Vet varken; vette winst
Waarom spaarden we geld in een spaarvarken?
Elke week een kwartje. Geduldig spaar je het zakgeld op. Niet in een envelopje, niet in een portemonnee, maar in een echt spaarvarken. En als-ie dan heel zwaar is, mag je ermee naar de bank om je geld te storten. Wat een tijden. Nu pinnen we en weten we amper hoe geld ruikt.
Maar waarom toen toch sparen in een varken; had het ook een koe of een ezel kunnen zijn?
Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft geen antwoord op die vraag. Ook een woordvoerster van de Rabobank durft niet met zekerheid een antwoord te formuleren, maar vermoedt dat het draait om het vetmesten van een varken. „Vroeger waren er nog geen banken. Als je spaarde, deed je dat in een oude sok of met een varken. Het beest gaf je zo veel mogelijk eten, zodat er veel vlees aan zat", zegt de Rabobankwoordvoerster.
Was het varken eenmaal zwaar genoeg, dan werd het soms geslacht. Een gedeelte van het vlees was voor de familie van de eigenaar zelf bestemd; de rest werd verkocht. Natuurlijk kon het varken ook op de markt verhandeld worden, zodat er wat geld achter de hand was.
Ook de woordvoerster van het Nibud zinspeelt op deze herkomst van het spaarvarken: „Hoe meer je spaart, hoe meer geld je uiteindelijk hebt als je de spaarpot leegmaakt."
Opmerkelijk detail: de Britse banken Halifax en Natwest hebben in 2006 het spaarvarken voor kinderen en het varken als symbool in advertenties afgeschaft.
De banken zouden hiermee islamitische klanten tegemoetkomen. Volgens de Koran is het verboden varkensvlees te eten.
Hoe dan ook, een spaarvarken lijkt in het digitale tijdperk wat achterhaald; een bankrekening is in elk geval handiger.
tekst Roosmarijn Reijnoudt, beeld Photoxpress
3D-geprinte onderkaak voor hoogbejaarde vrouw