Familie Van Rijswijk gaf gestrande Franse scholieren gastvrij onderdak

Puntuit   19 mei 2017 | RD, beeld familie M. van Rijswijk
2017-05-18-REG1-kinderdijk-4-FC(1)

De familie Van Rijswijk heeft 55 Fransen in hun woning laten overnachten die bij de molens van Kinderdijk waren gestrand. „Als je het van tevoren bedenkt, zou je het niet voor mogelijk houden. Maar het ging, en we zouden het zo weer doen.”

Het viel Jacqueline van Rijswijk woensdagmiddag op dat een bus uit het Franse Lille zo lang voor haar huis bleef staan. „De monteur is onderweg, werd er gezegd toen ik ging informeren. Maar om acht uur ’s avonds stond de bus er nog. Toen heb ik hen naar een restaurant verwezen: 51 leerlingen, vier begeleiders en de buschauffeur. Wij spreken geen Frans, maar met een beetje Engels kom je er ook.”

Niets gehoord

Urenlang probeerde de monteur de motor van de bus weer aan de praat te krijgen. Tevergeefs. „En ondertussen waren de leerlingen weer terug uit het restaurant en zaten ze in het gras te wachten. Het was een warme dag, en ze waren moe. Om elf uur zei ik: Ik ga zo niet naar bed, als die kinderen daar in het gras zitten. We hebben de politie gebeld en andere instanties, maar niemand was op dat tijdstip bereikbaar of in de gelegenheid iets te regelen. Er hoefde alleen maar een bus te komen om hen naar hun hotel in Den Haag te brengen, waar al hun spullen waren, maar het lukte niet.

Toen hebben we die mensen in huis gehaald. Dat wezen ze eerst af; ze wilden ons niet tot last zijn. Maar wij wilden dat ze binnenkwamen. We hebben een grote dijkwoning, dus dan kan er veel. De meisjes sliepen in de huiskamer, de jongens in het onderhuis. In de stoelen, op de bank of op kussens op de grond. Dekens waren niet nodig.”

De scholieren van College Belle Étoile in Montivilliers –14 en 15 jaar oud– waren erg gehoorzaam, zegt hun gastvrouw. „De leiding zei: „Licht uit; stil”, en we hebben de hele nacht niets gehoord. Mijn man en ik deden geen oog dicht. We zijn ’s nachts nog gaan kijken, maar in de huiskamer sliep iedereen en in het onderhuis ook. Ze waren natuurlijk uitgeput, ook door de warmte.

De chauffeur sliep in de bus; hij wilde er niet bij weg. ’s Morgens huilde hij. Hij kon er niet over uit dat niemand had geholpen, zowel van zijn organisatie in Frankrijk als instanties in Nederland.”

Gratis brood

Om zes uur in de ochtend belde Van Rijswijk naar bakkerij Stam. „Ze hebben twee kratten vol brood gebracht en wilden er niets voor hebben. Andere etenswaren hadden we in huis. Ik heb zelf pubers, dus dan heb je veel voorraad. Eieren haalden we uit ons eigen kippenhok. De gasten hebben in groepen van acht gegeten; zoveel passen er rond onze eettafel. Nutella vonden ze kennelijk lekker; er waren drie potten leeg.”

Het Kinderdijkse echtpaar ging weer bellen. „De gemeenteambtenaren van Molenwaard hadden een dagje uit, en hun calamiteitennummer was door een storing niet bereikbaar. Toen kwamen er twee politieagenten en die regelden dat er om tien uur een vervangende bus was.”

Ondanks de slapeloze nacht heeft Van Rijswijk geen spijt van haar actie. „Die kinderen waren vermoeid en emotioneel, dus je slaat een arm om hen heen en zegt: Kom lekker mee. Als mijn kinderen in Frankrijk zouden stranden, hoop je ook dat ze worden opgevangen.

Terug naar nieuwsoverzicht binnenland