Dinsdag: Abraham geroepen

Bijbeltekst

Statenvertaling

Genesis 12

1. De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. 2. En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 3. En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. 4. En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging. 5. En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan.

Uitleg

De vakantietijd is bijna weer voorbij. Mensen kwamen thuis tot rust, of zochten (verre) andere landen op. Meestal is het reisdoel wel bekend. Voor Abram niet! Hij moest zich losmaken van zijn vertrouwde omgeving. Alles achterlaten en afstand nemen van zijn eens zo zekere bestaan. Hoe kon Abram dat ooit doen? Het antwoord is: Gods opdracht en belofte. Hier is niet het verstand aan het woord, want dan blijf je thuis. Hier luistert het geloof! En wat was dan het houvast voor Abram? Dat de HEERE hem zou zegenen. Hij zou tot een groot volk worden. Zo ging Abraham met zijn vrouw. Zonder kinderen. Geen vierkante millimeter land in bezit. Met Gods belofte. Om in een land dat God hem wijzen zou te zijn als een gezegende.

De vakantietijd is weer voorbij, en wat wacht … misschien is er onzekerheid … maar één ding ligt vast. Dat is het Woord van de HEERE. Toen en nu. Niet gaan rekenen, maar om in afhankelijkheid van Zijn zegen te gaan. Om tot een zegen te zijn!

 

Zingen: Psalm 20:1

Vraag / gebed: Wat zegt deze geschiedenis, dit bevel van de HEERE jou? Breng dit in gebed bij de HEERE.

 

Terug naar Bijbel & leesplannen