„Soms wil je niet bekeerd zijn”

LCJ   05 nov. 2018 | tekst LCJ, Gertjan de Jong, beeld Pixabay
2018-11-05-pkPUN16-PUhoofdfoto05-5-FC

Leven met God. Het klinkt eenvoudig. Veel refojongeren ervaren dat niet zo.

„Ik ervaar vooral getob”, vertelt Kees-Jan Oskam (18). „Hoe zit het nou met het geloof? Iedereen spreekt elkaar tegen en alle mensen denken dat ze het bij het rechte eind hebben. Dat zie ik althans bij mensen zoals ambtsdragers en andere vooraanstaande figuren in de kerk. Als ik naar jongeren om mij heen kijk, zie ik vooral verwarring. Wie heeft er gelijk? Het lijkt alsof de oudere generatie maar al te goed weet hoe het zit. Maar omdat ze stuk voor stuk andere visies en overtuigingen hebben, laten ze jongeren in verwarring achter. Mijn belangrijkste vraag aan God is: Waarom laat U zo veel mensen tobben, soms jaren- en jarenlang?”

Aan Gods bestaan twijfelt Kees-Jan niet. „Maar het lijkt alsof God niet wil. Dat is natuurlijk niet zo, maar zo ervaar ik dat. En je kunt niks doen. Je hebt er de plicht toe, maar er is niks wat je ook maar een stap verder helpt.”

Tegelijkertijd wil Kees-Jan God niet loslaten. „Er gebeuren dingen die te bijzonder zijn om toevallig te zijn.” In zijn leven ervaart hij Gods zorg, juist in de dagelijkse dingen. „Pas had ik een interview opgenomen op een apparaat van school. Dat ding had ik weer ingeleverd, zonder het interview op mijn laptop te zetten. Toen ik daar achter kwam schrok ik enorm, want ik had het geluid nodig. Gelukkig kon ik het apparaat nog even lenen en bleek het fragment er nog op te staan. Daarin zag ik Gods hand.”

Koud en gevoelloos

Maar toch: de verwarring en de vragen overheersen bij Kees-Jan als het over geloven gaat. „Is het ook voor mij?” zo vraagt hij zich af. „Zou Hij nooit meer van ontferming weten? Hoe kan ik ooit dichter bij Hem komen? En als dat niet kan, waarom blijft Hij dan zo ver weg? Als ik bid, vind ik het zo lastig om de juiste woorden te vinden. Ik bid altijd weer hetzelfde. Het lukt bijna nooit om in woorden uit te drukken wat er in mijn hart leeft.”

Kees-Jan: „Of ik weleens bang ben voor Gods oordeel? Ik probeer die angst er bij mezelf in te rammen, maar dat lukt niet. Ik ben koud en gevoelloos. Af en toe komt het naar boven, maar dan verdwijnt het weer snel. Ten diepste is ongeloof daar de bodem van.”

Voor Stefan Zijnstra (19) is die worsteling herkenbaar. ”Leven met God” vindt hij geen eenvoudig thema. „Soms wil je niet bekeerd zijn. Omdat je niet wilt veranderen voor vrienden en vriendinnen om me heen. Je wilt de leuke dingen van de wereld niet inleveren.”

Gelijktijdig kan het idee dat God er is, hem rust geven. „Ik kan er vrede mee hebben dat ik met alles bij God terechtkan.” Ervaart hij concreet dat God er is? „Niet vaak. Dat vind ik moeilijk. Het zou makkelijker zijn om te geloven wanneer Jezus nog op aarde zou zijn en ik Zijn wonderen met eigen ogen kon zien. Maar ik ervaar dat God aanwezig is, bijvoorbeeld wanneer het onweert.”

Volhouden is moeilijk

„Ik vind het moeilijk om het vol te houden: om elke dag met mijn hart te vragen om bekering. Het is onmogelijk om elke dag oprecht te bidden. Ja, als ik erover nadenk hoe het zou zijn bij God, bid ik met mijn hart. Maar als ik bid voor het eten is het uit gewoonte. Ook is het moeilijk om mezelf niet goed te vinden als ik met mijn hart bid. Het is lastig om dan niet gelijk te denken: „Nu doe je het goed, ga zo door.””

„Er zijn mensen in mijn omgeving bij wie ik kan zien dat zij een leven met God hebben. Soms zie je iemand stralen als hij of zij over God spreekt. Dat maakt mij nieuwsgierig en jaloers. Vroeger dacht ik weleens dat het „nieuwe leven” saai zou zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat God mij nog veel gelukkiger kan en wil maken dan ik al ben.”

„Of ik mezelf zie als iemand die met God leeft? Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Het is dubbel. Het ene moment kan ik genieten van lofliederen, maar het andere moment geniet ik van wereldse muziek.”


 

„Het lukt me niet”

Naar aanleiding van deze serie kreeg het LCJ nog meer reacties van jongeren die ervaringen wilden delen, maar graag wel anoniem blijven. Een paar voorbeelden van ervaringen die jongeren deelden:

„Het gebeurt weleens dat ik, bijvoorbeeld in de kerk, besef hoe goed en genadig God is. Tegelijk is mijn verlangen naar God soms zo klein in vergelijking met het verlangen naar de wereld en de zonden. Ik heb geen zekerheid dat ik Hem ken en Jezus voor mij gestorven is. Ik wil Zijn stem horen, maar weet niet hoe dat moet als ik steeds weer bij Hem wegloop.”

En „Ik verlang er naar om bij God te leven omdat de mensen die bij Hem leven daar troost en houvast uit halen. Daar kan ik alleen maar jaloers op zijn. Maar ik zie mijzelf niet als iemand die met God leeft. Ik probeer het wel, maar het lukt me niet. Dan vergeet ik weer in mijn Bijbel te lezen of dwalen mijn gedachten af onder de preek.”


 

Serie: Leven met God

Leven met God, hoe ‘werkt’ dat? Hoe doe je dat als je weinig van Hem ervaart? En wat als je niet met Hem wilt leven? Over deze vragen spreekt het Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) met jongeren voor de serie ”Leven met God”. Deel 1 lees je hier.

Terug naar nieuwsoverzicht geloof