De wereld van een onbegrepen dichter

Puntuit   13 dec. 2019 | tekst Arien van Ginkel, beeld RD, Henk Visscher
SOFIE-RIEZEBOS-0005-HENK

Een zoektocht naar geluk, een collage van eenzaamheid. In de dichtbundel ”Stilleven” laat Sofie Riezebos (17) in haar hart kijken. Hoe eng dat ook is; haar talent begraven was geen optie.

Sofie hoopt dat haar debuut in het voorjaar in de winkels ligt. Om de uitgave te bekostigen maakte de dichteres gebruik van crowdfunding. Ze haalde 3702 euro op. Twee euro meer dan nodig.

Wat ga je met die 200 centen doen?
„Met mijn fotograaf een kop koffie drinken, om te vieren dat ”Stilleven” straks in de winkels ligt.”

Waarvoor had je die 3700 euro nodig?
„De uitgever vraagt om een eigen bijdrage in de uitgeefkosten. Daarvoor kijkt een redacteur naar de tekst en promoot uitgever Palmslag het boek richting boekwinkels. Ook drukken ze het boek. Omdat ik betaal, heb ik controle over de eindtekst. Wel zo prettig.”

Heb jij je hart, je ziel, blootgelegd in deze bundel?
„Ja. Ontzettend. Ik doe dat nooit; nu wel. Dat is eng. Alle slechtheid in de wereld overweldigt me soms. Gelijktijdig geef ik om heel veel.”

Je ouders hebben de bundel nog niet gezien.
„Ik vind het eng om te laten lezen. Ik denk dat ze de gedichten mooi vinden, maar niet alles even goed snappen.”

Eng om je gevoelens te delen, zeg je. Toch doe je het. Waarom?
„Dichten is een talent van me. Dat moet ik niet in de grond stoppen maar delen. Ik stel mijn belangen niet boven dat wat anderen nodig hebben of God met mij van plan is.”

Je studeert farmacie in Groningen. Waar raakt dat aan dichten?
„Nergens. Op de medicijnen laat ik mijn intelligentie los, in het dichten kan ik mijn creativiteit kwijt. Het zijn verschillende werelden.”

Over je intelligentie: je bent hoogbegaafd.
„Mensen kijken daar positief tegen aan. Dan ben je superslim, denkt men. En dat wil iedereen zijn. Maar hoogbegaafdheid is net zoiets als autisme. Het is een kracht, maar heeft ook negatieve kanten. Ik voel me vaak onbegrepen.”

Kun je verbinding maken met anderen?
„Hoogbegaafden snappen mij. We hebben een groepje van school. We maken grapjes waar Latijn en Grieks in verweven zitten. Een beetje nerdachtig, maar om hun grappen kan ik oprecht lachen.”

Overstijgen jouw gedichten de categorie tobbende pubermeisjes?
„Het gaat in mijn bundel niet over de vraag of ik te dik ben. Of mensen me wel leuk vinden. Het gaat over struggles die iedereen herkent. Of je nu 17 bent of 70.”

Je schijft over „de mens die je moet spelen”, „levenslang iemand te moeten zijn die je nooit bent geweest” en „hoop die een geest is.” Hoe klinkt je dat in de oren?
„Als een cynisch mens. Of in ieder geval als iemand die veel nadenkt. En dat maakt niet altijd vrolijk.”

Zou minder nadenken je gelukkiger maken?
„Dat is geen optie. Ik probeer iedere keer mijn comfortzone te verlaten. Het redelijke te zoeken in een opvatting waar ik het totaal niet mee eens ben.”

Het lijkt alsof de meeste mensen in een andere dimensie leven, schrijf je. Dat je alleen bent. Hoe is het daar, in die eenzaamheid?
„Alleen. Maar het geeft me wel iets om over na te denken.”

Heb je een oude ziel?
„Oei. Misschien wel. Ik leef erg mee met de wereld. Met alles wat er gebeurt.”

Kan dat, met álles meeleven?
„Nee. Soms is het te veel. Maar dat is geen reden om ermee op te houden. Ik denk dat we als mensen moeten weten wat er om ons heen gebeurt. Ik wil het nieuws kijken. Mag m’n kop niet in het zand steken. Denk aan de jarenlange oorlog in Jemen. Aan alle vluchtelingen. Ik kan het niet maken om weg te kijken. Dat verdienen die mensen niet. Het rauwe van hun lot trek ik me aan. Hun hopeloosheid, omdat er geen uitkomst is uit hun situatie.”

Bestaat hopeloosheid? Het is toch bijna Kerst?
„Maar er zijn genoeg mensen die zich afsluiten voor dat goede nieuws. Dan ben je hopeloos.”

Wat is de grondtoon van je gedichten?
„Daar denk ik veel over na. Het is een zoektocht naar geluk, maar ook een collage van eenzaamheid.”

Waar zoek je geluk?
„Als ik in de natuur wandel, ervaar ik rust. En rust is geluk. Ik vind God in alles wat Hij heeft geschapen. Dat geeft vrede. Het leven is dan goed genoeg voor mij.”

Welke emotie wil je oproepen met je gedichten?
„Ik hoop dat mensen verontwaardigd en ontroerd raken. En tegelijkertijd: dat ze rust vinden. Dat het leven voor hen goed genoeg is.”

De toon van je gedichten gaat van mineur naar majeur. Je sluit af met „Mijn GOD, wat geniet ik.” Is genieten het hoogste doel?
„Ja. Mijn advies is: probeer te genieten, ook als het niet lijkt te kunnen. Zo ben je bedoeld.”

Terug naar nieuwsoverzicht binnenland