Dinsdag: Niet zo belangrijk?

Bijbeltekst

Statenvertaling

Genesis 25

29. En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede. 30. En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom. 31. Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte. 32. En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte? 33. Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte. 34. En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.

Uitleg

Ezau komt terug van zijn werk. Hij is moe. Ezau ruikt dat Jakob een heerlijke maaltijd klaar heeft. Hij zegt op een ruwe manier dat hij dat eten hebben wil. Dan misbruikt Jakob de situatie en zegt: ‘Verkoop mij op deze dag de eerstgeboorte.’ Wat hield de eerstgeboortezegen in? Dan kreeg je een dubbel deel uit de erfenis. Je moest ook in de familiekring de godsdienstige leiding op je nemen als vader er niet meer was. En in het gezin van Izak was het belangrijkste van de eerstgeboortezegen: uit zijn geslacht zou eens de Messias komen. Juist dat laatste vond Jakob heel belangrijk.

Toch was de manier waarop Jakob deze zegen probeerde te krijgen niet goed. Met list dingen naar ons toe halen is nooit goed. Dus ook niet in de dingen van Gods Koninkrijk. En Ezau? Hij had geen belang bij die eerstgeboorte. De geestelijke dingen vond hij helemaal niet belangrijk. Wat is dat erg. Hoe belangrijk vind jij het geestelijke? Hij zegt: ‘Ik ga sterven, en wat heb ik dan aan die eerstgeboorte?’ Verschrikkelijk is het wat hij zegt. Juist als we gaan sterven, hebben we een Zaligmaker nodig. Maar Ezau leeft zo oppervlakkig dat hij daar helemaal niet bij nadenkt. Hij at en dronk en stond op en ging heen. Ezau leefde alleen voor de dingen van dit leven. Hoe is dat bij jou?

 

 

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Niet zo belangrijk?

Ezau komt terug van zijn werk. Hij is moe. Ezau ruikt dat Jakob een heerlijke maaltijd klaar heeft. Hij zegt op een ruwe manier dat hij dat eten hebben wil. Dan misbruikt Jakob de situatie en...

Woensdag: Een benauwde dag

Jakob is thuis weggevlucht. Hij heeft zijn vader en zijn broer bedrogen. En nu haat Ezau hem. Hij heeft zelfs gezegd dat hij Jakob eens zal doden. Met zijn vader is het gelukkig weer goed...

Donderdag: Grote dingen

Als Jakob de volgende ochtend wakker wordt, is hij diep onder de indruk. De Heere heeft een groot wonder gedaan in zijn leven. Dat de Heere tegen hem gesproken heeft, dat maakt het wonder juist...

Vrijdag: De God van mijn vader

Jakob heeft bij Laban gewoond en gewerkt. Hij is er getrouwd, heeft er kinderen gekregen. De Heere heeft hem daar rijk gezegend. Laban was niet zo’n makkelijke baas voor Jakob geweest. Wel...

Zaterdag: Gering in eigen oog

Jakob is op terugreis naar Kanaän. Als hij dicht bij het land van zijn vader komt, wordt hij bang. Nog altijd herinnert hij zich dat hij zijn broer Ezau bedrogen heeft. Heel boos is Ezau...

Zondag: Alle dingen tegen?

Jakob had niet alleen voorspoed. Het lijkt wel of zijn hele leven van tegenslagen en verdriet is doortrokken. Misschien is dat in jouw leven ook wel zo. Ziekte, rouw misschien en...

Maandag: Een belijdenis

Jakob is aan het einde van zijn leven gekomen. Voor hij gaat sterven, zegent hij zijn zonen. Voor allemaal heeft hij een persoonlijk woord. Indrukwekkend moet dat geweest zijn. Ineens...