Donderdag: De rede van Stéfanus (1)

Bijbeltekst

Statenvertaling

Handelingen 7

18. Totdat een ander koning opstond, die Jozef niet gekend had. 19. Deze gebruikte listigheid tegen ons geslacht, en handelde kwalijk met onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen moesten wegwerpen, opdat zij niet zouden voorttelen. 20. In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders. 21. En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon. 22. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken. 23. Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israels, te bezoeken. 24. En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar. 25. En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan. 26. En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk? 27. En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld? 28. Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt? 29. En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon. 30. En als veertig jaren vervuld waren, verscheen hem de Engel des Heeren, in de woestijn van den berg Sinai, in een vlammig vuur van het doornenbos. 31. Mozes nu, dat ziende, verwonderde zich over het gezicht; en als hij derwaarts ging, om dat te bezien, zo geschiedde een stem des Heeren tot hem, 32. Zeggende: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs. En Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien. 33. En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land. 34. Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden. 35. Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos. 36. Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. 37. Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.

Uitleg

Voor het Sanhedrin met de machtige hogepriester als voorzitter houdt Stéfanus een rede die we lezen in Handelingen 7:2-53. Wat een geloofsmoed om zo te getuigen! Stéfanus gaat het Sanhedrin een geschiedenisles geven! Niet zomaar een les. Nee, hij begint bij Abraham, daarna noemt hij Jozef. Steeds wijst hij erop dat God doet wat Hij beloofd heeft. Dat was zo bij Abraham en bij Jozef. En dat deed de Heere ook bij Mozes. Vanaf vers 17 gaat Stéfanus spreken over Mozes. Hij was voor het Sanhedrin de grootste profeet. Ze waren er erg trots op dat ze zijn volgelingen waren. Maar Stéfanus laat zien dat ze dat helemaal niet zijn. Mozes kreeg van het volk Israël in zijn dagen niets anders dan tegenstand. Stéfanus bewijst dat wat het volk toen met Mozes deed, precies hetzelfde is als wat zij nu doen tegenover de Heere Jezus. Ze denken dat ze Mozes eren. Maar dat is niet zo. “Want,” zegt Stéfanus, “als jullie Mozes echt zouden eren, dan zouden jullie nu geloven in de Heere Jezus.” Waarom? Omdat Mozes een afbeelding, type van de Heere Jezus is en ook steeds heen wijst naar Hem. “Toen was het volk ongelovig en nu zijn jullie het weer”, zegt Stéfanus. Ongeloof is de grootste zonde. Dat is nog zo. Het ongeloof dat Stéfanus hier bedoelt, is dat je denkt dat je God kan begrijpen en dat je bij de Heere een streepje voor hebt. En dat is hoogmoed. Ongeloof is denken dat je God dient, maar dat je het eigenlijk niet echt doet. Hoe is dat bij jou?

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Een nieuwe diaken

De eerste christengemeente in Jeruzalem groeit erg snel. Velen komen tot bekering. Wat zien we hier duidelijk dat als de Heilige Geest werkt, er dan wonderen gebeuren. Dan komen er zondaren tot...

Woensdag: Beschuldigd van laster

Stéfanus was niet alleen een diaken, maar ook een evangelist. Niet alleen in zijn daden, het verzorgen van de armen, maar ook in zijn woorden gaat er veel van hem uit. Hij verkondigt...

Donderdag: De rede van Stéfanus (1)

Voor het Sanhedrin met de machtige hogepriester als voorzitter houdt Stéfanus een rede die we lezen in Handelingen 7:2-53. Wat een geloofsmoed om zo te getuigen! Stéfanus gaat het...

Vrijdag: De rede van Stéfanus (2)

In het laatste stuk van zijn rede spreekt Stéfanus over de tabernakel en de tempel. De tempel was voor de Joden en het Sanhedrin een heilige plaats, want daar woonde toch de Heere. God...

Zaterdag: Stervend bidden

Stéfanus wijst de Joden op hun hardnekkigheid van hart. Dat verdragen ze niet. Ze worden ontzettend boos. Lees maar wat er staat in vers 54. Stéfanus zegt dat ze helemaal geen...

Zondag: Grote gevolgen

De steniging van Stéfanus had grote gevolgen. De Joden waren niet alleen woedend op Stéfanus, maar werden het ook op alle volgelingen van Jezus van Nazareth. Hoe durfden die...

Maandag: Paulus stond er bij

Bij de steniging van Stéfanus paste Saulus op de kleren van allen die stenen gooiden. Hij was blij dat die Stéfanus uit de weg werd geruimd. Zijn welverdiende loon! Saulus was toen...