Wat je moet weten als je op een studentenvereniging wilt

Puntuit   20 jul. 2018 | tekst Laura Kraaijeveld, beeld RD, Henk Visscher
2018-07-20-pkPUN16-PUopening20_1-7-FC_web

Het studentenleven wacht voor Myrthe van der Heide (18) uit Ridderkerk. Na het vwo op de Guido de Brès in Rotterdam gaat ze de studie humanresources­management (hrm) in Breda volgen. Maar hoe ziet het studentenleven eruit? Gaat ze bijvoorbeeld naar een studenten­vereniging? Myrthe is druk bezig om zich te oriënteren.

Een christelijke studenten­vereniging heeft veel te bieden, denkt Myrthe. „Van mijn studiegenoten zullen de meesten waarschijnlijk niet christelijk zijn en op catechisatie is niet iedereen student. Op een christelijke studentenvereniging zijn leden christen én student. Zo kunnen mooie en waarde­volle vriendschappen ontstaan”, verwacht Myrthe.

Studentikositeit
In haar omgeving zijn de meningen over een studentenvereniging verdeeld. „Sommige mensen vragen zich af waarom je ooit lid van een studenten­vereniging zou willen worden. Misschien omdat deze soms negatief in het nieuws komen. Toch zijn anderen enthousiast en zeggen dat het erg waardevol is om lid van een studentenvereniging te zijn.”

Voorlopig trekt Myrthe haar eigen plan en heeft ze een open avond van de studentenvereniging CSFR in Rotter­dam bezocht. „Een aantal goede vrienden van mij ging, dus ook ik was benieuwd naar hoe het er op zo’n vereniging aan toegaat.” Dat viel niet tegen. „Het was leuk om bij de vereniging te kijken om te zien hoe de studenten zijn en hoe een avond met een lezing eruitziet. Alleen die aanspreekvormen, zoals ”meneer de preses”; voor mijn gevoel gebruikten de verenigingsleden elke keer weer een andere term. Maar je schijnt eraan te wennen”, lacht de aankomende hrm-studente. „Het studentikoze aspect hoeft van mij niet, maar ik vind het wel grappig. Het zorgt voor een typisch studentensfeertje.”

De ontgroening, die er bij de CSFR ook bij hoort, ziet Myrthe nog niet zo zitten. „Het lijkt me verschrikkelijk. Ik ben niet zo onderdanig aangelegd, dus als ik iets moet doen, denk ik waarschijnlijk: doe het lekker zelf. Maar het hoort erbij en op dat moment kan ik er vast wel de humor van inzien.”

Myrthe is niet bang dat de vereniging haar te veel tijd zal kosten. „Ik vind het belangrijk dat je naast je studie ook nog tijd vrij kunt maken voor andere dingen. Dat was op het vwo ook nooit een probleem.”

Geloofsvragen
De meerwaarde van een christelijke studentenvereniging vergeleken met andere verenigingen is dat studenten waarschijnlijk met vergelijkbare geloofsvragen rondlopen, verwacht Myrthe. „Natuurlijk neem ik het geloof voor waar aan, maar tegelijkertijd heb ik vragen. Ik zou het fijn vinden om hier met andere studenten over na te denken, omdat je dezelfde leefwereld en manier van denken hebt.

Ik ben van plan me in te schrijven bij de CSFR, want alleen als je lid bent, kun je echt bepalen of het iets voor je is.” En de ontgroening? „Die neem ik dan maar voor lief”, glimlacht Myrthe.

Dit is het vierde en laatste deel van een serie over het studentenleven.


 

Gekke gewoontes op een studentenvereniging

Tafelmanieren. Als je je telefoon tijdens het eten gebruikt en je wordt betrapt, dan heb je de keuze om óf je hoofd óf je telefoon in een emmer water te stoppen.

Aanspreekvormen. Van ”meneer de tafelpreses” tot ”mevrouw de abactis”. Als je dit vergeet, wordt wat je zegt al niet meer serieus genomen.

Vergaderingen. Die duren gerust tot diep in de nacht. Dit geldt overigens ook voor de borrels.

Ontgroening. De nieuwe jaargroep moet een reeks van uitdagingen volbrengen om bij de vereniging te gaan horen. Ouderejaars, die de ontgroening organiseren, zijn hier erg enthousiast over. Of dat ook komt doordat ze het zelf hebben moeten doorstaan?

Brassen. Studentenverenigingen ‘stelen’ onderling objecten met emotionele waarde, zoals een vaandel. Hier gaan vaak stoeipartijen en ontvoeringen aan vooraf. De getroffen vereniging moet aan een aantal voorwaarden voldoen om het object weer terug te krijgen.

Verenigingslied. Een van de eerste dingen die een nieuw lid leert, is het verenigingslied. Het is dan ook een absolute schande als men lid is van de vereniging, maar niet in staat is het verenigingslied uit volle borst mee te brullen.

Jasje-dasje. Een gewoonte bij veel verenigingen is dat men zich voor officiële avonden, zoals lezingen, flink opdoft. De das wordt op dat soort avonden ook zeer gewaardeerd en beschouwd als hét toonbeeld van een student die zichzelf en de vereniging serieus neemt.

Genootschappen. Dit zijn studenten die een groepje binnen de vereniging vormen, waarbij zij regelmatig afspreken en een gezamenlijk outfit delen (allemaal hetzelfde jasje met het logo van het genootschap achterop bijvoorbeeld).


 

Er zijn verschillende grote en kleine christelijke studenten­verenigingen. De bekendste op een rijtje.

Semper Fidelis. Bevindt zich in Gouda. Vaste verenigingsavond: dinsdagavond. Staat voor: vertrouwen, verbinden en verdiepen, studiekarakter én studentikositeit.

Depositum Custodi. Bevindt zich op verschillende plaatsen in het land. Verenigingsbrede avonden zijn in Utrecht. Vaste lezingavond: donderdagavond. Staat voor: verdieping, bezinning, bewapening en vriendschap. Draait voor het grootste gedeelte om en op kringen.

CSFR. Bevindt zich in Amsterdam, Delft, Eindhoven en Tilburg, Groningen, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht en Wageningen. Landelijke activiteiten zoals een winterconferentie en een sportdag. Staat voor: studie­karakter én studentikositeit.

Solidamentum. Bevindt zich in Ede, Gouda en Zwolle. Activiteiten: lezingen, studiekringen en informele avonden. Staat voor: bezinning en vriendschap.


Dit bericht is onderdeel van het Thema Dossier "Serie: Studenten in spé"

Bekijk het dossier    
Terug naar nieuwsoverzicht binnenland