Woensdag: Het diepste motief

Bijbeltekst

Statenvertaling

II Korinthe 8

9. Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden. 10. En ik zeg in dezen mijn mening; want dit is u oorbaar, als die niet alleen het doen, maar ook het willen van over een jaar te voren hebt begonnen. 11. Maar nu voleindigt ook het doen; opdat, gelijk als er geweest is de volvaardigheid des gemoeds om te willen, er ook alzo zij het voleindigen uit hetgeen gij hebt. 12. Want indien te voren de volvaardigheid des gemoeds daar is, zo is iemand aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft.

Uitleg

Jezelf aan de Heere geven en daarna aan de broeders, zagen we gisteren. Maar hoe kan dat? Waar is dat op gebaseerd? Daarop geeft de apostel in vers 9 het antwoord: de Heere Jezus Christus heeft Zichzelf aan zondaars gegeven. Dieper nog: Hij gaf Zich voor hen, tot in de uiterste armoede, ja “tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel” (Avondmaalsformulier). Wij hebben het nog wel eens over een prediking van een rijke Christus en een arme zondaar en hoe die twee tot elkaar komen. De tekst keert dat op een bepaalde manier om: een arme Christus en een rijke zondaar. Christus was rijk; Hij leefde voor Zijn menswording in de eeuwige heerlijkheid van de Vader. Maar vrijwillig legde Hij die luister af. Hij werd arm, daalde neer in een bestaan dat door de zonde ontluisterd is. Zo, dat er aan Hem geen gedaante of heerlijkheid was (Jes. 53). En jij en ik? Wij zijn zo onnoemelijk arm van onszelf – arm aan alles wat we nodig hebben om voor God te kunnen bestaan. Heb je dat al ontdekt? Wat past de Heere Jezus dan bij je. Door Zijn vrijwillige vernedering en armoede maakt hij zondaren rijk. Zijn Geest verkondigt het je en doet je echt leven uit Hem.

 

Terug naar Bijbel & leesplannen