Zaterdag: Opnieuw geboren (DL. 3/4.6-10)

Bijbeltekst

Statenvertaling

Johannes 3

1. En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; 2. Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is. 3. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. 4. Nicodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden? 5. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. 6. Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest. 7. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. 8. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is. 9. Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden? 10. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet? 11. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan. 12. Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen? 13. En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is. 14. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15. Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Uitleg

Redding kan alleen van Gods kant komen. Wat jij zelf niet kan, dat wil God uit genade doen. Hij wil, door de kracht van de Heilige Geest, jouw hart veranderen (DL. 3/4.6-7). Elke keer als je een preek hoort, dan roept God jou. God zegt in de Bijbel dat, als je naar Hem komt en gelooft, je zalig zal worden (DL. 3/4.8). Als jij niet in Jezus gelooft, betekent dat niet dat God jou niet geroepen heeft. Het is je eigen schuld. Je bent misschien zorgeloos, je geloof is slechts buitenkant, of je bent veel drukker met andere dingen dan met het zoeken van de Heere. Daardoor mis je de zaligheid (DL. 3/4.9).

Als jij wel gehoor geeft aan de roep van God en je gelooft in de Heere Jezus, dan is dat niet vanwege jouw goedheid. Je moet niet jezelf de eer geven, maar alleen God. Als jij gelooft, komt dat namelijk omdat de Heilige Geest jouw hart heeft veranderd. De Bijbel noemt dat wedergeboorte. In het gesprek met Nicodémus vergelijkt Jezus dit werk van de Geest met de wind. Wind kan je niet zien of vastpakken. Je weet dat het waait als de bomen bewegen. Zo is het ook met het werk van de Geest. Als jij gaat geloven in de Heere Jezus betekent dit dat de Geest in jouw hart heeft gewerkt.

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Alleen door het geloof (DL. 1.1-5)

In de eerste vijf artikelen zeggen de Dordtse Leerregels dit: Jij zondigt elke dag tegen God. Hierdoor sta jij schuldig tegenover God. God zou niets verkeerd doen als Hij zou besluiten om jou...

Woensdag: Uitgekozen door God (DL. 1.6-18)

Hoe komt het dat de één wel gelooft en de ander niet? De Dordtse Leerregels zeggen: dat komt door de verkiezing van God. Aan sommigen schenkt God het geloof, anderen laat God...

Donderdag: Verlossing alleen door Jezus (DL. 2.1-9)

God is heilig en rechtvaardig. Hij kan jouw zonden niet zomaar vergeven, maar wil dat er voor jouw zonden wordt betaald (DL 2.1). Omdat jijzelf niet voor de zonde kan betalen, heeft God de Heere...

Vrijdag: Beeld van God kapot (DL. 3/4.1-5)

In hoofdstuk 3/4 gaat het over hoe God het hart van de gelovigen verandert. Allereerst gaat het over de zondeval en de gevolgen daarvan. Hoe was het voor de zondeval? God had je gemaakt naar...

Zaterdag: Opnieuw geboren (DL. 3/4.6-10)

Redding kan alleen van Gods kant komen. Wat jij zelf niet kan, dat wil God uit genade doen. Hij wil, door de kracht van de Heilige Geest, jouw hart veranderen (DL. 3/4.6-7). Elke keer als je een...

Zondag: Tot leven gewekt (DL. 3/4.11-17)

Je kunt alleen zalig worden als God je hart verandert. Maar hoe gaat dat? In artikel 11-17 staat het antwoord. Als de Heilige Geest in jouw hart komt, dan opent Hij jouw hart en verandert Hij...

Maandag: Volhouden tot het einde (DL. 5.1-15)

Het laatste hoofdstuk gaat over de volharding van het geloof. Als je een kind van God bent, heeft God jou verlost uit de slavernij van de zonde. Dit betekent niet, dat je niet meer te strijden...