„Gifje spreekt meer dan tekst”

Puntuit   12 feb. 2020 | tekst Arien van Ginkel, beeld WhatsApp
thumbnail whatsapp3

Thuis ligt zijn telefoon meestal op de koelkast. Meestal, want niet tussen 20.00 en 21.00 uur. Na het koffiedrinken nestelt Niels (19) zich in zijn stoel. Koptelefoon op; social time.

De jongere uit een plaats onder de rook van Rotterdam gaf Puntuit inzicht in zijn WhatsAppgedrag. „Ik heb niets te verbergen”, zegt hij. „Ik ben een gewone, enthousiaste jongen. Ik voer soms grappige gesprekken met gifjes. Dat is jullie vast wel opgevallen.”

Niet alleen vrienden, ook je moeder mag regelmatig zo’n kort humoristisch filmpje ontvangen.

„Je kunt natuurlijk sturen: ik kom eraan. Maar het is veel grappiger om een rennend poppetje te sturen met daarbij: „I’m coming!!!” Een gifje spreekt veel meer voor mij. Het toont soms precies wat ik wil zeggen. Die gifjes gebruik ik natuurlijk alleen in informele gesprekken. Zo’n bericht stuur ik niet naar m’n baas als ik me heb verslapen. In het normale leven trek je ook sneller een gek gezicht naar je vrienden.”

Hoe ziet het perfecte appje eruit?

„Ik probeer te schrijven zoals ik praat. Met een „euhm” of een paar puntjes als ik moet nadenken. Een app hoeft niet zo correct te zijn als een e-mail. Vier spaties tussen een woord of twee punten aan het einde van de zin is geen probleem. Als een bericht maar de sfeer van een echt gesprek nabootst.”

Appen: een lust of een last?

„Als ik niets te doen heb, is het leuk om een appje te krijgen. Zo’n bericht betekent dat er iemand aan me denkt. Zeker in de trein naar school app ik veel. Toch gaat er niets boven een goed gesprek met iemand die je ontmoet op school, op straat of in de gemeente.”

Gemiddeld voer je –groepschats meegeteld– zo’n vijftien gesprekken per dag. Is dat veel?

„Ik hoorde pas van iemand die 54 chats had openstaan. Dat vind ik bizar. Van vijftien ga je niet onderuit, hoor. Dat is redelijk acceptabel. Ik ben nu eenmaal een sociale jongen. Als ik op school een rondje loop, komt ik zo zeven bekenden tegen met wie ik een praatje begin. Wel wil ik uitkijken dat ik via WhatsApp niet meer contacten krijg dan in het echte leven. Dat zou niet goed zijn.”

Je hebt nooit al je gesprekken afgewerkt. Er zijn altijd nog mensen op wie je moet reageren. Hoe is dat voor jou?

„Heerlijk toch? Ik beslis zelf wanneer ik op iemand reageer. Wel is het zo dat als iemand snel op mij reageert, ik ook snel terug app. Maar mijn moeder kan ik best een uurtje laten wachten. Anderen zelfs een dag. Of twee. Dat is wel de max.”

For we preach not ourselves, but Christ Jesus the Lord, vermeldt je WhatsAppinfo. Waarom is dat?

„WhatsApp en andere sociale media gaan vaak over jezelf. Je moet neerzetten wie je bent en wat je doet. Dat is de tijd waarin we leven. Maar het is niet heel gezond. Zo’n Bijbeltekst is een stukje getuigenis. En wat moet ik er anders neerzetten? ”Op het werk” of ”Aan het typen…”?”

Observatie: Je voert lange gesprekken op WhatsApp.

„Ik dacht dat ik het vooral gebruikte voor korte vraagjes en het maken van afspraken. Maar inderdaad, nu ik terugkijk zie ik ook lange gesprekken. Dat is vaak het vervolg op een gesprek dat in het echte leven is begonnen. Want ik vind het prima om via WhatsApp relaties te onderhouden, maar je moet ze er niet opbouwen en daardoor afhankelijk worden van onlineberichten.”

Want contacten kunnen ook eindigen op WhatsApp, is het niet?

„Ja, bizar. Drie jaar geleden appte ik veel met een meisje uit onze gemeente. We vonden elkaar leuk. Out of the blue kreeg ik een appje. Ze vertelde dat ze merkte dat ze de laatste tijd minder verliefd was, dat ze een leuke tijd had gehad en ze zeker wist dat ik iemand zou vinden die nóg beter bij me zou passen. Ik vond het beneden alle peil om de relatie op die manier te eindigen. Respectloos. Maar blijkbaar kun je via WhatsApp essentiële informatie missen. In real life merk je veel sneller dat er iets aan de hand is.”

Anno 2020 noemt een andere dame je „lieverd” en stuurt je kussende emoji’s.

„Ze komt uit een andere cultuur, dus ik vind het lastig in te schatten wat ze er mee bedoelt. Ik denk dat ze me leuk vindt. Maar als ik haar zie en haar aankijk, kijkt ze snel weg. Dat vind ik een beetje apart. Op WhatsApp kun je veel zeggen en toch weinig contact hebben. Ik negeer dat flirten dus gewoon.”

Je appt bijna uitsluitend met mensen van het vrouwelijk geslacht.

„Op WhatsAppp ben ik misschien wat vrouwelijk. Zo zit ik als enige jongen in een vriendengroep met zes meiden. Met het andere geslacht kun je veel fijnere gesprekken voeren. Er zijn meer meiden dan jongens van mijn leeftijd die vragen hoe het met me gaat. Meiden doen dat veel sneller, dus vraag ik het ook eerder aan hen.”


Niels heet in werkelijkheid anders.

 


Dit bericht is onderdeel van het Thema Dossier "Mijn WhatsApp"

Bekijk het dossier    
Terug naar nieuwsoverzicht binnenland