Dinsdag: de HEERE is mijn Kracht en Lied

Bijbeltekst

Statenvertaling

Psalmen 73

1. Een psalm van Asaf. Immers is God Israel goed, dengenen, die rein van harte zijn. 2. Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten. 3. Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede. 4. Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris. 5. Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd. 6. Daarom omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad. 7. Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven. 8. Zij mergelen de lieden uit, en spreken boselijk van verdrukking; zij spreken uit de hoogte. 9. Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde. 10. Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen bekers worden uitgedrukt, 11. Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste? 12. Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen. 13. Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen. 14. Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens. 15. Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen. 16. Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen; 17. Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte. 18. Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen. 19. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen! 20. Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten. 21. Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd, 22. Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U. 23. Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat; 24. Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen. 25. Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde! 26. Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid. 27. Want ziet, die verre van U zijn, zullen vergaan; Gij roeit uit, al wie van U afhoereert. 28. Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op den Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.

Uitleg

Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen! De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam!

Aan de ene kant aangrijpende woorden en aan de andere kant vertroostende woorden! Israël zingt terwijl ze staat aan de andere kant van de Rode Zee. De HEERE heeft inderdaad grote wonderen gedaan. Alle reden om Hem te loven. Maar … in deze Rode Zee is ook het leger van Egypte geworpen (paard en ruiter). Ze zijn verdronken en dus de dood gestorven. De waarschuwing van de HEERE in de wind geslagen en doorgegaan op deze weg.

Het volk mag in verwondering zingen. Waar zij in zichzelf krachteloos waren en geen lied meer konden zingen, kan er nu gezegd worden: Hij is mijn Kracht en Lied. Nog niet zo heel lang geleden leek het zo totaal anders te zijn. Voor hen het water van de Rode Zee, achter hen de jagende Farao en zijn leger, naast hen niet te nemen bergen. Het doen denken aan de woorden: mijn genade zij u genoeg.

Zo kan ook het geloof nooit in zichzelf staande blijven. In zichzelf zwak, maar Hij versterkt hen. Hij is hun Lied: Bezwijkt dan ooit, in bitt're smart, of bangen nood, mijn vlees en hart, zo zult Gij zijn voor mijn gemoed. Mijn rots, deel, mijn eeuwig goed.

 

Zingen: Psalm 73:13

 

Vraag: Overdenk dit lied eens tegen de achtergrond van de ondergang van het leger van Egypte en haar Farao.

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: de HEERE is mijn Kracht en Lied

Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is...

Woensdag: Ditmaal zal ik de HEERE loven

Deze woorden vinden we terug in een bekend hoofdstuk. We weten dat Jakob de aartsvader twee vrouwen had: Rachel en Leah. Alsook dat hij de eerste veel meer liefhad dan de eerste. De gevolgen...

Donderdag: De HEERE is mijn Toevlucht

De meeste Psalmen van David vinden we terug in het Psalmenboek. Maar hier lezen we er ook één. Hij roept herkenning op. Lees Psalm 18 er maar eens naast.

De achtergrond van...

Vrijdag: Gods daden vragen om ons amen

De ark van God is in de stad van David gebracht. De koning was erbij. Hij ging voorop. Danste en huppelde voor de ark uit. De ark wordt in de tent gebracht, die David ervoor gespannen had....

Zaterdag: Verheugen in God, mijn Zaligmaker

Wonderlijke ontmoeting. Twee vrouwen. Elizabeth en Maria. Allebei zwanger. Elizabeth was er onwetend van, maar Maria niet. Zij had die wonderlijke boodschap, verkondiging uit de mond van...

Zondag: De Heere is genadig, is Zijn Naam

Gisteren hoorden we van die bijzondere ontmoeting tussen Elizabeth en Maria. Daar smolten harten samen in het aanbidden van de Heere. En Zacharias …? Hij moest zwijgen. Wij kennen de...

Maandag: Heengaan in vrede

Maria verheugde zich samen met Elizabeth, Zacharias mocht de naam van Johannes, ‘de Heere is genadig’ bezingen. En Simeon? Hij werd door de Heilige Geest gedreven naar de tempel....