Dinsdag: Oog voor anderen

Bijbeltekst

Statenvertaling

Marcus 12

29. En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. 30. En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. 31. En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. 32. En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij; 33. En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen. 34. En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.

Uitleg

Moet je je vrienden liefhebben? Deze vraag is tamelijk overbodig. Je hebt ze vanzelf lief. Zó natuurlijk moet het ook zijn met je naaste in het algemeen en zelfs met je vijanden in het bijzonder: vanzelf heb je ze lief…

Maar we voelen wel aan dat het niet zo vanzelf gaat. We hebben er al moeite mee om van onze naaste te houden die we niet kennen. Nog moeilijker wordt het – om niet te zeggen: onmogelijk – om liefde voor die jongen op te brengen die jou vorige week zo naar behandelde, of voor dat meisje dat niet anders doet dan over jou (achter je rug om natuurlijk) roddelen…

En toch is er in al de eeuwen van de wereldgeschiedenis tot op de dag van vandaag maar één godsdienst die naastenliefde voorschrijft én ook in de praktijk weet te brengen, en dat is de christelijke godsdienst.

Wat bedoelt de Heere met het liefhebben van je naaste? Niet dat je hun zonden liefhebt. Ook niet dat je bij het liefhebben van je naaste of je vijanden hetzelfde voelt als wat je voelt bij het liefhebben van je ouders, je vriend of vriendin. Het gaat bij naastenliefde om iets anders: die ander het goede gunnen.


Is er iemand die jij de zaligheid niet gunt? Belijd dan deze zonde aan de Heere en vraag er Hem vergeving voor.

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Oog voor anderen

Moet je je vrienden liefhebben? Deze vraag is tamelijk overbodig. Je hebt ze vanzelf lief. Zó natuurlijk moet het ook zijn met je naaste in het algemeen en zelfs met je vijanden in het...

Woensdag: De minste zijn

Het valt niet altijd mee om de minste te zijn, zo verzucht je misschien wel eens. Maar Jezus gaf ons het voorbeeld om het toch te zijn. Het is ook niet zo moeilijk als je denkt. Weet je wanneer...

Donderdag: Wie is mijn naaste?

Weten en doen zijn niet altijd hetzelfde. Soms doe je wat je weet dat je moet doen, maar lang niet altijd. Het komt bij mij nog wel eens voor dat ik weet wat goed is, maar dat ik het toch niet...

Vrijdag: Twee keer niets

Lezen: Lukas 10:10-33

Wat een teleurstelling voor de gewonde man om twee ‘ambtsdragers’ langs te zien lopen, die geen hand uitsteken om hem te helpen!

...

Zaterdag: Twee penningen

Wat zijn eigenlijk twee penningen? Iemand die de hele dag zijn werk deed, kreeg in die tijd in Israël een penning. Een penning heeft dus de waarde van een dagloon. Twee penningen is dan...

Zondag: Hart voor anderen

Echte naastenliefde is als een plantje dat stoelt op de wortel van de liefde van God. Als je gaat inzien hoe grote liefde onze God ons heeft gegeven, dan wordt het warm vanbinnen en wil je graag...

Maandag: En nu de praktijk

We dachten zes dagen na over naastenliefde. Hoe ga je het nu doen?

De eerste stap is: op je knieën. Belijden dat je vol eigenliefde zit en niet anders kunt en wilt dan jezelf...