Dordtse Leerregels samengevat voor jou

Puntuit   08 nov. 2018 | tekst Evert Barten, beeld RD, Anton Dommerholt
Dordt-1-KruisP-A

Even snel de Dordtse Leerregels doorlezen? Dat valt niet mee. Je struikelt wellicht over ingewikkeld lange zinnen en sommige woorden begrijp je niet. Daarom voor jou deze vereenvoudigde samenvatting. Met dezelfde kern als 400 jaar geleden.

Hoofdstuk 1: Verkiezing en verwerping

1. Allereerst is het belangrijk dat je weet dat alle mensen, dus ook jij, in Adam gezondigd hebben en daarom de eeuwige dood verdienen. God zou niet oneerlijk zijn als Hij niemand redt. Het loon van de zonde is immers de dood, zie Romeinen 6:23.
2. God heeft de wereld echter zo liefgehad, dat Hij Zijn Zoon naar deze wereld heeft gestuurd. Iedereen die in Hem gelooft, zal eeuwig leven, zie Johannes 3:16.
3. Hoe je tot dat geloof komt? Door het horen van het Woord van God. Daarvoor zijn predikanten nodig, die je oproepen tot bekering en geloof in de Heere Jezus, zie Romeinen 10:14 en 15.
4. Als je ongehoorzaam bent, blijft de toorn van God op je. God verlost je hier echter van, als je de Heere Jezus door het geloof aanneemt en omhelst.
5. Geloof je niet? Dat is niet Gods schuld, maar de jouwe. Geloof je wel? Dat is niet jouw prestatie, maar een gift van God, zie Efeze 2:8.
6. God heeft, voordat de wereld bestond, al besloten wie er zalig wordt en wie niet. Hoe hard je als uitverkorene ook bent, je zult zeker zalig worden. Tegelijk geldt ook: je blijft hard als je niet verkoren bent. Dat is het rechtvaardige oordeel van God. Als je dit oneerlijk vindt, is dat een bewijs van je verderf. Als gelovige geeft het je juist veel troost.
7. Het besluit dat God in de eeuwigheid nam, draait Hij niet meer terug. Uit de grote groep mensen redt God in dit leven mensen die uitverkoren zijn in Christus. Dat betekent dat Hij de Middelaar en het Fundament van hun zaligheid is. Als je hierbij hoort, word je geroepen door Gods Woord en getrokken door Zijn Geest. Je krijgt het ware geloof waardoor je weer recht wordt voor God, heilig voor Hem kunt leven en straks voor altijd in de heerlijkheid zult zijn.
8. Denk niet dat de verkiezing in het Oude Testament anders was dan in het Nieuwe Testament. Deze verkiezing, ook wel het welbehagen van God genoemd, is altijd en overal dezelfde.
9. Als je als mens verkoren bent, is dat niet omdat er in jou een begin van geloof, gehoorzaamheid of iets anders goeds te vinden zou zijn. Dat je verkoren bent, heeft alleen te maken met Gods welbehagen. Daaruit komt het geloof, de gehoorzaamheid en al het andere voort.
10. Er is dus geen sprake van voorwaarden die al in jou aanwezig zouden zijn. Het is zoals het er staat van de kinderen van Izak en Rebekka: „Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat”, zie Romeinen 9:13.
11. Waarom de verkiezing niet te veranderen is? Omdat God onveranderlijk is. En wijs, alwetend en almachtig. Het aantal uitverkorenen staat vast.
12. Als gelovige krijg je in dit leven in meerdere of mindere mate zekerheid over deze verkiezing. Dit gebeurt als je de vruchten in je leven ziet van deze verkiezing. In de Bijbel kun je ze vinden: een echt geloof in Christus, de vreze Gods, verdriet naar God en verdriet over de zonde, verlangen naar de gerechtigheid.
13. Deze zekerheid maakt je niet hoogmoedig, zorgeloos en slordig. Nee, ze maakt je klein voor God. Hierdoor aanbid je Zijn diepe barmhartigheid, wil je heilig voor Hem leven en heb je Hem vurig lief.
14. Het is belangrijk dat je deze leer van de verkiezing ook nu nog hoort. Daarom moeten predikanten er in de preek op wijzen, tot de eer van Gods heilige Naam en tot troost van Zijn kinderen.
15. Je begrijpt dat er tegenover de verkiezing ook een andere kant is. Dat is de verwerping. God laat mensen onder het oordeel liggen. Dat is overigens hun eigen schuld vanwege hun ongeloof en zonden. God is een rechtvaardig Rechter en Wreker van de zonden.
16. Nee, word nu niet wanhopig. Als je de middelen –Bijbellezen, gebed, Gods Woord horen– ijverig gebruikt, mag je vurig, eerbiedig en nederig verlangen naar het moment waarop God ook jou tot de zaligheid zal brengen. Nog minder bang hoef je te zijn als je in je hart dat verlangen al kent om je te bekeren. De barmhartige God heeft beloofd je niet te laten staan. Beef en sidder echter als je zorgeloos bent en je alleen maar voor de wereld gaat.
17. Het genadeverbond raakt ook kleine kinderen. Als ze al jong sterven, mogen gelovige ouders erop vertrouwen dat de verkiezing en zaligheid ook voor hen geldt.
18. Ben je het niet eens met dit hoofdstuk? Dan zegt de Bijbel tegen je: „O mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt?”, zie Mattheüs 20:15. Beter is om met Paulus te roemen in de wijsheid en kennis van God, zie Romeinen 11:33-36.

Hoofdstuk 2: Van Christus’ dood en jouw verlossing hierdoor

1. God is niet alleen barmhartig, maar ook rechtvaardig. Jouw zonden moet Hij straffen, zowel met tijdelijke als met eeuwige straf. Er zelf onderuit komen, gaat niet.
2. Daarom heeft God Zijn Zoon gegeven als Borg Die in onze plaats gaat staan. Hij werd zonde en vervloeking toen Hij aan het kruis hing.

3. Alleen deze dood van de Zoon van God stelt God tevreden. Dit offer is voldoende om de zonden van de hele wereld weg te wassen.

4. Dat komt omdat Jezus niet alleen mens, maar ook God is. Dus ook eeuwig en oneindig. Hij stierf onder het gevoel van Gods toorn en vloek, die jij verdiend hebt met je zonden.
5. Als je in Christus gelooft, zul je eeuwig leven. Dit Evangelie moet voluit gepreekt worden, met een eis tot bekering en geloof.
6. Bekeer je je niet, ook al hoor je het Evangelie elke dag? Dan ligt dat niet aan het offer van Christus, maar aan jezelf.
7. Geloof je wel? Dat is een weldaad die je uit genade van God gekregen hebt. Je hebt er geen enkel recht op.
8. Het zijn alleen de uitverkorenen die tot het geloof komen. Zij allen, maar ook zij alleen worden zalig. Hun zaligheid heeft Christus verdiend met Zijn dood. Hij wast hen met Zijn bloed van hun zonden, zowel die al gedaan zijn als die ze nog zullen doen. Uiteindelijk zullen ze zonder één vuiltje voor God staan.
9. Er zal altijd een Kerk van gelovigen zijn, hoe hard de satan er ook tegen tekeergaat. Uiteindelijk zullen alle uitverkoren één groep vormen, wat er ook gebeurt. Het is een groep mensen die haar Zaligmaker vurig liefheeft en altijd dient en prijst. Zowel hier als straks voor eeuwig.

Hoofdstuk 3 en 4: Je verdorvenheid, de bekering en hoe dat gaat

1. God heeft jou als mens geschapen naar Zijn beeld. Je leek dus op God: volkomen heilig. Dat is niet zo gebleven. Je hebt moedwillig naar de duivel geluisterd, waardoor je dit beeld bent kwijtgeraakt. Nu ben je geestelijk blind en ijdel, verkeerd in je verstand, slecht, eigenwijs, hard en onzuiver in je wil en hart.
2. Denk niet dat de zonde van Adam jou niet raakt. God rekent die jou ook toe, omdat je een nakomeling van hem bent.
3. Je wordt dus, zoals in de Bijbel staat, in zonden ontvangen. En als je geboren wordt, lig je direct onder de toorn van God. Je kunt niets goed doen om zalig te worden, omdat je dood bent in de zonden. Teruggaan naar God kun je ook niet. Jezelf verbeteren evenmin. Daar is wedergeboorte voor nodig door de Heilige Geest.
4. Jawel, je hebt nog wel een beetje kennis van God. Ook begrijp je prima wat goed en fout is. Deze kennis is echter volstrekt onvoldoende om zalig te worden. Sterker nog: je zondigt moedwillig tegen dit licht dat nog in je overgebleven is. Zie je dat je geen enkel excuus hebt voor God?
5. Ook de Tien Geboden kunnen je niet zalig maken. Ze overtuigen je wel van je zondigheid, maar je eruit halen kunnen ze niet.
6. Hoe het dan wel moet? Door de kracht van de Heilige Geest. Die gebruikt daar de prediking van het Woord voor. Dat wordt ook wel de bediening van de verzoening genoemd. Het Evangelie dus, dat God als middel gebruikt om zondaren zalig te maken.
7. In het Oude Testament was er nog maar weinig van het Evangelie bekend. God heeft ervoor gezorgd dat dit is veranderd. Dat jij in een land leeft waarin je van God hoort, doet je misschien vermoeden dat je beter bent dan mensen die het Evangelie niet horen. Dan zit je echter fout. Het is Gods onverdiende liefde. Wees daarom nederig en dankbaar.
8. Als God roept, dan meent Hij dat ook. Hij wil dat je bij Hem komt om rust voor je ziel en het eeuwige leven te krijgen.
9. Deze roeping is blijkbaar niet voor iedereen tot zaligheid, want er zijn veel mensen die weigeren te komen. Als je ongehoorzaam bent, is dat niet de schuld van het Evangelie, noch van Christus, noch van God. De schuld ligt bij jou. Bijvoorbeeld omdat je een hard hart hebt en zorgeloos leeft. Of omdat je slechts voor een tijdje gelooft en dan weer terugvalt in je zondige leven. Of omdat je zo druk bent met deze wereld dat het Woord van God geen ruimte krijgt. Denk maar aan de gelijkenis van het zaad, zie Mattheüs 13.
10. Als je wel gehoorzaam bent aan de roep van God en je wordt bekeerd, dan is dat niet jouw prestatie. Ook heb je geen vrije wil om voor God te kiezen. Het is God die jou verkoren heeft, je krachtig roept, je geloof en bekering geeft, je uit de macht van de zonde verlost en je brengt in het Koninkrijk van Jezus. Geef Hem de eer!
11. Hoe God je bekeert? Hij zorgt ervoor dat Zijn Woord door de Heilige Geest in je hart komt. Deze Geest verlicht je verstand, vernieuwt je hart en maakt je wil levend. Je was eerst onwillig, maar nu wil je God gehoorzamen.
12. Dit is de wedergeboorte, ook wel vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden of levendmaking genoemd. God zorgt hier helemaal alleen voor, zonder jouw hulp. Het is een bovennatuurlijke, zoete en wonderlijke werking van de Heilige Geest. Dit gaat met zo’n kracht, dat het je volledig vernieuwt. Het geeft je tegelijk het vermogen om te geloven en je te bekeren.
13. Begrijpen kun je dit werk van de Heilige Geest niet. Maar als Hij gaat werken in je leven, zul je weten en voelen dat je gelooft en dat je Christus liefhebt.
14. Zie je dat het geloof een gave van God is? Er is dus geen sprake van een vrije wil bij jou als mens. God geeft zowel de wil om te geloven als het geloof zelf.
15. Je hebt als zondaar geen enkel recht op deze genade. God is jou niets schuldig, maar jij bent Hem als gelovige eeuwige dankbaarheid schuldig. Wees tegenover anderen, die zich vooralsnog uiterlijk bekeren, mild. Gedraag
je niet trots tegenover hen die deze genade niet kregen, alsof
je zelf beter bent. Bid voor hen, want God kan ook hen zaligmaken.
16. Denk niet dat God als een tiran de mens dwingt. Na de val ben je mens gebleven en zo gaat God ook met je om. Hij vernietigt je wil en je menselijke eigenschappen niet, alsof Hij je als een onwillig voorwerp naar de zaligheid sleurt. God maakt je levend en buigt je wil in liefde om. Zonder deze goddelijke ingreep zou geen mens ooit zalig worden.
17. Hoewel God je de zaligheid zo kan geven, gebruikt Hij het Evangelie als middel. Dat je als mens helemaal niets kunt doen om zalig te worden, betekent niet dat je het Evangelie maar naast je neer moet leggen. God heeft dat als middel gegeven. Het links laten liggen is God verzoeken.

Hoofdstuk 5: Hoe gelovigen volhouden

1. God verlost je als gelovige wel van de slavernij van de zonde, maar je zult altijd de kwellende macht blijven voelen.
2. Daarom ervaar je elke dag dat je zwak bent en dat je zo weer in zonde kunt vallen. Voor jou een reden om steeds weer tot Christus te vluchten, je eigen wil te doden en te verlangen naar het leven na dit leven.
3. Zelf kun je nooit staande blijven, maar God is getrouw. Als Hij je eenmaal genade heeft gegeven, zal Hij je tot het einde bewaren.
4. Dit betekent niet dat je nooit meer in grote zonden valt. Denk maar aan David en Petrus. Waak en bid daarom tegen de verleidingen.
5. De gevolgen van zo’n grove zonde zijn groot. Je vertoornt God, doet de Heilige Geest verdriet en je voelt voor een tijd de nabijheid van God niet. Pas als je door ernstig berouw terugkeert, zul je opnieuw Gods vaderlijke gunst ervaren.
6. Dat zal zeker gebeuren, omdat God je nooit te ver zal laten vallen. Hij laat je niet in het eeuwige verderf storten. Zijn verkiezing is immers onveranderlijk?
7. Ook de wedergeboorte is niet uit te wissen. God zorgt voor bekering door middel van Zijn Woord en Geest. Je gaat verlangen naar vergeving in het bloed van Christus en naar de genade van God. Ook aanbid je Zijn trouw en ontferming en word je nog voorzichtiger in je leven.
8. Als gelovige volhard je in het geloof. Dat is geen prestatie van jou, maar van God. Hij bewaart je tot het einde toe. Dat kan ook niet anders, gezien Zijn onveranderlijkheid.
9. Van deze volharding ben je verzekerd, al naar gelang de grootte van het geloof. Hoe meer geloof, hoe zekerder je bent dat je altijd een levend lid van de Kerk zult blijven.
10. Deze zekerheid krijg je op drie manieren: door de beloften die God geeft in Zijn Woord, door de Heilige Geest Die zegt dat je een kind van God bent en door een heilig leven vanuit een goed geweten.
11. Overigens is het niet zo dat je deze zekerheid altijd duidelijk voelt. Er kunnen veel twijfels zijn en zware aanvallen van de duivel. Maar weet dat God precies weet hoeveel je aan kunt. En met de verzoeking, geeft Hij ook de uitkomst, zie 1 Korinthe 10:13.
12. Denk niet dat deze zekerheid je trots en groots maken. Verre van dat! Ze geeft nederigheid, kinderlijke vreze, godzaligheid, geduld in het lijden, vurig gebed, standvastigheid in de waarheid en blijdschap in God.
13. Wanneer God je weer opricht uit de zonde waarin je als gelovige gevallen bent, leef je niet zorgeloos verder. Deze ervaring zal je ernstiger maken. Waarom? Omdat je enerzijds weet hoe zoet het is om in Gods gunst te leven en anderzijds hebt ervaren hoe vreselijk het is om Hem te moeten missen.
14. Om je vol te laten houden in het geloof, gebruikt God de prediking van Zijn Woord, met alle waarschuwingen, bedreigingen en beloften die daarin staan. Ook gebruikt Hij de heilige doop en het heilig avondmaal om je geloof te versterken.
15. Deze leer van de volharding wordt door mensen niet begrepen, door de duivel gehaat, van de wereld bespot en door schijnheiligen misbruikt en bestreden. Maar voor de bruid van Christus is het een schat met een bijzonder hoge waarde, die ze altijd zal verdedigen. Geen vijand kan er iets tegen doen, want God Zelf staat er voor in. Deze enige God, Vader Zoon en Heilige Geest, zij alle eer en heerlijkheid in eeuwigheid.
Amen.

Terug naar nieuwsoverzicht geloof

Johannes Kooistra

8 november 2018

Dit vindt je misschien wel eens mooi om te lezen.