden: Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis, Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is. Nu tart ik de dood, nu verwin ik het graf. Nu neemt mij geen satan de zegekroon af!

Wie mag als rechtvaardige leven? Alleen degene die door het geloof gerechtigheid heeft ontvangen. ”Niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is” (Filippensen 3:9). David erkende dat als God recht gaat spreken niemand vrij uit kan gaan. Hij smeekte de HEERE daarom hem niet voor het gericht te dagen (Psalm 143:2). Ter ondersteuning van dat verzoek beriep hij zich tegelijkertijd juist op Gods gerechtigheid! ”Verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid” (Psalm 143:1). Hij beriep zich feitelijk op de Zaligmaker: ”De HEERE onze gerechtigheid” (Jeremia 23:6).

 
reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel
reageer
Je reactie zal eerst door de redactie beoordeeld worden voor plaatsing.
Naam (verplicht)
email-adres (verplicht)
:D :lol: :-) ;-) 8) :-| :-* :oops: :sad: :cry: :o :-? :-x :eek: :zzz :P :roll: :sigh: € love nlflag
meer uit deze rubriek ...
Video

Kleinste man in rugzak de wereld over

>> 15-05-2012 | 11:37 | <<
 
De kleinste man ter wereld reist op de rug van zijn neef door Australie. In een rugzak verkent hij het land. Video ANP

Meer video's