Leerlingen zijn over het algemeen best gezagsgetrouw. Dat is de ervaring van J. L. Vermeulen, docent maatschappijleer en geschiedenis aan het Driestar College.

Scholieren vinden het „logisch dat de docent de touwtjes in handen heeft, zegt Vermeulen, ook teamleider havo 4. „Ze hebben over het algemeen behoefte aan gezag. De meesten accepteren duidelijke regels aan het begin van het jaar. Wees stil als de docent spreekt. Behandel elkaar met respect. Maak elkaar niet uit voor rotte vis. Blijf van andermans spullen af.”

Het wordt lastig als een leraar geen orde kan houden. „Een deel van de leerlingen reageert dan te weinig volwassen. Die scholieren denken er dan niet over om een stapje terug te doen, maar ze gaan doen wat ze zelf willen.”

Vermeulen merkt dat sommige leerlingen „heel mondig” zijn. ”Als leraar moet je daarom goed weten waarom je iemand straf geeft. Pas was iemand de klas uitgestuurd, omdat hij te veel had gepraat. Die jongen zei: „Ik snap er niks van. Ik ben kwaad.” Die mondigheid kan te ver gaan. Dan blijven leerlingen maar bezwaren maken. Dan denk ik wel eens: Wil je nou echt niet inzien dat je fout was? Maar er zit ook een positieve kant aan die mondigheid. Leraren worden gedwongen om zich rekenschap te geven van wat ze doen.”

Dat docenten over de tong gaan, kan Vermeulen wel begrijpen. „Laten we eerlijk zijn, praten over leraren behoort tot de leefwereld van jongeren. Maar soms heb ik wel het idee dat scholieren te weinig beseffen hoeveel macht ze hebben om iemand te beschadigen. Als ze bij een beginnend docent alleen maar doen wat ze zelf willen, kan die leraar het gevoel krijgen dat hij toch niet geschikt is voor het vak.”