Half zes in de ochtend. De wekker meldt een nieuwe dag. Benieuwd wat deze dinsdag oplevert.
Ik ben niet de enige die er zo vroeg uitstapt. Ook André en Peter zijn al uit de veren. We schudden elkaar de hand. Beide heren zijn door de wol geverfde Cimicmilitairen. Die afkorting staat voor "civil-military cooperation". In geval van oorlog is het hun taak gesprekken aan te knopen met de lokale bevolking om informatie op te doen en vertrouwen te wekken.
Ondertussen hijs ik me in mijn kleren. Die zijn wat klam geworden na een tropische nacht. Ik voel me stram en stijf. Misschien had ik toch maar beter lange mouwen aan kunnen trekken. Ook gezien het aantal muggenbulten dat er deze nacht is bijgekomen.
Als ik de flap voor aan de tent opensla, komt de warmte me al tegemoet. En dat om zes uur in de ochtend. Voor het eerst zie ik het kampement bij daglicht. Allemaal tenten in keurige rijen. Tussen de militaire onderkomens staan allerlei objecten; vlaggen van het Nederlands elftal, kratten drinken, muskietennetten, stoeltjes, veldbedden. Ook wat dat betreft is hier genoeg te zien.
Op mijn slippers loop ik naar de andere kant van het terrein om wat water in mijn gezicht te gooien. Verder ga ik getooid in een korte broek en een gestreept shirt. Dat levert nogal wat nieuwsgierige blikken op. Een burger op een oefenterrein is een uitzondering.
Dat sentiment wordt helemaal duidelijk als ik in de rij sta voor het ontbijt. André spreekt mij quasivermanend toe. „Gast, het is hier geen camping. Na het eten moet je echt even een lange broek en hoge schoenen aantrekken."
Maar eerst eten. Brood en melk of karnemelk zijn voldoende aanwezig. Een soldaat die corvee heeft, schept koffie in plastic bekertjes. „Zorg dat je flink eet", adviseert Peter. „Je zult het nodig hebben vandaag." Vier broodjes kaas en twee koppen koffie verder ga ik terug naar mijn tent.
Ik slaap in zo'n typische groene legertent; groot en ruim. Ik schat de oppervlakte op 30 vierkante meter. In de tent zijn mijn nieuwe makkers zich inmiddels aan het omkleden. Ik stel me voor als RD-journalist. Voor de meesten blijkt de krant onbekend te zijn.
Als ik vraag of ik vandaag mee mag op een schietoefening, word ik meewarig aangekeken. „Je komt er nog wel achter wat het leven van een soldaat is", merkt een van de jongens op. Is dat een voorbode van slecht nieuws?
Maar nu eerst naar de majoor. Wat zou hij me te melden hebben?
tekst en beeld Jan Mark ten Hove
Als journalist twee dagen in het leger. Vandaag deel 2 in een serie. Klik hier voor de andere afleveringen.