Hoe de kogel in de kerk kwam
Waar komt de uitdrukking ”de kogel is door de kerk” vandaan?
Op zondagmorgen een kogel dwars door een gemiddelde kerkelijke gemeente jagen, is geen goed plan. Sowieso verdragen kerk en geweld elkaar slecht. In de godsgebouwen klinkt de verkondiging van een blijde boodschap, terwijl een kogel dood en verderf zaait.
Toch staan ze bij elkaar in één gezegde. Wat de spreuk betekent, zal je geen raadsel zijn: na dagen of weken bakkeleien valt er eindelijk een beslissing. De kogel is door de kerk, zeg je dan. De beslissing is genomen. Precies, maar waar slaat die kogel op? En waar komt die kerk vandaan?
Net als bij veel uitdrukkingen, is ook hier de precieze herkomst niet bekend. Wel circuleert er een op het oog logische verklaring. Hij staat onder meer in het ”Groot uitdrukkingenwoordenboek” van Van Dale. Vroeger werden tijdens gevechten de kerkgebouwen uit respect ontzien. Er werd niet op geschoten, uit principe. Als een vijand toch zo onbeschoft was om zijn kogels dwars door een godsgebouw te schieten, was hij blijkbaar vastbesloten om te winnen. De kogel was door de kerk.
Hier is een voorbeeld van. In 1573 liggen de Spanjaarden voor de poorten van Haarlem. Op de kansel in de Sint-Bavokerk staat een predikant die volgens Spaanse begrippen afvallig is. De aanvallers schieten een kanonskogel richting de kerk, met de bedoeling de dominee van zijn preekstoel af te schieten. De kogel mist doel en boort zich in een muur. Nog altijd is het projectiel te bezichtigen.
Terug naar het spreekwoord. Al in de achttiende eeuw werd het gebruikt. Dat blijkt uit het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman uit 1726 waarin het gezegde voor het eerst opduikt.
Tuinman geeft ongeveer eenzelfde verklaring als Van Dale, alleen in een iets oudere taal. Voor de sfeer het volgende citaat. „Hierom plegen de kerken in belegeringen en verwoestingen verschoont te worden. Is dan de kerk zelf aangetast en doorschoten, ’t is een blyk, dat men door geen ontzag wordt afgeschrikt, en nu alles durft ondernemen. Die het heilige niet spaart, en de vreeze daar voor afgelegt heeft, zal dan het ongewyde nog minder verschoonen. Dit wordt toegepast op zulke, die door eenige stoute daad zich ontdekt, en het wederhoudend ontzag afgeworpen hebben, om dus voort te gaan.”
Toch twijfelen deskundigen over het waarheidsgehalte van genoemde verklaringen. Zo ook F. A. Stoet, die het standaardwerk over Nederlandse spreekwoorden schreef. Hij denkt dat de kerk er slechts bij is gehaald omdat het lekker klinkt. Kogel en kerk passen wat dat betreft dus wél bij elkaar.
Misschien is het tijd om nog eens flink te debatteren over de juiste herkomst van de spreuk. En als daarna de kogel door de kerk is, melden we het uiteraard.
Heb jij een uitdrukking of gezegde waarvan je de herkomst graag te weten wil komen? Mail naar info@puntuit.nl.
Kleinste man in rugzak de wereld over