Gerjanneke schrijft soms tien verhalen tegelijk

Puntuit   08 okt. 2018 | tekst Anke de Vreede, beeld Cees van der Wal
GerjannekeVanTGoor- ceesvdwal_4

Ze werkt aan meer dan tien verhalen tegelijk. In een schrijfmandje bewaart Gerjanneke van t Goor (16) uit Nieuw-Lekkerland een stapel verhalenschriften.

Eén schrift ligt bovenop. ”Tussen twee vuren”, staat er op de roze kaft. Het schrift bevat het verhaal dat uiteindelijk haar eerste boek werd. Trots houdt Gerjanneke de roman omhoog. „Hij staat zelfs in de schoolbibliotheek”, vertelt de scholiere praktijkonderwijs op het Wartburg College, locatie Marnix, in Dordrecht.

Strafwerk

Het boek ontstond tijdens een „saaie les” op school. „Als ik me verveel, ga ik schrijven of tekenen”, legt Gerjanneke uit. Haar docent betrapte haar en voor straf moest ze het verhaal afmaken. Het werd zo lang dat ze in de lessen Nederlands tijd kreeg om te schrijven. Toen was het geen straf meer.

Een jaar later, afgelopen mei, hield ze haar zelfgeschreven boek in handen. Dat ging niet zomaar. Achterneef Gerjo las de uitgetypte versie voor haar na op spelfouten en uitgeverij Boekscout hielp haar om „de puntjes op de i te zetten.” Spannend vond Gerjanneke het wel om haar boek uit te laten geven. „Het was een verhaal van mezelf en nu kan iedereen het lezen. Je stelt jezelf kwetsbaar op. Het is best eng om zo veel van jezelf te laten zien.” Maar toen uitgeverij Boekscout liet weten dat ze brood zag in haar manuscript, rende Gerjanneke van blijdschap een rondje door de woonkamer.

Kiezen

De hoofdpersonen in ”Tussen twee vuren”, Jeronimo en Judith, ontmoeten elkaar in de bloemenwinkel waar Jeronimo werkt. Hij leidt een jeugdbende waarin drugsgebruik aan de orde van de dag is. Judith studeert voor verslavingsarts en wil Jeronimo helpen. Als hij ernstig ziek wordt, gaan ze samen door een moeilijke tijd. „Meer ga ik niet vertellen, want dan verklap ik het einde”, lacht Gerjanneke.

Hoe ze aan dit onderwerp komt? „Ik heb weinig nodig om inspiratie te krijgen”, vertelt ze. „In de krant las ik over jeugdbendes. In mijn hoofd ontstond gelijk een verhaal.”

Autisme

Veruit de meeste verhalen van Gerjanneke belanden in de prullenbak. Slechts een paar maakte ze er af. „Ik ben onzeker over wat ik schrijf. Bang dat mensen het niet goed vinden of dat het een raar verhaal is”, legt ze uit. „Door mijn autisme werd ik gepest, van groep 3 tot groep 8 en ook op de middelbare school. Nu is dat over, maar het heeft me onzeker gemaakt over wat anderen van mij en mijn werk vinden.”

Door haar autisme denkt Gerjanneke anders dan de meeste mensen, legt ze uit. „Ik heb bijvoorbeeld beelden in mijn hoofd die anderen vaak niet begrijpen. Als ik verdrietig ben, voelt het alsof het regent in mijn hart. Maar als ik dat uitspreek, begrijpen mensen dat niet. Of vinden ze mijn manier van uitdrukken vreemd. Gelukkig snappen mijn ouders en de therapeut het wel.”

Inleven

„Ik ga gewoon schrijven, schrijven, schrijven”, vertelt Gerjanneke over haar aanpak. „Dan zie ik vanzelf hoe het verhaal afloopt. Ik leef tijdens het schrijven met de hoofdpersonen mee. Ik zie voor me wat ze aanhebben en hoor hoe ze praten.”

Schrijven helpt Gerjanneke om woorden te geven aan wat ze denkt en voelt, vertelt ze. „De personen in mijn verhalen lijken altijd in sommige opzichten op mij. Judith uit ”Tussen twee vuren” wil anderen helpen. Daardoor loopt ze zichzelf voorbij. Zo zit ik ook elkaar.”

Of ze zichzelf een schrijfster vindt? Gerjanneke schiet in de lach. „Nee, nu denk ik gelijk aan iemand die beroemd is. En dat wil ik niet worden, want ik wil gewoon blijven wie ik ben.”

 

Terug naar nieuwsoverzicht binnenland