Woensdag: de bittere werkelijkheid

Bijbeltekst

Statenvertaling

Hooglied 1

5. Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo. 6. Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed. 7. Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen? 8. Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen. 9. Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao. 10. Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren. 11. Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes. 12. Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk. 13. Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht. 14. Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.

Uitleg

De Bruidegom heeft Zijn bruid lief. Maar hoe kan dat eigenlijk? Want als je haar over zichzelf hoort praten, komt er een eerlijke belijdenis uit. Ik ben zwart, doch lieflijk. Zwart, vanwege de zonde. Ja, die zelfkennis heeft ze van Gods Geest geleerd. Jij ook? Ik ben in eigen ogen zwart van de zonde. En dat alles door eigen schuld. In de spiegel van Gods wet leer jij jouw eigen zondigheid kennen. En ga je meezeggen: ik ben zwart. Maar als jij ook in die spiegel van het Evangelie hebt gekeken, dan komt er ook achteraan: zwart, doch lieflijk. Nee, niet in eigen ogen zo lieflijk, maar in de ogen van de hemelse Bruidegom. Jezus ziet Zijn kinderen aan, alsof ze nog nooit één zonde gedaan hebben. Niet zwart, maar wit. Vanwege dat rode bloed. De doop wijst ons op onze realiteit van het leven. Jij bent zwart vanwege jouw zonde. Of mag je er al achteraan zeggen? Ik ben zwart, doch lieflijk. Want dan ben je rijk. Witgewassen door het kostbare bloed van Jezus. Je bent lieflijk in Zijn ogen. Werkelijk geliefd door jouw Liefste. Vriend(in), jij hebt toekomst! Alleen dan.

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: het verlangen om geliefd te zijn

Ben jij op zoek naar liefde, jongelui? En niet zozeer in de eerste plaats naar liefde in het hier en nu, maar een liefde die hemels is. De bruid uit het Hooglied is dat wel. Trek mij achter U...

Woensdag: de bittere werkelijkheid

De Bruidegom heeft Zijn bruid lief. Maar hoe kan dat eigenlijk? Want als je haar over zichzelf hoort praten, komt er een eerlijke belijdenis uit. Ik ben zwart, doch lieflijk. Zwart, vanwege de...

Donderdag: de bloemige schoonheid

Jongelui, we gaan nu op de schoonheid van de Bruidegom letten. Hij is zo wonderlijk schoon, dat is niet in één beeld te vangen. Vandaar dat de bruid meer beelden nodig heeft om Hem...

Vrijdag: onder de schaduw van de appelboom

De bruid raakt maar niet uitgepraat over haar Bruidegom. Een nieuw beeld komt naar voren. Hij is als een Appelboom, onder de bomen van het bos. Nee, niet als zo’n imposante sequoia boom...

Zaterdag: mijn Liefste is als een Ree of Hertenwelp

Nog een beeld om mijn Bruidegom te beschrijven, zo zal de bruid denken. Hij is zoals een ree, of een welp der herten. Hij komt er spoedig aan. En Hij springt over alle bergen van onmogelijkheden...

Zondag: toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen

Het is zondag. De kerkklokken roepen je als het ware de dagtekst toe: toon Mij uw gedaante. Doe Mij uw stem horen. Dat wil de hemelse Bruidegom. Hij wil Zijn liefdevolle bruid zien en horen. En...

Maandag: vangt ons de vossen

Aan het einde van dit weekthema zien we niet alleen de schoonheid van de Bruidegom en het verlangen van de bruid. Maar er komen ook vossen tegenin. Die komen naar de wijngaard om de wijngaard te...