Evert (24): Verlangen om het Evangelie te delen

Puntuit   07 jan. 2020 | tekst Henrieke Boers, beeld RD, Anton Dommerholt
Meijer-Sch_BerRDM-A(1)

„Biologie studeren, dat was wat ik altijd wilde. Ik hield van vogels en was graag in de natuur. Toen ik in de vijfde klas van het vwo zat, kwam ik tot geloof. Ik kreeg het verlangen om het Evangelie met anderen te delen en het verlangen om biologie te studeren verdween.”

Naam: Evert Meijer

Leeftijd: 24

Woonplaats: Ermelo

Gevolgde opleiding(en): vwo op de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap in Apeldoorn, bachelor theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, master gemeentepredikant aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam


„Ik dacht en denk dat je een bijzondere roeping moet hebben om predikant te worden, maar ik wist niet goed hoe ik mijn verlangen hiertoe moest verhouden. Ik had een groot verlangen om dienstbaar te worden in het Koninkrijk. Hoe, dat wist ik nog niet. Ik heb er veel om gebeden. Op een gegeven moment vroeg ik aan God: „Als ik toch biologie moet studeren en dit niet de juiste weg is, neem dit verlangen dan weg en geef het oude verlangen terug.” Dat gebeurde niet. Uiteindelijk ben ik theologie gaan studeren aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Daar heb ik gouden jaren gehad.

Nadat ik de bachelor had afgerond, moest ik een master kiezen. Inmiddels was ik lid van de Protestantse Kerk in Nederland en was het verlangen gegroeid om predikant te worden. Daarom koos ik voor de master gemeentepredikant aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam. In het eerste jaar liep ik een kleine stage waarin ik pastorale gesprekken moest voeren en een preek moest houden, zodat ik mijn preekconsent kon halen. In het tweede jaar schreef ik mijn masterscriptie. Het derde jaar is erop gericht om de gemeente in te gaan en je op het predikantschap voor te bereiden. Daarom loop ik het hele jaar door stage in een gemeente. Vanuit de universiteit krijg ik stageopdrachten. Zo moest ik catechisatie geven en een Bijbelkring leiden. Verder heb ik een doopdienst geleid. Mijn stagepredikant voerde de besprenkeling uit, maar ik heb gebeden, de preek gehouden en het doopformulier gelezen. Naast de stageopdrachten moet ik me ontwikkelen in prediking, pastoraat en het geven van catechisatie. Van één keer catechisatie geven leer je het niet. Daarom geef ik, naast mijn stage en studie, elke maandagavond catechisatie in Lopikerkapel en verleen ik bijstand in pastoraat in Ermelo.

Verder preek ik elke zondag in gemeenten die aangesloten zijn bij de Gereformeerde Bond. De eerste keer dat ik een preek hield, was in zekere zin onverantwoord. We hadden vooraf nauwelijks preken geschreven en gehouden en toen moest ik er één schrijven en hem gelijk houden. Ik liep destijds stage in Nunspeet, bij ds. Herwig. Er zaten zo’n 900 mensen in de kerk toen ik voor het eerst preekte. Het is goed gegaan, maar als ik terugblik denk ik: hoe heb ik het kunnen doen? Tegelijkertijd voelde het preken als thuiskomen. Ik heb er al die tijd naar uitgezien.

Inmiddels ben ik ongeveer negentig keer voorgegaan. Soms merk je dat er goed wordt geluisterd. Af en toe ervaar ik heilige momenten. Dan lijkt het alsof de hemel voor je opengaat en dat dat ook in de kerk gebeurt. Vanuit de gemeente hoor ik niet zo vaak iets terug over de dienst. Maar af en toe krijg ik een mailtje van een gemeentelid. Het is mooi en bijzonder om terug te krijgen dat de HEERE een dienst heeft gebruikt om mensen aan te spreken, te bemoedigen of zicht te geven op de vergeving en genade die er is dankzij Jezus Christus.”

Terug naar nieuwsoverzicht geloof