Donderdag: Grote dingen

Bijbeltekst

Uitleg

Als Jakob de volgende ochtend wakker wordt, is hij diep onder de indruk. De Heere heeft een groot wonder gedaan in zijn leven. Dat de Heere tegen hem gesproken heeft, dat maakt het wonder juist zo groot.

De Heere, tegen Wie hij zo gezondigd heeft. De Heere, Die hij niet missen kan met Wie hij in vrede zou willen leven. Die Heere is hem verschenen. Grote dingen heeft de Heere gezegd. Net als aan zijn vader Izak en zijn grootvader Abraham, heeft Hij hem dit land beloofd. Nog belangrijker is, dat Hij ook heeft gezegd: ‘En in uw zaad zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.’ Dat is de belofte van de Messias. Bovendien belooft de Heere hem nog: ‘Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal, waarheen gij zult trekken.’ Wat een rijke zegen ontvangt Jakob. Hij krijgt deze nu niet door diefstal of bedrog. Zo had hij ze wel geprobeerd te krijgen. Daar schaamt hij zich nu nog dieper over.

Nee, nu krijgt hij deze grote dingen niet van een mens. Zelfs niet van zijn vader, maar van de HEERE Zelf. Jakob zegt in verwondering: ‘Gewis is de HEERE aan deze plaats.’ Hij noemt het een huis Gods, de poort des hemels. Hij is diep verwonderd en belooft de Heere te zullen dienen. Zou jij deze Heere ook willen dienen? Het wonder is dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft om zondaren te zoeken en te zaligen.

 

 

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Niet zo belangrijk?

Ezau komt terug van zijn werk. Hij is moe. Ezau ruikt dat Jakob een heerlijke maaltijd klaar heeft. Hij zegt op een ruwe manier dat hij dat eten hebben wil. Dan misbruikt Jakob de situatie en...

Woensdag: Een benauwde dag

Jakob is thuis weggevlucht. Hij heeft zijn vader en zijn broer bedrogen. En nu haat Ezau hem. Hij heeft zelfs gezegd dat hij Jakob eens zal doden. Met zijn vader is het gelukkig weer goed...

Donderdag: Grote dingen

Als Jakob de volgende ochtend wakker wordt, is hij diep onder de indruk. De Heere heeft een groot wonder gedaan in zijn leven. Dat de Heere tegen hem gesproken heeft, dat maakt het wonder juist...

Vrijdag: De God van mijn vader

Jakob heeft bij Laban gewoond en gewerkt. Hij is er getrouwd, heeft er kinderen gekregen. De Heere heeft hem daar rijk gezegend. Laban was niet zo’n makkelijke baas voor Jakob geweest. Wel...

Zaterdag: Gering in eigen oog

Jakob is op terugreis naar Kanaän. Als hij dicht bij het land van zijn vader komt, wordt hij bang. Nog altijd herinnert hij zich dat hij zijn broer Ezau bedrogen heeft. Heel boos is Ezau...

Zondag: Alle dingen tegen?

Jakob had niet alleen voorspoed. Het lijkt wel of zijn hele leven van tegenslagen en verdriet is doortrokken. Misschien is dat in jouw leven ook wel zo. Ziekte, rouw misschien en...

Maandag: Een belijdenis

Jakob is aan het einde van zijn leven gekomen. Voor hij gaat sterven, zegent hij zijn zonen. Voor allemaal heeft hij een persoonlijk woord. Indrukwekkend moet dat geweest zijn. Ineens...