Serieus studentenleven start
De introductieweken met een hoop lol zitten er op. Komende week begint het serieuze studentenleven met colleges lopen, neus in de boeken steken en tentamens maken. Tienduizenden jongeren treden een nieuwe wereld binnen: de universiteit of hogeschool. Op deze pagina vertellen vier jongeren bij de start van het academisch jaar over hun studie en alles wat erbij hoort.
Naam: Ellen van den Dikkenberg
Leeftijd: 18
Woonplaats: Sint Annaland
Middelbare school: vwo, Calvijn College Goes
Kerkelijk: Gereformeerde Gemeenten in Nederland
Studie: geneeskunde
Ellen twijfelde welke studie ze zou gaan doen: verpleegkunde of geneeskunde. „Ik wil graag mensen helpen. Dat kan bij beide opleidingen, maar verpleegkunde heeft toch veel te maken met de primaire verzorging van patiënten: wassen, aankleden, medicijnen geven. Geneeskunde gaat verder; dan doe je bijvoorbeeld ook onderzoek. Dat past beter bij mij."
In Nijmegen deed Ellen mee aan de decentrale selectie, een toets om ingeloot te worden voor de studie. „'s Ochtends kreeg ik meerkeuzevragen, vooral over baarmoederhalskanker. 's Middags moest ik een essay schrijven over de rol van de arts bij de vraag of meisjes zich moeten laten inenten tegen baarmoederhalskanker. Ik heb opgeschreven dat de arts de negatieve kanten van inenting niet mag verzwijgen. Ik hoefde mijn mening over de vaccinatie op zich niet te geven, maar ik ben tegen, omdat er medisch gezien nog te weinig bekend is over het effect en de eventuele bijwerkingen van vaccinatie tegen baarmoederhalskanker."
Het licht ging voor Ellen op groen. „Er waren 165 plaatsen. Mensen met een 8 of hoger op hun vwo-lijst werden eerst geplaatst. Dat waren er rond de 55. Daarna kwamen de mensen van de decentrale selectie aan de beurt. Bij die tweede groep werd ik ingeloot."
Voorlopig heeft Ellen een studie van minimaal zes jaar voor de boeg. „Dan ben je basisarts. Daarna kun je je specialiseren; dat kan variëren van één tot negen jaar. Of ik dat ga doen, weet ik nog niet. Ik heb een vriend, die wil ik niet te lang laten wachten. Hij studeert bos- en natuurbeheer in Velp en moet nog één jaar."
Van het kleine orthodox-christelijke Sint Annaland naar het grote, seculiere Nijmegen is een forse overgang, beaamt Ellen. „Het is belangrijk dat je eerlijk voor je geloof uitkomt, en dat vanaf het begin. Niet eerst een keer meegaan naar het café, maar direct nee zeggen. Ik heb een aantal onchristelijke vrienden bij wie ik heb geleerd voor m'n principes uit te komen. Ook op school hebben we daarmee geoefend. Als je eerlijk bent, krijg je vaak respect. En anderen zullen misschien denken: iedere gek heeft z'n gebrek. De een gelooft, de ander doet weer wat anders."
Ellen gaat voor 238 euro per maand op kamers wonen in Opheusden –„via een advertentie in het RD en De Saambinder geregeld"– en wordt lid van de reformatorische studentenvereniging Solidamentum in Ede. „Daar kan ik discussiëren met gelijkgezinde leeftijdsgenoten. Ik vind dat belangrijk als steun in de rug, naast alle contacten met niet-christelijke medestudenten."
Naam: Richard Sterk
Leeftijd: 19
Woonplaats: Genemuiden
Middelbare school: vmbo, Pieter Zandt; opleiding onderwijsassistent, Hoornbeeck College
Kerkelijk: Hersteld Hervormde Kerk
Studie: pabo
Hij behoort bij een kleine minderheid, maar voelt zich beslist niet eenzaam. Richard gaat naar de pabo, in Gouda. „Ik weet eigenlijk al vanaf groep 8 op de basisschool dat ik meester wil worden. Dat is op de middelbare school nooit veranderd. Toen ik de mbo-opleiding onderwijsassistent niveau 4 ging volgen, is mijn keus alleen maar duidelijker geworden. Zeker toen ik stage ging lopen."
Wat hem aanspreekt in het basisonderwijs? „Het lesgeven aan jonge kinderen. Iets overdragen. Zeker op een christelijke school. Daar mag je uit de Bijbel vertellen; dat vind ik het allermooiste."
De pabo een softe opleiding? „Dat zeggen ze, ja, maar ik vind van niet. Natuurlijk zitten er meer veel meiden dan jongens op de pabo; dat was bij de opleiding onderwijsassistent helemaal zo. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren. Je kunt ook niet zeggen dat leerkracht een makkelijk beroep is, ook al heb je zes weken zomervakantie. Het is juist een zwaar beroep, omdat je de hele dag met kinderen omgaat."
Last van negatieve reacties op zijn studiekeuze heeft Richard niet. „Een vriend van me gaat bij de politie werken en een andere wil het leger in. Dat zijn echte jongensberoepen. Dat ik naar de pabo ga, vinden ze heel gewoon."
Na de pabo wil Richard „eerst een flink aantal jaren" voor de klas. „Daarna wil ik iets gaan doen met de extra zorg voor zwakke en hoogbegaafde kinderen. Denk aan de functie van intern begeleider. Het speciaal onderwijs is niks voor mij. Ik heb er stage gelopen, maar ik voelde me er niet zo thuis."
Richard gaat op kamers wonen in Gouda, bij een familie die hij via een RD-advertentie heeft opgespoord. „Er wonen nog twee jongens. De één studeert aan de Technische Universiteit Delft, de ander zit op de pabo in Utrecht." Hij betaalt 250 euro per maand voor z'n kamer, inclusief het avondeten. „Het is best een behoorlijke overgang van Genemuiden naar Gouda, maar ik zie het als een uitdaging."
Hij kan de pabo in drie jaar doen, vanwege zijn mbo-diploma onderwijsassistent, maar Richard kiest bewust voor vier jaar. „Ik ben een paar keer wezen kijken op de Driestar en vond het niveau van de lessen best pittig. Op de Pieter Zandt heb ik geprobeerd de havo te doen en dat is ook niet gelukt. Daarom kies ik nu liever voor de veilige route van vier jaar. Ik wil straks een goede opleiding achter de rug hebben als ik ga werken."
Naam: Marianne Schuring
Leeftijd: 18
Woonplaats: Apeldoorn
Middelbare school: vwo, Jacobus Fruytier Scholengemeenschap
Kerkelijk: Protestantse Kerk in Nederland (Gereformeerde Bond)
Studie: theologie
Ze verlegt letterlijk haar grens: Marianne gaat theologie studeren aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in het Belgische Leuven. Waarom niet in eigen land? „In Nederland kom je al snel bij een staatsopleiding terecht met docenten die zelf niet geloven in wat ze vertellen. Je krijgt met de raarste opvattingen te maken: bijvoorbeeld dat de zondeval niet echt gebeurd is. Die worden soms zo goed onderbouwd dat je ze nog zou gaan geloven ook. Ik vind dat gevaarlijk. In Leuven wordt lesgegeven vanuit de grondgedachte dat Jezus de Zaligmaker is. Dat geeft een veilig gevoel."
In haar woonplaats staat de Bijbelgetrouwe universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Toch kiest Marianne ook daar bewust niet voor. „Veel studenten studeren daar parttime, het zijn vooral mannen en ze doen de opleiding om predikant te worden. Ik voel me daar als meisje van 18 jaar niet zo thuis. In Leuven kom ik in een echte studentengemeenschap terecht. Er is daar bijvoorbeeld elke week een soort kerkdienst voor alle studenten en docenten."
De bachelorstudie duurt drie jaar, daarna kan Marianne in Leuven nog een tweejarige masteropleiding doen. „Ik kan straks kiezen uit drie varianten: klassieke theologie, kerk en pastoraat, en missiologie. Mijn hart ligt op dit moment het meest bij kerk en pastoraat. Ik zou bijvoorbeeld graag jongerenwerk of pastoraal werk willen doen, maar of dat het ook echt wordt, weet ik niet. Ik ga waar God me leidt."
Marianne is het enige meisje van haar lichting op de Fruytier dat theologie gaat studeren. „Er gaan wel twee jongens naar de VU in Amsterdam." In Leuven krijgt ze een kamer op de universiteit. „Ik woon daar op mezelf, maar draai wel mee in een ploeg die samen kookt en eet. De weekenden ga ik naar huis. Dat kan goed, omdat er op vrijdagmiddag en maandagochtend geen colleges zijn."
De reis vanuit Apeldoorn naar Leuven is een ingewikkelde. „Ik ga met de trein en moet twee keer overstappen: in Rotterdam en in Mechelen. Het laatste stuk ga ik met de bus; die stopt voor de universiteit. Alles bij elkaar ben ik 4,5 uur onderweg. Ik vind dat niet erg, omdat ik boeken en een laptop bij me heb. Ik kan onderweg studeren."
Financieel moet Marianne nog een robbertje vechten met haar ouders. „Mijn OV-chipkaart geldt alleen in Nederland. Het stuk door België moet ik zelf betalen: dat kost me ongeveer 100 euro per maand." De Apeldoornse heeft lang getwijfeld over de keuze van haar studie. „Ik heb aan pedagogiek gedacht, aan geneeskunde, maar kwam elke keer weer bij theologie uit. Die keus is het nu helemaal."
Naam: Jan-Pieter Verolme
Leeftijd: 18
Woonplaats: Zeist
Middelbare school: vwo, Van Lodenstein College
Kerkelijk: Gereformeerde Gemeenten
Studie: moleculaire levenswetenschappen
Hij begrijpt dat niet iedereen snapt wat hij precies gaat studeren. Jan-Pieter doet een poging het duidelijk te maken: „Bij moleculaire levenswetenschappen ben je veel met scheikunde en biologie bezig, iets minder met natuur- en wiskunde. Je leert vooral hoe cellen in elkaar steken. 't Is eigenlijk vooral microbiologie. Na het bachelordeel kun je in verschillende richtingen masters volgen: farmacie, biotechnologie en nog veel meer. Zo hebben studenten vorig jaar onderzoek gedaan naar het materiaal van kogelvrije vesten. Ook onderzoek je hoe je medicijnen, bijvoorbeeld tegen kanker, precies op de juiste plek in het lichaam kunt brengen."
Waarom deze studie? „Ik ben breed geïnteresseerd, vind economie bijvoorbeeld ook boeiend, maar wilde geen al te technische studie. Bij moleculaire levenswetenschappen ben je vooral gericht op het verzamelen van kennis en minder op het produceren van dingen die je met die kennis kunt maken. Dat spreekt mij aan. Ik vind het op dit moment niet zo belangrijk te weten wat ik er straks mee kan worden. Dat wordt vanzelf duidelijk. Ik heb echt gekozen voor de studie. En voor de universiteit. Wageningen is voor mij redelijk dichtbij en staat voor deze opleiding als beste bekend."
Van het veilige Van Lodenstein College naar de boze buitenwereld in Wageningen, hoe heeft Jan-Pieter zich daarop voorbereid? „Op de Lodenstein is veel aandacht besteed aan de onderbouwing van de christelijke levensbeschouwing en het gesprek erover met andersdenkenden; onder andere bij het vak apologetiek. Ook het thema "schepping of evolutie" is uitgebreid behandeld. Daar krijg ik in Wageningen natuurlijk volop mee te maken. Ik kom daar tussen allemaal natuurwetenschappers terecht. Dat is anders dan wanneer je een taalwetenschap gaat studeren. Ik lees zelf ook veel over deze onderwerpen. Ik denk dat ik alles bij elkaar, thuis en op school, behoorlijk wat bagage op dit gebied heb meegekregen."
Jan-Pieter is de enige van zijn vwo-jaar op de Lodenstein in Amersfoort die moleculaire levenswetenschappen gaat doen. „In mijn klas was onder de jongens vooral Delft populair. Er gaan er in totaal vier naar Wageningen."
Voorlopig blijft Jan-Pieter thuis wonen. „Ik heb geen zin op kamers te gaan en meteen helemaal op mezelf aangewezen te zijn. Ik laat het koken nog graag aan m'n moeder over, want daar bak ik niet zo veel van."
Komende week gaat hij kennismaken met de CSFR in Wageningen. Waarom deze studentenvereniging? „Mijn zus heeft in Utrecht op de CSFR gezeten en had het daar goed naar haar zin. Ik wil ook gaan kijken bij de studentenkring van de Gereformeerde Gemeenten. Of het Wageningen of Utrecht wordt, weet ik nog niet."
Wat verwacht Jan-Pieter van een reformatorische studentenvereniging? „Houvast, bezinning. Op de universiteit zal ik weinig gelijkgezinde medestudenten ontmoeten. Daarnaast hoort een studentenvereniging voor mij gewoon bij het studentenleven."
tekst Evert van Dijkhuizen, beeld ANP
Kleinste man in rugzak de wereld over