„In donker dal was God mijn enige houvast”

Marline Boom over de tussenstop in haar studie

_Q6A4921

Van scholier naar student en van student naar werkende burger. Een route die soms verloopt met een onderbreking – vrijwillig of onvrijwillig. Drie studenten vertellen over de tussenstop de ze maakten. Deel 1: Marline Boom.

Wie: Marline Boom (20) uit ’s-Gravenmoer

Opleiding: onderwijsassistent op het Hoornbeeck College in Amersfoort

Reden tussenstop: had een ernstige depressie


„Ik was een vrolijk kind. Maar na een verhuizing op mijn veertiende ging het mis. Het was lastig mijn draai te vinden in een compleet nieuwe wereld. Ik ontwikkelde een negatief zelfbeeld, was ontzettend somber en depressief. Zo erg dat ik er niet meer wilde zijn. In het eerste jaar van mijn opleiding liep ik helemaal vast. Als ik uit mijn stage terug naar huis fietste, dacht ik alleen maar aan alles wat niet goed was gegaan.

Ik besefte dat ik mijn opleiding op pauze moest zetten, wilde ik die depressie te boven komen. Ook anderen adviseerden mij dat. Stoppen voelde als falen. Maar omdat ik mijn stage niet had gehaald, zou ik toch al achterlopen met mijn opleiding. Het was ook onveilig om door te gaan: ik dacht na over hoe ik uit het leven kon stappen.

Zo werd ik drie jaar geleden opgenomen in een kliniek van Eleos in Bosch en Duin. In die donkere periode was God mijn enige houvast, al leek Hij soms ver weg. Regelmatig voelde ik me te slecht om te bidden. Achteraf zag ik dat Hij al die tijd heel dicht bij mij was. Zo gaf een docente me eens een briefje met Psalm 32 vers 8: Ik zal u onderwijzen en Ik zal raad geven, Mijn oog is op u. De zondag erna ging de preek precies over die tekst. Ook Romeinen 8 betekende veel voor me. Tijdens mijn opname kreeg ik meer dan 200 kaarten van familie en gemeenteleden. Zo waardevol!

Na de opname was het verschil met het kliniekleventje erg wennen. Gek genoeg was mijn omgeving in die zes maanden hetzelfde gebleven. Terwijl ik was veranderd: van een bange, opgesloten rups in een vlinder die vrij had leren vliegen. Daarvoor moesten eerst barsten in de cocon ontstaan.

Het ging stukken beter, al had ik het gevoel dat ik er nog niet was. Ik begon weer in het eerste opleidingsjaar. Tijdens mijn stage bleek de vrouw van mijn begeleider in dezelfde situatie te hebben gezeten. Van haar hoorde ik over een pastoraal traject. Daar ben ik ook mee begonnen. In die gesprekken leerde ik mijn gevoelens bij God te brengen. En om niet te geloven in leugens – dat ik niet waardevol ben of niet geschikt voor deze wereld. Ik heb ervaren dat alleen Hij de echte Heelmeester is. Nog steeds heb ik mijn ups en downs, al zijn de downs minder lang en minder diep dan destijds.

Eerst wilde ik na mijn mbo-opleiding de pabo gaan doen. Mijn stagebegeleiders zeiden: Je bent goed in lesgeven, maar je hebt veel meer oog voor kinderen die niet goed in hun vel zitten. Ik denk er nu over om als ervaringsdeskundige aan de slag te gaan. En ik droom ervan om een boek te schrijven over de periode in de kliniek.”