Leven in oorlogsgebied

Puntuit   15 jan. 2020 | tekst Chris Klaasse, beeld AFP, RD
AFP_1NP5J9
Berjan van der Slikke

Amerika doodde op 3 januari een Iraanse topgeneraal. Sindsdien dreigt het islamitische land met woorden en daden. Hoe is het om als jongere te wonen in een gebied waar oorlog nooit ver weg is? Berjan van der Slikke (24) uit Elspeet bezocht de regio meerdere keren en spreekt vaak met vrienden daar.

Berjan kreeg als scholier een ernstige zenuwziekte. Hij genas, maar heeft nog steeds last van uitvalsverschijnselen. „Vooral als het koud is. Daarom heb ik de afgelopen jaren in de Filipijnen gestudeerd. Verpleegkunde. Inmiddels woon ik weer bij mijn ouders in Elspeet.”

Een halfjaar zat er tussen het einde van een jaar hbo-v in Amsterdam en het begin van de studie in de Filipijnen. Berjan besloot die tijd te gebruiken om zo veel mogelijk over land naar de Filipijnen te gaan. Zo kwam hij, nu vijf jaar geleden, in Irak en Iran terecht.

Via CouchSurfing –een online­platform waar mensen slaapplaatsen aanbieden aan reizigers– regelde de Veluwenaar overnachtingen. Hij belandde bij een gastvrij gezin in Halabja, in het noorden van Irak, dicht bij de grens met Iran. Berjan verbleef er vijf dagen en raakte bevriend met de oudste zoon. Haast wekelijks heeft hij contact met de 26-jarige jongeman. Andere vrienden in Irak en Iran spreekt Berjan ook nog weleens.

Vijf jaar geleden was IS actief in Irak. Was dat niet gevaarlijk?

„In de door IS bezette gebieden moet het vreselijk zijn geweest, onmenselijk. Maar daarbuiten was het relatief veilig. Dat het oorlog was, zag je alleen aan bussen met militairen die af en aan reden. En aan de vluchtelingenkampen.
Ik merk dat veel Nederlanders heel Irak en alle Irakezen eng en gevaarlijk vinden. Dat klopt niet. De mensen die ik heb ontmoet, waren vriendelijk en hadden leuke gezinnen.
Ik verbleef in het noordoosten van Irak. De bevolking daar heeft zo’n groot vertrouwen in het leger dat, hoewel IS dichtbij kwam, het niet hun dagelijks leven beheerste. Ze maakten er zelfs grapjes over. Bijvoorbeeld: er klapte een keer een band van een vrachtwagen. Ik schrok van die knal. Toen lachten vrienden me uit en zeiden grinnikend: Pas op, dat is IS.”

En Iran?

„In Iran is het politiek en economisch gezien een zooitje, maar het is een van de veiligste landen ter wereld. Militair geweld is er vooral in Irak en Syrië.
Iran was vroeger het hoogontwikkelde Perzische rijk waar je in de Bijbel veel over leest. Die rijke cultuur is er nog steeds, maar de laatste jaren gaat het steeds slechter met het land. De waarde van het geld daalt snel en er is te weinig werk.
Het land staat onder leiding van één islamitische leider, de ayatollah. Veel jongeren die ik sprak zijn ontevreden over hem.”

Hoe reageren je Iraakse en Iraanse vrienden op de dood van generaal Soleimani?

„De Iraniërs die ik heb gesproken zijn vooral bang voor nieuwe onrust en dat daardoor de economie nog verder verslechtert. Steeds minder landen willen handeldrijven met Iran, waardoor buitenlandse producten duurder worden.
Vanochtend belde ik nog met die vriend uit Halabja. Hij vertelde over de raketten die Iran vorige week afvuurde richting Erbil, de hoofdstad van Iraaks-Koerdistan. Die belandden in de woestijn. Hij deed er nogal luchtig over. Volgens hem was het een actie van Iraanse leger om voor de eigen achterban een goed verhaal te hebben. Zo van: zie je wel, we laten niet over ons heen lopen. Maar echt vechten durven ze niet.”

Ze zijn dus niet bang voor oorlog?

„Zolang oorlog je niet persoonlijk treft, heb je andere zorgen aan je hoofd. Ik spreek voor mijn vrienden die al hun familieleden en hun huis nog hebben. Voor hen gaat het leven gewoon door. Hun zorg is: brood op de plank krijgen.”

Hoe kijken jouw vrienden naar Israël?

„Ze zijn voor rust en vrede, dus ook voor vrede met Israël. Net als de meeste jongeren daar. Haatgevoelens richting Amerika en Israël zie je vooral bij de oudere generatie.
Na de moord op Soleimani zag je in de media optochten van mensen met borden waarop anti-Israëlische teksten staan. Mijn vrienden vertelden dat daarvoor mensen omgekocht worden. Dus als zij in zo’n optocht meelopen, krijgen ze aan het eind van de dag een zak rijst. Misschien zeiden ze dit om me gerust te stellen, maar het zou me niet verbazen als ze gelijk hebben.”

Terug naar nieuwsoverzicht buitenland