Elke kerkganger hoort 52 keer per jaar in Gods huis lezen dat de Heere in zes dagen de hemel en de aarde heeft geschapen. Ga eens even in je gedachten mee naar de plaats waar de Heere de wet afkondigde. De berg Sinaï rookte en beefde. Een geweldig onweer brak los. Tussen de donderslagen hoorde het volk een krachtig bazuingeluid. Wie de berg aanraakte, zou onmiddellijk sterven.

„Toen sprak God al deze woorden, zeggende…”, zo luidt het vervolg in Exodus 20. Zou er één Israëliet zijn geweest die twijfelde aan deze woorden? Ruim een maand later lijken ze de wet te zijn vergeten als ze dansen rond een kalf. Maar, wie zou het ooit kunnen vergeten als de Heere Zich in zo’n majesteit openbaart?

Dé kernvraag rond alle discussies over de schepping is of wij deze God persoonlijk leerden kennen. Hebben wij leren beven voor de grote Schepper van hemel en aarde? Hebben wij onze Schepper al om genade leren bidden? (Job 9:15.)

Misschien zegt iemand: Zo wordt de discussie te simpel gemaakt. Nee, dat bedoel ik niet. Juist als tegenwicht wil ik je proberen de vastigheid uit Gods Woord mee te geven. Je hebt een stevige bodem nodig, anders spoelen de golven over je heen. Dan blijven er misschien onopgeloste vraagstukken over. Kun je dat verdragen? Of wil je verstand alles kunnen oplossen? Zeer beperkte, zondige schepselen kunnen de wonderlijke schepping echt niet doorgronden.

Weet je wat nodig is? Het ware geloof! „Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid.” (Hebr. 11:3.)


 

Zit jij ook met een geloofsvraag? Laat het ons weten via info@puntuit.nl of stuur een appje naar 06-20601065.