Maandag: Volhouden tot het einde (DL. 5.1-15)

Bijbeltekst

Statenvertaling

II TimotheŘs 4

1. Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: 2. Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. 3. Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; 4. En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. 5. Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. 6. Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande. 7. Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden; 8. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.

Uitleg

Het laatste hoofdstuk gaat over de volharding van het geloof. Als je een kind van God bent, heeft God jou verlost uit de slavernij van de zonde. Dit betekent niet, dat je niet meer te strijden hebt tegen de zonde (DL. 5.1). Als God jou aan jezelf zou overlaten, zou je zo God weer vergeten (DL. 5.3). Elke dag moet je daarom bidden om vergeving en om de hulp van God (DL. 5.2 en 5.4). Als je dan in zonden bent gevallen, kun je wel eens denken dat het nooit meer goed kan komen (DL. 5.5). Maar God leert in de Bijbel, dat Hij de gelovigen nooit in de steek laat. Hij zal jou altijd weer bij Hem terugbrengen wanneer je bent afgedwaald (DL. 5.6-7).

Dat is niet vanwege jouw goedheid, maar vanwege de trouw en genade van God (DL. 5.8). Je mag daar zeker van zijn omdat God dit in Zijn Woord beloofd heeft (DL. 5.9-11 en 5.14-15). Dit betekent niet dat je zorgeloos gaat leven, maar maakt dat je nog meer ernaar zal streven om God te dienen (DL. 5.12-13). In 2 Timotheüs vergelijkt Paulus het leven als christen met een wedstrijd. Het kost veel overwinning, maar toch mag Paulus weten de overwinning te behalen. Als jij God dient, mag ook jij zeker weten dat God jou nooit zal verlaten.

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Alleen door het geloof (DL. 1.1-5)

In de eerste vijf artikelen zeggen de Dordtse Leerregels dit: Jij zondigt elke dag tegen God. Hierdoor sta jij schuldig tegenover God. God zou niets verkeerd doen als Hij zou besluiten om jou...

Woensdag: Uitgekozen door God (DL. 1.6-18)

Hoe komt het dat de één wel gelooft en de ander niet? De Dordtse Leerregels zeggen: dat komt door de verkiezing van God. Aan sommigen schenkt God het geloof, anderen laat God...

Donderdag: Verlossing alleen door Jezus (DL. 2.1-9)

God is heilig en rechtvaardig. Hij kan jouw zonden niet zomaar vergeven, maar wil dat er voor jouw zonden wordt betaald (DL 2.1). Omdat jijzelf niet voor de zonde kan betalen, heeft God de Heere...

Vrijdag: Beeld van God kapot (DL. 3/4.1-5)

In hoofdstuk 3/4 gaat het over hoe God het hart van de gelovigen verandert. Allereerst gaat het over de zondeval en de gevolgen daarvan. Hoe was het voor de zondeval? God had je gemaakt naar...

Zaterdag: Opnieuw geboren (DL. 3/4.6-10)

Redding kan alleen van Gods kant komen. Wat jij zelf niet kan, dat wil God uit genade doen. Hij wil, door de kracht van de Heilige Geest, jouw hart veranderen (DL. 3/4.6-7). Elke keer als je een...

Zondag: Tot leven gewekt (DL. 3/4.11-17)

Je kunt alleen zalig worden als God je hart verandert. Maar hoe gaat dat? In artikel 11-17 staat het antwoord. Als de Heilige Geest in jouw hart komt, dan opent Hij jouw hart en verandert Hij...

Maandag: Volhouden tot het einde (DL. 5.1-15)

Het laatste hoofdstuk gaat over de volharding van het geloof. Als je een kind van God bent, heeft God jou verlost uit de slavernij van de zonde. Dit betekent niet, dat je niet meer te strijden...