Jongeren over de hel: vuur, pijn, geschreeuw (video)

LCJ   25 apr. 2016 | tekst Gertjan de Jong (LCJ), beeld Klomp Creative
DSC02154
DSC02105

De hel, bestaat die echt? Hoe zou het daar zijn? De hel roept veel vragen op. Naar aanleiding van het ABC van het geloof in gesprek met vier jongeren over dit moeilijke thema.

„Wat voor beeld ik heb van de hel?” Marjoke Brandwijk (17) valt even stil. Dan zegt ze: „Ik denk aan een soort put, diep onder de grond. Met veel vuur, pijn en ik stel me er ook een soort duivelhoofden bij voor. En ik denk aan mensen die huilen en schreeuwen.”

Ruben de Bruijn (24) werd als kind erg geraakt door het tandenknarsen in de hel waarover de Bijbel spreekt. „Dat lijkt me zo’n verschrikkelijk geluid. Om dat voor altijd te horen… Het lijkt me heel afschrikwekkend.”

Jochebed van Meerendonk (19) moet bij de hel denken aan een schilderij dat ze vroeger eens op school had gezien. „Je zag
daarop hoe allerlei mensen elkaar uitmoorden en er vonden verkrachtingen plaats. Het was een plek van vuur en wreedheid, en dat is ook mijn beeld van de hel.”

Rechtvaardig
Echt twijfelen doen de jongeren niet aan het bestaan van de hel. Wel roept de hel vragen bij hen op. Ruben: „De hel komt vaak voor in de Bijbel. De Heere Jezus spreekt er Zelf over en ook in Openbaring wordt het een aantal keer genoemd. Ik vind het weleens lastig te koppelen aan het beeld van God als liefdevolle Vader. Tegelijk weet ik: Hij is ook rechtvaardig.”

Ruud Hofman (20) herkent die vraag: „Ik ken mensen die werken voor Artsen zonder Grenzen. Ze doen veel goede dingen en zijn soms zelfs bereid om hun leven te geven. Doen ze dat allemaal voor niks als ze geen liefde voor de Heere Jezus hebben? Daarin kan ik God niet begrijpen, maar ik vertrouw op Zijn wijsheid.”

Marjoke: „God houdt van mensen en toch laat Hij er naar de hel gaan, dat vind ik lastig. En ik weet wel: dat is onze eigen schuld, maar het blijft moeilijk.”

Confronterend
Is het belangrijk om met anderen te praten over de hel? Ruud denkt van wel. „Ik heb de hel heel lang verzwegen”, vertelt hij. „Maar toen ging ik bij mijzelf nadenken: Waarom vertel ik wel over de hemel en niet over de hel? Geloof ik dan niet in de hel of vind ik het te confronterend? Toen heb ik ervoor gekozen om mensen ook over de hel te vertellen. Zo kun je iets van de noodzaak laten voelen om de Heere Jezus te leren kennen, voordat het te laat is.”

Want als je gelooft in de Heere Jezus, hoef je niet bang te zijn voor de hel, aldus de jongeren. „Ik heb wel tijden gehad dat ik niet die zekerheid had dat ik een kind van God was”, vertelt Jochebed. „Dan voelde ik ook wel die angst. Want de Bijbel is heel duidelijk: als je geen kind van God bent, kom je niet in de hemel maar op een andere plek waar God niet is. Nu weet ik gelukkig zeker dat ik naar de hemel mag gaan als ik sterf.”

Foto: Ruben, Jochebed, Ruud en Marjoke


Veilig in de Heere Jezus
„Wie ontkomen er aan de hel? De Bijbel zegt: „Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.” Geloof in de Heere Jezus en dan ben je veilig!” Dat zegt dr. M. J. Kater in een filmpje over de hel van het project ABC van het geloof. 

Bekijk hier het filmpje op abcvanhetgeloof.nl of hieronder:

 


ABC van het geloof
”Hel” is een van de kernwoorden die worden uitgewerkt op de website abcvanhetgeloof.nl. Deze website heeft als doelstelling om in begrijpelijke en eigentijdse taal de diepe inhoud van het christelijk geloof en gereformeerde belijden aan jongeren door te geven. Het is de hoop van de initiatiefnemers dat jongeren hierdoor de betekenis voor eigen leven gaan zien.


Dit bericht is onderdeel van het Thema Dossier "Themadossier: Kernwoorden van het geloof"

Bekijk het dossier    
Terug naar nieuwsoverzicht geloof

D.Janson

27 april 2016



















Ik ben het met de L.Weerstand eens. Hierop het dringende advies:
laten we te rade gaan bij het woord van God. Dát is levend en krachtig en maakt
scherp onderscheid tussen de dingen (Hebr. 4:12). Woorden van mensen, hoe vroom
ze ook klinken, zijn woorden van menselijke wijsheid (1 Kor. 2:4) en
krachteloos.



Nergens wordt er in
de Schrift vanuit gegaan dat de mens verantwoordelijk is voor zichzelf. Een
mens dient wél rekenschap af te leggen van zijn daden.



Elk mens zal namelijk voor Gods troon
verschijnen. Voor het merendeel van alle mensen geldt dat ze gericht
(=rechtgezet) zullen worden voor de grote witte troon (Op. 20:11 vv). Daar zal
alles wat men gedaan heeft, ook in het verborgene, openbaar worden. Het
schepsel zal geconfronteerd worden met zijn Schepper en al zijn daden zullen
aan het licht komen:



1 Korinthe 4



5 Daarom, velt geen oordeel vóór de
tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het
licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken (NBG)



Romeinen 2



6 Welke een iegelijk vergelden zal
naar zijn werken;



7 Dengenen wel, die met volharding in
goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige
leven;



8 Maar dengenen, die twistgierig
zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam
zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden;



9 Verdrukking en benauwdheid over
alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en ook van den
Griek;



10 Maar heerlijkheid, en eer, en
vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en ook den Griek (SV).



Degene die het kwade heeft gewerkt,
wordt verdrukking en benauwdheid vergolden. De mensen zullen al hun daden in
hun leven zien in het licht van hun Schepper. Men zal daar weten wat men gedaan
heeft, wat men anderen aangedaan heeft en dat men zijn Schepper ongehoorzaam is
geweest. De waarheid komt aan het licht en dat is genoeg om een mens in
verdrukking en benauwdheid te brengen. Er wordt hier niet gesproken over een hel, of over foltering of iets
dergelijks.



In alle teksten die hier boven worden
genoemd en waarover beweerd wordt dat Jezus in deze teksten (Matth. 5:22,
Matth. 5:29, Luk. 12:5) het woord hel gebruikt, staat in de grondtekst Gehenna. Gehenna is het Griekse woord
voor het dal van Hinnom. Dit is een dal ten zuiden van Jeruzalem, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Gehenna



Gehenna is een plaatsnaam en zou dus
daarom ook niet vertaald moeten worden. Plaatsnamen worden niet vertaald. En
hoe men aan het vertaalwoord hel is
gekomen, is helemaal raadselachtig en duister en is gebaseerd op theologische
interpretatie en traditie en niet op vertaling. Gehenna vertalen met hel is pure bedriegerij en het verdraaien van
Gods woord.



In de vier evangeliën komt het woord Gehenna 11 keer voor, namelijk in Matth.
5:22,29,30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marc. 9:43,45,47 en Luk. 12:5. Daarnaast
komt het woord nog voor in Jak. 3:6.



In de NBV vertaling heeft men alle
keren dat het woord voorkomt, op één keer na, het woord als plaatsnaam laten
staan en weergegeven met Gehenna. Dat
is correct.



Plaatsnamen dienen vertalers niet te
vertalen. Plaatsnamen als: Jeruzalem, Hebron, Galilea, enz. worden niet
‘vertaald’, maar ongewijzigd weergegeven. Ook andere plaatsaanduidingen, zoals:
het dal van Achor (Jes. 65:10) en de vlakte van de Jordaan (2 Kron. 4:17)
worden in de bijbelvertalingen weergegeven als plaatsnamen en zo hoort het ook.



Als Jezus zeg in:



Marcus 9



43 En indien uw hand u ergert, houwt ze af;
het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende,
heen te gaan in de hel Gehenna, in het onuitblusselijk
vuur;



44 Waar
hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.



45 En indien uw voet u ergert, houwt hem af;
het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende,
geworpen te worden in de hel Gehenna, in het onuitblusselijk
vuur;



46
Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.



47 En indien uw oog u ergert, werpt het uit;
het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan
twee ogen hebbende, in het helse vuur
van Gehenna geworpen te worden;



48 Waar
hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.



Refereert Hij aan de woorden die we
vinden in het slot van Jesaja.



Drie maal vinden we in dit gedeelte
in Marcus de frase: “Waar hun
worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt” en exact hetzelfde vinden
we in:



Jesaja 66



23 En het zal geschieden, dat van de ene
nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees
komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.



24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen
de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur
zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen
(SV).



In de 1000 jaar, het
Koninkrijk waarin Christus zal regeren op aarde, zullen de volkeren bij
gelegenheid optrekken naar Jeruzalem ‘om voor mijn aangezicht te aanbidden,
zegt JAHWEH’.



Deze reizigers zullen
de dode lichamen zien (:24) van degenen die omgekomen zijn, en die tegen JAHWEH
overtreden hebben. Vergelijk Jes. 66:16.



Dat is een
huiveringwekkend en macaber schouwspel, maar valt in het niet bij een eindeloze
foltering in de hel.



Hel is
een ongezond woord (2 Tim. 1:13), dat niet voorkomt in de Schrift. God kent
geen hopeloze gevallen. Hij laat niet varen de werken van Zijn handen (Ps.
138:8). Ook de dode lichamen die daar in het Dal van Hinnom zullen liggen,
zullen levend gemaakt worden, want de Schrift leert:



1 Korinthe 15



22 Want gelijk zij
allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt
worden.



(…)



26 De laatste vijand,
die te niet gedaan wordt, is de dood (SV).



2 Timotheüs 1



10 (…) Jezus Christus,
Die den dood teniet doet, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht
brengt door het Evangelie.

Consequenties wanneer er een hel zou bestaan
1) God Plande bewust dat bijna heel zijn schepping voor altijd gefolterd word(uitverkiezing)
2) God heeft hopeloos gefaald, omdat zijn doelstelling, het redden van alle mensen (1Tim2:3-4) niet is bereikt
3) Christus grote lijden op Golgotha is tevergeefs geweest, omdat hij kwam om de werken van de duivel te verbreken(1Joh3:8) en dar is christus niet in geslaagd
4) God is slachtoffer geworden van zijn eigen schepselen
5) De bijbel is niet betrouwbaar. Alle aangehaalde teksten zijn niet waar..
Door al de eeuwen heen zijn de kerken en denominaties nooit van het begrip 'hel' los kunne komen. En zo bleef de ware betekenis van het woord 'hel' voor bijna alle gelovigen verborgen, met alle verwarring en lijden van dien. HET BEGRIP 'HEL' IS EEN VAN DE GROOTSTE DWALINGEN IN DE CHRISTELIJKE GELOOFSGESCHIEDENIS OOIT.



Naar mijn beleving zijn de mensen bang gemaakt met het bestaan van hel ... De hel heeft niets met Gods woord te maken. De bijbelse begrepen die vertaald zijn met 'hel', hebben een andere betekenis. Het stand begrip voor dood is in de Bijbel een staat van onbewustzijn. Hades en Sheol staan in verband met de ziel en niet met de geest en worden ook voor gelovigen gebruikt. De poel des vuur is een loutering voor ongelovigen om hen voor te bereiden tot een herstel met God. Vuur en zwavel zijn een beeld van reiniging en zuivering. Met het bestaan van een 'hel' wordt het evangelie van angst, in plaats van een evangelie van de blijde boodschap van genade. Gods wezen wordt zo in een verkeerd daglicht gesteld. De eeuwigdurende hel is één van de grootste dwalingen in de christelijke geloofsgeschiedenis ooit...
Een hartelijke groet,
Dubbele Janson, Urk



L.weerstand

25 april 2016

Gehenna

In het Nieuwe Testament kan ‘hel’ ook de vertaling van ‘gehenna’
zijn. Het is afgeleid van het Hebreeuwse woord ‘gaj Hinnom’, dat ‘dal
van Hinnom’ betekent.

• Matth.5:22 - NBG ‘hellevuur’ (lett.: ‘Gehenna van vuur’); SV ‘helsche vuur’, HSV ‘helse vuur’

Jezus spreekt in Mattheus 5 tegen de Joden en doet dat met het oog op het Koninkrijk van de hemelen.


Hades

‘Hades’ is een Grieks woord, want het Nieuwe Testament is in het
Grieks geschreven, wij gebruiken een vertaling. Letterlijk is de
betekenis ‘niet-waarneembaar’. Nergens wordt het gecombineerd met vuur
of iets dergelijks.

• Matth.11:23 - NBG-vertaling: ‘dodenrijk’ (lett.: onwaarneembare’); SV en HSV ‘hel’.
Lees je erna de SV of de HSV, dan denk je: Ja, die dominee heeft gelijk.

Maar de waarheid is, dat Jezus nooit over de ‘hel’, zoals die door
mensen gezien wordt, gesproken heeft. Hij gebruikte het woord ‘gehenna’.
Ja, dat dal bij Jeruzalem. Als je terug kijkt naar wat er staat over
‘gehenna’, wordt je duidelijk, dat het helemaal niet over de ‘hel’ gaat,
maar over het ‘gehenna’. Er staat niets over ‘eeuwig’, ‘vuur’ en
‘verdoemd’ zijn.


Niet de hel, niet de straf, niet de klem van
menselijk denken of van theologische leerstellingen bepaalt wat ons
staat te wachten, maar wat God in de Zoon deed om t.Z.t. de mens, ja: de
hele mensheid aan zijn hart te drukken. God is de Redder van alle
mensen. Een gelovige, jij, mag dat nu al weten en eruit leven!


Dus: als jij mij nu zou vragen: De hel? Dan is mijn antwoord: Dat is een park bij Jeruzalem!