Problemen jongeren nemen toe: „Vooral meisjes op het vwo staan onder druk”

Puntuit   26 nov. 2019 | tekst Aline de Bruin, beeld ANP, Bas Czerwinski
2019-11-26-BIN1-psychischeproblemen-2-FC_web

Ze hebben te maken met stress, de ambitie van hun ouders en een hoge studiedruk. De psychische problemen onder jongeren nemen toe, zo bleek maandag uit een onderzoek van de Universiteit Utrecht.

De decaan in het publiek maakt zich zorgen. „Ik krijg bijna dagelijks leerlingen in mijn kantoor die zichzelf torenhoge eisen hebben opgelegd. Je proeft bijna hun angst om niet succesvol te zijn. Ze zien succes als een keuze, en durven daarom bijna geen keuzes te maken, voor het geval ze het verkeerde kiezen.”

Herkenbaar, zo knikt de groep wetenschappers van de Universiteit Utrecht. Het zijn voorbeelden die ze in hun onderzoek terugzien. Het afgelopen jaar heeft de universiteit, in samenwerking met onder andere het Sociaal en Cultureel Planbureau, onderzoek gedaan naar psychische problemen bij jongeren. Voor het onderzoek gebruikten ze gegevens van 2009 tot 2017. In die jaren is het aantal leerlingen met klachten behoorlijk toegenomen. In 2009 had 21,4 procent van de leerlingen last van klachten zoals depressiviteit en lusteloosheid, in 2017 was dit 27,6 procent.

Bijles

„Hoe hoger het schoolniveau, hoe meer klachten”, zegt onderzoeker Gonneke Stevens, universitair hoofddocent sociale wetenschappen. „Vooral meisjes op het vwo ervaren steeds meer druk. Voor jongens geldt dit iets minder. Mogelijk komt dit doordat meisjes vaak hogere eisen aan zichzelf stellen.”

Volgens de onderzoekers zijn de psychische problemen van jongeren toegenomen omdat scholen hogere eisen stellen en er sprake is van meer schoolwerk dan vroeger. „Maar ook het ambitieniveau van zowel ouders als kinderen is hoger geworden”, zegt Stevens. „Kinderen met een havo-advies moeten bijvoorbeeld per se naar het vwo en leerlingen krijgen steeds vaker bijles in de vakken waar ze minder goed in zijn.”

Positief is wel dat jongeren door de jaren heen beter contact met hun ouders hebben gekregen, en dat ze aangeven goed met hun ouders te kunnen praten over problemen. „Traditioneel gezien zijn jongeren altijd positiever over hun moeder, maar je ziet de laatste paar jaar dat vaders een belangrijkere rol zijn gaan spelen. Vaders zijn meer bij hun gezin betrokken dan vroeger.”

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de rol van sociale media bij psychische problemen van jongeren. De cijfers liegen er niet om: 31 procent van de jongeren is bijna de hele dag online.

Meisjes significant meer dan jongens; 37 procent tegenover 26 procent. „Hoe langer ze per dag online zijn, hoe vaker ze last hebben van emotionele problemen”, zegt onderzoeker Maartje Boer. „Op sociale media ligt vergelijking al snel op de loer; de overdreven gunstige beelden die iemand online zet, kunnen ervoor zorgen dat je eigen leven maar saai lijkt. Terwijl die perfecte persoon ook met problemen kan zitten.”

Terug naar nieuwsoverzicht binnenland