Verder gaan na een groot verlies

HHJO   18 sep. 2019 | tekst HHJO, Jacoline de Vree, beeld Maartje de Kloe
1909 Maartje

In de notities op haar smartphone bewaart Maartje de Kloe (21) uit Gameren uitgetypte gedachten. Op zondag 2 juli 2017 overleed haar moeder na tien jaar ziek-zijn. Schilderen hielp Maartje door het afscheidsproces heen. Schrijven helpt haar door het rouwproces heen. „Als ik over mijn moeder praat, kan ik er niet die woorden aan geven, die ik eraan kan geven als ik schrijf. Schrijven geeft meer rust.”

Als Maartje oude fotoboeken doorbladert, komen er herinneringen boven aan een onbezorgde kindertijd. Een periode die maar negen jaar duurde. „Toen ik negen was kreeg mijn moeder borstkanker. Ik weet heel weinig uit de tijd voordat ze ziek werd. De herinneringen lijken verdrongen te zijn door alles wat er daarna gebeurde. Als ik vakantiefoto’s zie uit mijn kinderjaren, merk ik hoe erg ik die familiemomenten mis. Voor mijn gevoel heb ik daar niet bewust afscheid van kunnen nemen. Toen mijn moeder voor de derde keer ziek werd, wijzigden de vakantieplannen. Na een vakantie, die heel anders was dan ik me had voorgesteld, waren deze familiemomenten voorbij.”

Uitlaatklep

In tien jaar tijd krijgt Maartjes moeder drie keer de diagnose ‘kanker’. „Drie dagen voordat mijn havo-examens begonnen, hoorden we dat ze voor de derde keer ziek was,” vertelt Maartje. „Die dag besefte ik: als ik ooit trouw, is zij er niet bij; als ik ooit kinderen krijg, leren zij hun oma niet kennen. Ik realiseerde me dat als het nu goedkwam, ik er niet op moest rekenen dat ze heel oud werd. Een halfjaar later bleken er uitzaaiingen in haar lever te zitten. Ze kon niet meer genezen. Het proces van afscheid nemen, dat toen al begon, vond ik zwaar. Ik wist niet goed hoe ik thuis met de sfeer om moest gaan. Daarom was ik veel weg. Aan de ene kant vond ik dat moeilijk, omdat ze er nu nog was. Aan de andere kant drukte de ellende zo op me, dat ik het niet aankon. Alles was zo donker, zo zwart.”

Maartjes moeder leeft, nadat de uitzaaiingen gevonden zijn, nog anderhalf jaar. „Twee weken voor haar overlijden zeiden artsen dat ze niets meer voor haar konden betekenen. De enige hoop die overbleef was de hoop op God. In die laatste dagen zocht ik mijn uitlaatklep in creativiteit. Ik beschilderde kaartjes en schreef er Bijbelteksten op,” vertelt Maartje. Ze pakt er een zwart fotoboekje bij, waarin ze de kaartjes bewaart en slaat hem open. Een kaartje is beschilderd met lichtgele verf. Met zwarte inkt staat psalm 38 vers 22 erop geschreven. „Toen ik een paar dagen voordat ze overleed ‘s morgens beneden kwam, kwam als eerste deze psalm in mijn gedachten: ‘HEER’, ik voel mijn krachten wijken en bezwijken’. Dat zag ik letterlijk aan haar.”

Verwondering

„Mijn moeder had het moeilijk met de vraag of ze wel kon sterven,” vertelt Maartje. „Dat was een worsteling. In de laatste dagen van haar leven brak het licht door. Dat was zo bijzonder.” Maartje kijkt stil voor zich uit. „Praten kon ze bijna niet meer, maar zingen wel. Ze zong psalm 42 vers 5: ‘Maar de HEER’ zal uitkomst geven’. Dat mocht ze geloven. Dat uitzicht had ze. Die psalm stond ook boven de rouwkaart. We hebben met elkaar gebeden of het lijden voor mijn moeder over mocht zijn. We gunden haar de eeuwige vreugde. Naast het verdriet mocht er ook verwondering zijn toen ze er niet meer was.”

Maartje bladert verder naar het einde van het boekje. Opnieuw een geel kaartje. ‘In Uw licht zien wij het licht’ staat erop geschreven. „Als laatste heb ik dit kaartje gemaakt. Ik kon me er later niet meer toe zetten om nog meer kaartjes toe te voegen. Dit is zoals het einde was. Het was goed zo.”

Notities

Het rouwproces dat volgt, ervaart Maartje als een zoektocht. „Tien jaar lang had ik de druk ervaren van haar ziek-zijn. Dat viel in één keer weg. Doorgaan en zien wat er komt, dat is mijn manier om met dit verlies om te gaan. Het helpt mij niet als het continu de boventoon voert. Ik schaam me er soms voor, maar ik durf te zeggen dat er dagen zijn dat ik er niet bewust bij stilsta. Tegelijk zijn er in de afgelopen twee jaar regelmatig momenten geweest dat het echt niet goed met me ging. Op momenten dat het verdriet aanwezig is, is schrijven mijn uitlaatklep. Dat kan bijvoorbeeld rond Moederdag zijn of op de dag dat ze overleed. Dan zit ik vol gedachten. Als ik die uittyp in een notitie in mijn telefoon, is het uit mijn hoofd.”

„Dat er momenten zijn dat ik helemaal niet verdrietig ben, heb ik leren accepteren. Ik kan oprecht blij en gelukkig zijn. Die emoties mogen er ook zijn. Ik ervaar het als een zegen, dat ik mag zien wat ik wél krijg. De Heere heeft het ziek-zijn van mijn moeder gebruikt om me te vormen. Ik weet niet altijd in hoeverre. Soms denk ik erover na hoe het zou zijn geweest als ze niet ziek was geworden. Dan had ik veel minder gezien van Wie de Heere is en van wat Hij kan doen. Dwars door de diepte heen gaf Hij uitkomst. Zelfs bij het naderen van de dood. Letterlijk.”

Verdriet

Verdriet is als een schaduw; mijn schaduw gaat altijd met me mee. Soms zie ik die en soms niet. Op veel momenten ben ik me niet bewust van mijn schaduw. Die ligt vaak achter mij. Maar ik kan een hoek van een straat omslaan en ineens ligt die recht voor mijn voeten.’ – Manu Keirse

Maartje: „Dit verwoordt voor mij precies hoe ik het rouwproces ervaar. Soms merk ik niets van het verdriet en ben ik er totaal niet mee bezig. Maar er kan zomaar iets gezegd of gedaan worden, waardoor het ineens heel overheersend is.”

 

Terug naar nieuwsoverzicht geloof