Ik vind het fijn om te proberen anderen te helpen die problemen hebben of het leven niet zien zitten. Ik stel me vaak op als steun. Vaak omdat ik gevoelens herken. Maar de laatste tijd is dat te zwaar. Ik zou graag iemand hebben op wie ik zelf kan terugvallen. Iemand bij wie ik mezelf kan zijn en m’n hart kan luchten. Maar die ontbreekt. Ook thuis voel ik geen liefde. Hulp vragen wil ik niet. Ik wil anderen helpen, maar het gaat niet meer. Ik kan hen niet zomaar aan de kant zetten. Wat moet ik doen?

Wat verdrietig dat er niemand in je omgeving is bij wie je jezelf kunt zijn. Je bent op zoek naar iemand door wie je je geliefd voelt. Dat is een natuurlijk verlangen. De Heere gaf Adam een vrouw. En Hij brengt nog steeds levenspartners bij elkaar. Maar Hij leidt ons leven ook zo dat we vrienden ontmoeten. Denk aan David en Jonathan of aan Daniël en zijn vrienden. Ze hadden steun aan elkaar. Ook de Heere Jezus had vrienden. Hij noemt Zijn discipelen vrienden, omdat Hij hun alles vertelt (Joh. 15:15). En als Zijn zware lijden begint, vraagt Hij hun of ze met Hem willen waken en bidden.

Uit je briefje maak ik op dat je probeert alles alleen te doen. Je zegt al van tevoren dat je geen hulp wilt vragen.

Het is goed dat je probeert anderen te helpen, maar als je alleen maar geeft, raak je op den duur leeg. Iedereen heeft het nodig ook zelf steeds bij te tanken. Hoe kun je dat doen? In de eerste plaats door gebed en Bijbellezen. Vertel de Heere dat het je te zwaar wordt om te helpen, bid of Hij mensen wil geven bij wie je je hart kunt uitstorten.

Ik ken je thuissituatie niet, maar ik vraag je erover na te denken of je je ouders in vertrouwen kunt nemen. Je zegt dat je geen liefde vóélt. Dat is heel pijnlijk, maar misschien verlangen zij ook naar contact met jou en willen ze wel liefde geven, maar weten ze niet goed hoe. Als je de Heere bidt of Hij je wil helpen om met je ouders te praten, mag je op Zijn leiding vertrouwen en de uitkomst aan Hem overlaten.

Je vraagt je af hoe het verder moet met de mensen die een beroep op je doen. Je wilt hen niet aan de kant zetten. Dat hoeft ook niet. Je kunt wel eerlijk vertellen dat het jou te veel wordt. Voor hen kan het goed zijn te merken dat jij ook niet alles kunt. Als je contact hebt met leeftijdsgenoten die het leven niet meer zien zitten, adviseer hen dan hulp te vragen van volwassenen: ouders, een mentor op school, een dominee of ouderling, een leider van de jeugdclub. Sommige problemen zijn te zwaar om andere jongeren mee te belasten. Ik hoop dat je met mijn reactie biddend aan het werk gaat. Van harte sterkte gewenst!

Nella van Dijke