Wat zegt jouw hart van deze God, deze ‘zeer overvloedige Fontein van alle goed’?

">

Woensdag: Geloven met het hart

Bijbeltekst

Statenvertaling

Efeze 2

1. En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; 2. In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; 3. Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen; 4. Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5. Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden) 6. En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; 7. Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. 8. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9. Niet uit de werken, opdat niemand roeme. 10. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

Uitleg

 Gods levend gemaakte kinderen zijn hier aan het woord. De ‘vergadering der ware Christgelovigen’ (NGB#27). Daar ben jij van jongs af aan mee verbonden. Zij belijden hun geloof. Het ware geloof, dat zich altijd richt op Gods Woord en op Gods Zoon. Dus op het beschreven Woord en op het vleesgeworden Woord. Deze geloofsband is een zaak van het hart, van heel ons bestaan. Net zoals liefde. Daar ben je helemaal bij betrokken, tot in het diepst van de ziel.

Gods kinderen kennen God door de omgang. Geloven is: weten Wie God is en hoe Hij werkt in zondaarsharten. Geloven is ook hartelijk amen zeggen op alles wat God zegt, ook al veroordeelt dat ons. ‘Verzegelen dat God waarachtig is’, zo omschrijft de Schrift geloven met het hart zelf in Johannes 3:33. Dan wil je wel met je bloed ondertekenen, dat God waarachtig is en ik leugenachtig ben. Dat in Hem het onrecht nooit gevonden wordt. Het is hartelijk amen zeggen op ál Gods deugden, zoals die in dit eerste artikel ook uitvoerig beleden worden. Met daarbij een liefdevol vertrouwen, een zoeken van een schuilplaats bij deze ‘zeer overvloedige Fontein van alle goed’. Een zich onvoorwaardelijk overgeven aan de Heere, Die recht is in al Zijn weg en werk. 


 Wat zegt jouw hart van deze God, deze ‘zeer overvloedige Fontein van alle goed’?

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond

De Nederlandse Geloofsbelijdenis gaan we als hulpmiddel gebruiken bij het lezen van Gods Woord. Want om dat Woord gaat het allereerst in jouw leven. Dat is het middel, dat de Heere wil gebruiken...

Woensdag: Geloven met het hart

 Gods levend gemaakte kinderen zijn hier aan het woord. De ‘vergadering der ware Christgelovigen’ (NGB#27). Daar ben jij van jongs af aan mee verbonden. Zij belijden hun geloof....

Donderdag: Belijden met de mond

Mond en hart moet één zijn. We kunnen toneel spelen of een masker opzetten. Maar vroeg of laat komt toch naar buiten wat er in ons hart leeft. De Schepper wil ons hart hebben! Hij,...

Vrijdag: Zo is er maar En

 ‘God heb ik lief, want die getrouwe Heer’…’ Zing je dat met je hart? In onze belijdenis zingen we met de kerk der eeuwen ook zo’n lied. En de Kerk wil dat...

Zaterdag: Eeuwig

Dat belijden kleine mensjes. Wij zijn aan de tijd gebonden in ons denken en voorstellingsvermogen. Stel dat je honderd jaar mag worden. Dat lijkt een hele tijd. Je jeugd lijkt lang geleden. Toch...

Zondag: Onbegrijpelijk

Met het hárt weet de Kerk: onze God is onbegrijpelijk. Jij ook? We willen alles zo graag met ons verstand begrijpen. Er vat op hebben, beoordelen en analyseren. We vormen een god naar ons...

Dinsdag: Onzichtbaar

‘Het geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet’, lezen we in Hebreeën 11:1. Thomas moest na Pasen leren, niet te zien en toch...