Konijnen aaien op je examen

Puntuit   13 jun. 2018 | tekst Anke de Vreede, beeld Jaco Klamer
jlk jun 12 2018_37

Voorzichtig tilt Rik Stomphorst (15) uit Achterberg een konijn uit zijn hok. Als onderdeel van zijn praktijkexamen Groen checkt hij of het dier gezond is. Hij aait over de zachte vacht. „Zo houd ik het dier rustig”, legt hij uit.

Aan Rik de taak om te beoordelen hoe gezond het konijn is. Kritisch bekijkt hij de bruingrijze vacht. „Die is schoon en gezond”, zegt hij tevreden. Het konijn snuffelt aan zijn matje, aan het kleine plastic hokje om hem in te vervoeren en aan Rik. „Hij is nieuwsgierig, kijk maar”, wijst hij naar het snuffelende beestje. „Als ik hem niet vasthoud, loopt hij over de hele tafel.” „Nieuwsgierig”, schrijft hij op in het vakje ”gedrag”.

Rik probeert het beest in de ogen te kijken. „Helder”, constateert hij. Het dier heeft geen traanogen. Dan is de vacht aan de beurt. Ook daar is de examenkandidaat tevreden over. „Schoon en gezond”, schrijft hij op.

Op zijn sokken loopt hij naar buiten om het konijn weer terug in zijn hokje te zetten. Riks klompen staan buiten de deur van het lokaal. „Die maken te veel herrie, dus die moest ik uit doen”, grijnst hij.

Aan een andere tafel staat Julius Split (15) uit Huizen. Hij aait een pluizig lichtbruin konijn. „Hij is heel zacht, de vacht is echt mooi.” Stil zit het dier op zijn matje. Alleen de neus beweegt. In een keurig handschrift heeft hij de checklist ingevuld, alleen de nagels moet Julius nog controleren. Dat vindt het konijn het minst leuke onderdeel van de inspectie. Hij trappelt met zijn voorpoten, maar Julius houdt het beestje stevig vast en slaagt erin de nagels te bekijken. „Niet te lang. Prima”, zegt hij tevreden. „Als konijnen in een hok zitten, slijten de nagels niet hard genoeg. Daarom moeten ze af en toe worden geknipt”, legt hij uit, terwijl hij het konijn even in het reishokje zet.

Terwijl Julius de nog openstaande vragen op zijn antwoordblad invult, steekt het konijn nieuwsgierig zijn kop buiten het hokje. Hij snuffelt aan Julius’ pen. Die lacht.

Bloemetje

Op drie hoge tafels liggen bloemen uitgestald. Alsof dit het honderdste boeketje is dat ze maakt, schikt Janita van Kruistum (15) uit Veenendaal wat takjes om tien gekleurde rozen. „Bloemschikken is mijn ding, dit wil ik later gaan doen”, vertelt ze enthousiast. „Ik werk in een bloemenzaak als bijbaantje. De komende weken ga ik er ook stage lopen. Ik heb nog niet veel boeketjes gemaakt, maar ik heb wel bij collega’s gezien hoe het moet.” Ze wikkelt haar boeket in speciaal papier en vouwt de uitstekende papierpunten om. „Klaar.”

Een tafel verder staat Jorian van Dalfsen (14) uit Veenendaal. Hij haalt zijn boeket voor de zoveelste keer uit elkaar. „Dit is écht niks voor mij”, verzucht hij. Jorian wil hovenier worden. „Kijk maar, dit is van het straten”, zegt hij lachend terwijl hij een blauwe vingernagel in de lucht steekt.
Omdat er in het profiel Groen veel onderdelen getoetst worden, van bloemschikken tot stratenmaken, ontkomt de hovenier niet aan het maken van een boeket. Maar hij blijft optimistisch. „Ik probeer gewoon iets. We komen er vanzelf.” Hij vat moed voor de tweede poging om een touwtje om de stelen te knopen. „Je moet gewoon durven”, moedigt de docent Jorian en de andere jongens aan. „Dan lukt het echt wel.”

Met een kritische blik bekijken Jorian en de andere jongens hun boeketje. „Redelijk tevreden”, is Jorians commentaar. Maar of hij het bosje bloemen cadeau zou doen?


Janita: „Ik doe graag iets creatiefs”

Het examen zit er bijna op. Hoe ging het?
„Het is wel pittig. Je bent twee volle dagen bezig met heel verschillende opdrachten. Gelukkig hebben we alles al wel een keer geoefend en behandeld. Sommige dingen, zoals stratenmaken, vind ik écht niet leuk. Maar je leert dat door te oefenen. Al met al heb ik een goed gevoel over het examen.”

Kon je je op het examen voorbereiden?
„Neuh. Dit is puur praktijk, we hebben dit al zo vaak geoefend. Tien uur per week krijgen we praktijkles. Wat we moeten doen vind ik dus niet moeilijk. Het enige waar ik soms over struikel is het leeswerk. Elke opdracht staat heel uitgebreid beschreven. Je moet dus goed lezen en dat vind ik lastig. Maar als ik dat nu niet doe, weet ik ook niet wat de opdracht precies is.”

Je wilt bloemist worden. Waarom?
„Het is weer eens wat anders. De meeste meisjes willen de zorg in. Ik ben liever creatief bezig. Je kunt zó veel verschillende boeketten maken. Decoreren vind ik ook leuk. We versieren de school ook weleens. In de gang staat een soort houten schutting moet nepbloemen. Die heb ik met een paar anderen versierd.”


Praktijkexamen Groen

Al in de derde klas van het voorgezet onderwijs doen de vmbo-leerlingen op het Van Lodenstein College in Hoevelaken praktijkexamen. In de vierde klas krijgen ze ook praktijklessen, maar dan verdiepen ze zich in de richting waarin ze verder willen. Tuinen aanleggen, veehouderij, dierverzorging, bomen kweken of bloemschikken bijvoorbeeld. Het algemene praktijkgedeelte ronden ze in de derde klas af.

Het praktijkexamen Groen bestaat uit verschillende onderdelen, zoals grondonderzoek doen en een maaltijd bereiden, en duurt twee dagen.

Terug naar nieuwsoverzicht binnenland