Donderdag: Wie is mijn naaste?

Bijbeltekst

Statenvertaling

Lukas 10

25. En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? 26. En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? 27. En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. 28. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. 29. Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?

Uitleg

Weten en doen zijn niet altijd hetzelfde. Soms doe je wat je weet dat je moet doen, maar lang niet altijd. Het komt bij mij nog wel eens voor dat ik weet wat goed is, maar dat ik het toch niet doe. Jakobus 4 leert mij: dan zondig ik!

De wetgeleerde die in het bijbelgedeelte aan het woord is, weet best wat hij moet doen, maar hij heeft er helemaal geen zin in. Het kost hem te veel. Hij moet er te veel voor opofferen. Daarom doet hij zijn best om het Goddelijke bevel krachteloos te maken. Hij wil maar wat graag ‘buiten schot’ blijven. Daarom vraagt hij: wie is mijn naaste, die ik moet liefhebben als mijzelf?

Mag ik mijn naaste zelf uitkiezen? Mag ik sommigen afwijzen: jullie zijn geen naasten van mij…?

Het lijkt erop dat die man liever had dat de Heere hem niet zou gebieden om zijn naasten (al zijn naasten) lief te hebben. Herken je dat?

Vreemd, nietwaar? Je mag iemand liefhebben. Liefde geven is het mooiste wat er is (helemaal als je vervolgens ook liefde terugkrijgt), en vervolgens heb je er geen zin in.

Wat een duidelijk bewijs van ons gemene karakter. We lijken niet meer op God, maar op de grote mensenmoordenaar, de duivel.


Kijk eens in de ‘spiegel’ van de onbaatzuchtige naastenliefde – om te ontdekken dat deze liefde niet uit ons voorkomt.

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Oog voor anderen

Moet je je vrienden liefhebben? Deze vraag is tamelijk overbodig. Je hebt ze vanzelf lief. Zó natuurlijk moet het ook zijn met je naaste in het algemeen en zelfs met je vijanden in het...

Woensdag: De minste zijn

Het valt niet altijd mee om de minste te zijn, zo verzucht je misschien wel eens. Maar Jezus gaf ons het voorbeeld om het toch te zijn. Het is ook niet zo moeilijk als je denkt. Weet je wanneer...

Donderdag: Wie is mijn naaste?

Weten en doen zijn niet altijd hetzelfde. Soms doe je wat je weet dat je moet doen, maar lang niet altijd. Het komt bij mij nog wel eens voor dat ik weet wat goed is, maar dat ik het toch niet...

Vrijdag: Twee keer niets

Lezen: Lukas 10:10-33

Wat een teleurstelling voor de gewonde man om twee ‘ambtsdragers’ langs te zien lopen, die geen hand uitsteken om hem te helpen!

...

Zaterdag: Twee penningen

Wat zijn eigenlijk twee penningen? Iemand die de hele dag zijn werk deed, kreeg in die tijd in Israël een penning. Een penning heeft dus de waarde van een dagloon. Twee penningen is dan...

Zondag: Hart voor anderen

Echte naastenliefde is als een plantje dat stoelt op de wortel van de liefde van God. Als je gaat inzien hoe grote liefde onze God ons heeft gegeven, dan wordt het warm vanbinnen en wil je graag...

Maandag: En nu de praktijk

We dachten zes dagen na over naastenliefde. Hoe ga je het nu doen?

De eerste stap is: op je knieën. Belijden dat je vol eigenliefde zit en niet anders kunt en wilt dan jezelf...