Column: Vuurwerkvrij

Puntuit   09 nov. 2019 | tekst Chris Klaasse, beeld Unsplash
tyler-lastovich-QEOcq1OgUmA-unsplash

Apeldoorn wordt vuurwerkvrij. Dat maakt mij blij. Want ik woon daar. En ja: het duurt nog meer dan een jaar voor het volledige afsteekverbod gaat gelden. En het lukt de politie vast niet om iedereen het knallen te belemmeren. En het is nogal bijzonder dat er in de gemeente nog wel vuurwerk verkocht mag worden. Maar toch.

Het verbod vloeit voort uit een enquête die ruim een halfjaar geleden onder een deel van de bevolking werd gehouden. Ook in mijn brievenbus zat zo’n vragenlijst. In ieder antwoord brandde ik het verderfelijke kruit zo vurig mogelijk af.

Zomaar een vraag uit de lijst: Welke van de volgende locaties moeten in uw ogen aangemerkt worden als vuurwerkvrije zone? Eronder een lange lijst met onder meer dierenasiels, schoolpleinen en gebedshuizen. Ik kruiste alles aan. Inclusief ”Anders, namelijk” en zette op de stippellijn ”Waar niet?”. Of ik nog tips heb? ”Verbieden”. En 58 procent van mijn gemeentegenoten was het dus met mij eens.

Waarom is het leuk om herrie te maken, vraag ik me jaarlijks af. Ik snap vuurwerk niet. Dat zal wel liggen aan het feit dat ik niet van spanning houd. Als kind was ik voor veel bang. Voor boeken met plaatjes bijvoorbeeld. Zelfs de afbeeldingen in een kinderbijbel durfde ik nauwelijks onder ogen te zien.

Inmiddels ben ik over de ergste angst heen en durf ik zelfs de strenge onderkoning Jozef recht in de ogen te kijken. Maar vuurwerk, nee. Nog nooit heeft iemand mij overtuigend uit kunnen leggen waarom het een goed idee is om tientallen miljoenen aan buskruit-in-karton de lucht in te schieten.

Het is mooi, zegt menigeen. Nou, geef mij maar een ochtendwandeling in een vorstig naaldwoud, met van die harsige stammen die schitteren in de kristallen winterzonnestralen. Of de ferme klanken van een sopraan die ver boven Bachcantate 137 uittorent: Lobe den Herren! En de over-weldigende sterrenhemel verruil ik ook niet graag voor armetierige surrogaatsterretjes die na een paar seconden op zijn.

Genieten van Bach, bos en het bovenaardse gefonkel is sowieso goedkoper. En zinvoller. Minder vervuilend. Minder gevaarlijk. En je bezorgt dieren geen apocalyptische ervaring. Of je oude medemens. Of militairen die in oorlogsgebied vochten.

De laatste reden die vuurwerkliefhebbers meestal aandragen: het hoort erbij. Een fris voorbeeld: braken hoort bij buikgriep. Daar doe je niets aan, dus dat hoort erbij. Maar vuurwerk en de jaarwisseling; die zijn best los te koppelen.

De afgelopen jaarwisselingen verbleef ik bij familie in een refometropool. Daar zwelt het geknal pas goed aan als de oudejaarsdienst voorbij is. Vermoedelijk maken veel christenen die avond vieze handen. Terwijl vuurwerk troep is. Slecht voor de schepping en –en nu gaan we echt vroom doen– het leidt af van waar je, als je een en ander uit het voorbije jaar overziet, eerlijk gezegd niet aan ontkomt: memento mori.


 Reageren? chris@rd.nl


Dit bericht is onderdeel van het Thema Dossier "Column Chris"

Bekijk het dossier    
Terug naar nieuwsoverzicht binnenland