Zondag: Tot leven gewekt (DL. 3/4.11-17)

Bijbeltekst

Statenvertaling

I Johannes 2

1. Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 2. En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld. 3. En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren. 4. Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet; 5. Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn. 6. Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft. 7. Broeders! Ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt. 8. Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu. 9. Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe. 10. Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem. 11. Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

Uitleg

Je kunt alleen zalig worden als God je hart verandert. Maar hoe gaat dat? In artikel 11-17 staat het antwoord. Als de Heilige Geest in jouw hart komt, dan opent Hij jouw hart en verandert Hij jouw wil. Eerst was je hart gesloten voor God en wilde je graag zondigen, nu ga je de Heere liefhebben en wil je breken met de zonde. Je gaat dan in Christus geloven en je leven veranderen (DL. 3/4.11). God doet dit niet door jou te dwingen, maar Hij buigt jouw wil zodat je ook zelf de Heere wil gaan dienen. Je krijgt van God een wil die het goede weer kan doen (DL. 3/4.16).

Dit werk van de Geest kan je niet tegenhouden en gaat jouw verstand te boven (DL. 3/4.12-13). Het geloof wordt daarom een gave van God genoemd en Hij is aan niemand verplicht om dat te schenken (DL. 3/4.14-15). Dit betekent niet dat je daarom maar moet afwachten of God het wel aan jou wil schenken. God wil dat jij de middelen gebruikt (DL. 3/4.17). Dat betekent dat je naar Zijn evangelie moet luisteren, waarin God belooft dat Hij iedereen die naar Hem toekomt zalig zal maken.

Zingen: Ps. 119:19

Terug naar Bijbel & leesplannen

Andere leesplandagen

Dinsdag: Alleen door het geloof (DL. 1.1-5)

In de eerste vijf artikelen zeggen de Dordtse Leerregels dit: Jij zondigt elke dag tegen God. Hierdoor sta jij schuldig tegenover God. God zou niets verkeerd doen als Hij zou besluiten om jou...

Woensdag: Uitgekozen door God (DL. 1.6-18)

Hoe komt het dat de één wel gelooft en de ander niet? De Dordtse Leerregels zeggen: dat komt door de verkiezing van God. Aan sommigen schenkt God het geloof, anderen laat God...

Donderdag: Verlossing alleen door Jezus (DL. 2.1-9)

God is heilig en rechtvaardig. Hij kan jouw zonden niet zomaar vergeven, maar wil dat er voor jouw zonden wordt betaald (DL 2.1). Omdat jijzelf niet voor de zonde kan betalen, heeft God de Heere...

Vrijdag: Beeld van God kapot (DL. 3/4.1-5)

In hoofdstuk 3/4 gaat het over hoe God het hart van de gelovigen verandert. Allereerst gaat het over de zondeval en de gevolgen daarvan. Hoe was het voor de zondeval? God had je gemaakt naar...

Zaterdag: Opnieuw geboren (DL. 3/4.6-10)

Redding kan alleen van Gods kant komen. Wat jij zelf niet kan, dat wil God uit genade doen. Hij wil, door de kracht van de Heilige Geest, jouw hart veranderen (DL. 3/4.6-7). Elke keer als je een...

Zondag: Tot leven gewekt (DL. 3/4.11-17)

Je kunt alleen zalig worden als God je hart verandert. Maar hoe gaat dat? In artikel 11-17 staat het antwoord. Als de Heilige Geest in jouw hart komt, dan opent Hij jouw hart en verandert Hij...

Maandag: Volhouden tot het einde (DL. 5.1-15)

Het laatste hoofdstuk gaat over de volharding van het geloof. Als je een kind van God bent, heeft God jou verlost uit de slavernij van de zonde. Dit betekent niet, dat je niet meer te strijden...