Deze sporten doen onze WhatsAppvolgers

Puntuit   12 jan. 2018 | tekst Puntuitredactie, beeld Pixabay
2018-01-12-pkPUN16-sport-5-FC

Vertel eens over jouw sport? Dat verzoek stuurde de Puntuitredactie via Whats­App aan haar volgers. Een selectie van de appjes die we terug­kregen.

Ons ook volgen via WhatsApp? Dat kan door ”Puntuit AAN” te sturen naar onze redactie­telefoon (0657357435).

„Zaalvoetbal vergt veel van je lichaam”

Bart Klijn (20) uit Gouda beoefent maar liefst twee sporten: voetbal en wielrennen. „Dat laatste alleen in de zomer, want ik ben een mooiweerfietser.” Voetballen doet Bart elke week. Zowel op het veld als in de zaal. „Op de grasmat train ik elke donderdagavond. Af en toe spelen we op zaterdag­middag een wedstrijd. Het gaat vooral om de gezelligheid. Zeker op de zaterdagen hangt er een fantastische sfeer op de club. Lekker met elkaar een potje voetballen en daarna samen nog wat drinken.”

Aan zaalvoetbal doet de Gouwenaar op zaterdagavond. „Voet­ballen in de zaal vergt veel meer van je lichaam dan het spel op het gras. Je maakt constant korte, intensieve sprintjes. Zaalvoetbal vraagt meer techniek dan op het veld. Dat maakt het leuk. En blessuregevoelig.”

„Tijdens het skeeleren waait je hoofd lekker leeg”

„Skeeleren vind ik heerlijk”, appt Liselotte Verhage (13) uit ’s-Gravenpolder. „Ik geniet van de natuur en laat mijn hoofd lekker leegwaaien. Ook vind ik het fijn om even alleen te zijn en te ontspannen.”
Eerder skeelerde Liselotte naar eigen zeggen bijna elke dag. „Nu doe ik het alleen nog zomers, op zaterdag, en in de vakantie.”
Soms neemt Liselotte een vriendin mee op haar skeelertocht. Haar vriendin wil zichzelf ook nog weleens verplaatsen met haar longboard.

„Ik ben meer van de denksport”

Voor het oplossen van Zweedse puzzels, sudoku’s en paspuzzels is Thirza Swijnenburg (13) uit Krimpen aan den IJssel altijd te porren. Sportieve prestaties levert ze vooral met haar hersenen, zegt de denksporter. „Aan gewone sport doe ik niet.”
Sudoku’s vindt Thirza leuk omdat die niet met woorden en letters hebben te maken, maar met cijfers. „Als ik dat even zat ben, ga ik paspuzzels maken. Die zijn gemakkelijker dan sudoku’s. Zo komt mijn hoofd tot rust.
Zweedse puzzels maak ik voor mijn kennis van de taal. Ik vind het interessant om na te gaan of ik een ander woord voor de omschrijving weet. In mijn puzzel­boek staan ook andere zoek­plaatjes, zoals de husselwoordzoeker. Daarbij moet je letters wisselen tot er een bestaand woord ontstaat. Zo raak je het puzzelen niet zat.”

„Honderd kilometer fiets ik met gemak”

Erica van Middelkoop (15) uit Hardinxveld-Giessendam fietste in september de Franse bergpas Col du Galibier op. Om geld op te halen voor Fiets voor een Huis, een actie van Woord en Daad voor huizenbouw in Bangladesh. Dat kon niet ongetraind.
„Doordat ik zo veel moest trainen, kreeg ik de smaak van het fietsen te pakken en ben ik begonnen met wiel­rennen.
Nu ga ik elke dag op mijn racefiets naar het Gomarus in Gorinchem. Zo leg ik zo’n 125 kilometer per week af. Met mooi weer fiets ik graag een extra rondje. De afstand ligt dan tussen de 50 en de 100 kilometer. Maar meer dan dat is ook geen probleem.”


Dit bericht is onderdeel van het Thema Dossier "Themadossier: Sport en beweging"

Bekijk het dossier    
Terug naar nieuwsoverzicht binnenland