Woensdag: Een waarschuwend voorbeeld

Bijbeltekst

Statenvertaling

Johannes 18

12. De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem; 13. En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was. 14. Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve. 15. En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal. 16. En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in. 17. De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet. 18. En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich. 19. De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer. 20. Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken. 21. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb. 22. En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester? 23. Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? 24. (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.) 25. En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet. 26. Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem? 27. Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

Uitleg

De Heere Jezus is door de bende gevangen genomen. De discipelen zijn allen gevlucht. De Heere wordt eerst naar het huis van Annas gebracht. Daarna wordt Jezus in het huis van Kajafas rechterlijk onderzocht. Het Sanhedrin ondervraagt Hem van Zijn discipelen en van Zijn leer.

Twee discipelen, Johannes en Petrus, zijn ook in het rechthuis. Dat is voor hen een gevaarlijke plaats. Hier maakt Petrus een grote fout. Hij verloochent zijn Meester.

Het is dwaas van Petrus om in het rechthuis te zijn. De Heere heeft gezegd: ‘Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt’ (Markus 14: 38) Bovendien heeft Jezus nadrukkelijk gezegd: ‘Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen’ (Johannes 13: 36). Het rechthuis is een plaats waarvoor de Heere heeft gewaarschuwd. Maar Petrus slaat deze waarschuwing in de wind. Hoe schuldig en dwaas is dat. Dan slaat satan zijn slag en Petrus verloochend tot driemaal toe zijn Meester.

Komen wij ook op de plaatsen van verzoeking? Op plaatsen waar we niet thuis horen? Dan krijg je daar de Heere tegen. Laat Petrus je tot een waarschuwing zijn!

Het rechthuis is echter ook de plaats van Jezus’ onveranderlijke liefde tot Zijn volk. Petrus is schuldig, maar de Heere laat Zijn schuldig kind niet loos. De haan kraait. Dat is een waarschuwing. Maar er is meer. Lukas schrijft: ‘Jezus Zich omkerende, zal Petrus aan’ (Lukas 22: 61). De Heere Jezus ziet Petrus aan. Een blik van liefde en zorg wordt op Petrus gericht. Ogen van ontferming en armen van liefde strekken zich naar een schuldige uit. Als dat gebeurt gaat Petrus naar buiten en ‘weende bitterlijk’.

Kennen wij iets van het liefde-oog van de Zaligmaker? Weten we van de liefde die opgaat over onze zondige en schuldige bestaan?

 

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Jezus gevangen

In de hof van Gethsémané wordt deze vraag door de Heere Jezus gesteld. De vraag is gericht aan een bende krijgsknechten en dienaars van de overpriesters. Ze zijn vervuld met kwade...

Woensdag: Een waarschuwend voorbeeld

De Heere Jezus is door de bende gevangen genomen. De discipelen zijn allen gevlucht. De Heere wordt eerst naar het huis van Annas gebracht. Daarna wordt Jezus in het huis van Kajafas rechterlijk...

Donderdag: Gekozen voor…

De Grote Raad heef Jezus ter dood veroordeeld. In de vroege vrijdagmorgen gaat de Joden naar de wereldlijke rechter. Pilatus moet het doodvonnis bekrachtigen en uitvoeren. Het is de Joden niet...

Vrijdag: Jezus draagt de doornenkroon

Pilatus is een Romeins rechter. De Romeinse rechtspraak heeft hoge idealen en is van zeer hoge kwaliteit. De Romeinen zien liever de wereld ineenstorten dan dat ze ook maar een handbreed zouden...

Zaterdag: Het is volbracht

De Joden eisen de dood van de Heere Jezus en Pilatus is daarvoor bezweken (vers 16). De Heere Jezus wordt naar Golgotha gebracht. Op deze plaats zal Hij de kruisdood sterven. Het is een...

Zondag: Genade komt openbaar

De wedergeboorte is een wonderlijk en heerlijk werk van God. Het is een werk dat de Heere voltrekt in het leven van Gods kinderen. De wedergeboorte in noodzakelijk. De Heere Jezus heeft daarvan...

Maandag: Opzoekende liefde

Het werk der verlossing was het doel van Christus’ komst naar deze aarde. Hij is gekomen te lijden en te sterven. De Kerk van God heeft een Zaligmaker nodig. Die betaalt aan het recht van...