Vrijdag: Moeten geloven

Bijbeltekst

Statenvertaling

Handelingen 16

25. En omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen en de gevangenen hoorden naar hen. 26. En er geschiedde snellijk een grote aardbeving, alzo dat de fundamenten des kerkers bewogen werden; en terstond werden al de deuren geopend, en de banden van allen werden los. 27. En de stokbewaarder, wakker geworden zijnde, en ziende de deuren der gevangenis geopend, trok een zwaard, en zou zichzelven omgebracht hebben, menende, dat de gevangenen ontvloden waren. 28. Maar Paulus riep met grote stem, zeggende: Doe uzelven geen kwaad; want wij zijn allen hier. 29. En als hij licht geeist had, sprong hij in, en werd zeer bevende, en viel voor Paulus en Silas neder aan de voeten; 30. En hen buiten gebracht hebbende, zeide hij: Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? 31. En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.

Uitleg

Als Paulus en zijn helper in de gevangenis van Filippi zitten, kunnen ze het niet laten om lofzangen voor God te zingen, midden in de nacht. Wat een wonderlijke ervaring moet dit voor de andere gevangenen zijn geweest!

God antwoordt door een aardbeving. De cipier wordt wakker en ziet dat de gevangenis geen gevangenis meer is, omdat alle deuren openstaan. Dit kost hem zijn baan, misschien wel zijn leven. Dus wil hij er liever zelf een eind aan maken. Maar Paulus weet dit te verhinderen. Bevend knielt de cipier voor de apostel neer en vraagt: ‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’ Het antwoord luidt: ‘Geloof in de Heere Jezus Christus.’

Hoe kan Paulus dit nu toch zeggen tegen zo’n heiden? Die man kan toch helemaal niet geloven, of wel? Is het niet een zinloze oproep?

Remonstranten van vroeger en nu concluderen uit de oproep van Paulus dat een mens blijkbaar zelf kan kiezen voor geloof. Hun tegenstanders zeggen vervolgens: tegen geestelijk dode zondaren moeten we maar niet zeggen: ‘Geloof in de Heere Jezus Christus.’

Maar beide ‘oplossingen’ zijn fout. We mogen doen wat Ezechiël deed (Ezech. 37:1-10): tegen doden preken. En God alleen geeft de oplossing!

Zing jij wel eens de lof van God, zodat anderen het horen?

 

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Toch niet geloven

Geloven in de Zaligmaker is onze plicht. Het is niet minder ook een voorrecht. Je moet dus niet alleen aan al Zijn woorden geloof hechten, maar je mag je ook in geloofsvertrouwen aan Zijn liefde...

Woensdag: Niet zonder middelen

Wie de kosten van het geloofsleven eerlijk onder ogen ziet, wordt bij de eerste aanblik bepaald niet vrolijk. Paulus zegt tegen de pasbekeerde christenen in Lystre en Ikonium dat zij maar op...

Donderdag: Toch rein

In Jeruzalem worden heel belangrijke beslissingen genomen op de bijeenkomst die wordt belegd om een vraag uit Antiochië te bespreken. De vraag luidt: moeten heiden-christenen de...

Vrijdag: Moeten geloven

Als Paulus en zijn helper in de gevangenis van Filippi zitten, kunnen ze het niet laten om lofzangen voor God te zingen, midden in de nacht. Wat een wonderlijke ervaring moet dit voor de andere...

Zaterdag: Wie is Jezus?

Geloof is onmisbaar. Niet alleen voor de cipier in Filippi, zoals we gisteren zagen, maar ook voor jou. Niet zomaar geloof, maar geloof ‘in de Heere Jezus Christus’. Om dit geloof te...

Zondag: Vijfduizend werkdagen

Als we aan de orde stellen dat het geloof behalve een opgave ook een gave is, kan dit je moedeloos maken. Wat kun je er dan zelf nog aan doen om te delen in het geloofsleven? Maar voordat je aan...

Maandag: Geloof, een geschenk

Paulus doet in Rome álles wat hij kan om zijn volksgenoten tot de geloofsovergave in de gekomen Verlosser te brengen. Het resultaat staat in vers 24: sommigen geloofden wel wat gezegd...