Jongeren vinden grammatica gruwelijk lastig

Puntuit   30 aug. 2019 | tekst Puntuit, beeld ANP, Puntuit
Grammatica
Tramper
Kuiper
Westerbeke

De Puntuitredactie schrijft wekelijks artikelen voor jongeren. Wat is het lijdend voorwerp in deze zin? En de persoonsvorm? Steeds meer jongeren vinden het lastig om deze vragen goed te beantwoorden, bleek donderdag uit onderzoek van de Universiteit Gent.

Zinnen ontleden, werkwoorden vervoegen en woordsoorten herkennen: eindexamenscholieren in Nederland en Vlaanderen hebben daar moeite mee. Onderzoekers Filip Devos en Judit de Vilder herhaalden vorig jaar een onderzoek uit 2008 naar de taalvaardigheid van 362 leerlingen van 6 vwo. Wat bleek? Tien jaar geleden hadden de leerlingen gemiddeld 61 procent van de vragen goed, in 2018 was dat nog maar 50 procent.
De spellingsvaardigheden waren ongeveer gelijk gebleven, maar de kennis van grammatica daalde sterk. Van 53 procent goed beantwoorde vragen in 2008 naar 36 procent vorig jaar. De onderzoekers noemden de uitkomsten van het rapport „alarmerend.”
Hebben lezers van Puntuit ook moeite met grammatica? Drie jongeren maakten een spelling- en grammaticatest die Puntuit opstelde. Lees hieronder hoe ze het deden en maak de test zelf.

Test

Spelling
1. A. Het onderwijspijl is vaak in het nieuws.
    B. Het onderwijspeil is vaak in het nieuws.

2. A. Een hondentong bevat veel bacterieën.
    B. Een hondentong bevat veel bacteriën.

3. A. In het Middellandse Zeegebied is het vaak zonnig.
    B. In het Middellandse-zeegebied is het vaak zonnig.

Werkwoordspelling
4. A. De ex-directeur heeft een functie als bankier aanvaard.
    B. De ex-directeur heeft een functie als bankier aanvaardt.
    C. De ex-directeur heeft een functie als bankier aanvaart.

5. A. Beantwoorde hij de post altijd zo laat?
    B. Beantwoordde hij de post altijd zo laat?
    C. Beantwoordden hij de post altijd zo laat?

6. A. Wordt je nog opgenomen in het ziekenhuis?
    B. Wort je nog opgenomen in het ziekenhuis?
    C. Word je nog opgenomen in het ziekenhuis?

Woordsoorten
7. Ik heb gisteren nog gefietst.
    A. bijvoeglijk naamwoord
    B. bijwoord
    C. voorzetsel
    D. zelfstandig naamwoord

8. Het is al laat dus we moeten nu echt gaan.
    A. voorzetsel
    B. lidwoord
    C. voegwoord
    D. bijvoeglijk naamwoord

Zinsontleding
9. In de wielersport is jarenlang doping gebruikt.
    A. persoonsvorm
    B. onderwerp
    C. lijdend voorwerp
    D. meewerkend voorwerp

10. Mijn collega heeft mij die leuke foto laten zien.
    A. persoonsvorm
    B. onderwerp
    C. lijdend voorwerp
    D. meewerkend voorwerp

Antwoorden: 1:B, 2:B, 3:A, 4:A, 5:B, 6:C, 7:B, 8:C, 9:B,10:D

 

Leander Tramper (21) uit Leider­dorp, student Neerlandistiek aan de Universiteit Leiden.

Score: 10

Hoe ging de test?
„Alleen bij de vraag over bacterieën of bacteriën twijfelde ik even.”

Wat heb je aan grammatica? Spelling is toch veel belangrijker?
„De juiste spelling weet je vaak pas als je een zin goed hebt ontleed. En dat hoort bij grammatica. Het een kan dus niet zonder het ander.”

Hoe komt het dat leerlingen niet zo goed in grammatica zijn?
„Veel docenten doen alsof grammatica droge, ingewikkelde materie is. Maar grammatica kun je ook aantrekkelijk geven. Toen ik tijdens mijn educatieve minor voor de klas stond, behandelde ik bijvoorbeeld dubbelzinnige zinnen, zoals: Jan ziet de man met de verrekijker. De betekenis van die zin hangt af van welke functie je het zinsdeel ”met de verrekijker” geeft. Als je de leerlingen dit laat ontdekken, vinden ze dat meestal heel interessant. Bovendien zijn ze dan echt met taal bezig.”

 

Minka Kuiper (13) uit Rijssen, leerling 2 vwo Jacobus Fruytier scholengemeenschap.

Score: 9

Wat vind je van het vak Nederlands?
„Heel interessant. Grammatica, en met name woordbenoeming, is erg leuk.”

Waarom is grammatica belangrijk?
„Het heeft te maken met taalbeheersing, en ik vind dat je je eigen taal zo correct mogelijk moet kunnen gebruiken.”

Hoe zou de kennis van grammatica verbeterd kunnen worden?
„Alle docenten zouden meer moeten letten op taalgebruik en spelling, ongeacht welk vak ze geven. De les Nederlands hoeft van mij niet per se anders.”

 

Lieven Jan Westerbeke (21) uit Hengelo, student industrieel ontwerpen aan de Universiteit Twente.

Score: 9

Hoe ging de test?
„Leuk, maar confronterend. Ik dacht dat ik het wel even foutloos zou maken, maar ik ben bang dat dat niet gelukt is. De studie die ik volg is Engelstalig, dus bepaalde dingen zijn echt weggezakt, merk ik.”

Wat heb jij met taal?
„Het vak Nederlands op de middelbare school vond ik leuk. Vooral in spelling was ik best goed. Ik heb zelfs een aantal keren meegedaan aan het groot dictee van Goeree-Overflakkee. Mijn beste score daarmee was 17 fouten, daarmee eindigde ik in de middenmoot.
Mijn opleiding is dus in het Engels, maar ik hoop niet dat onze taal ten onder gaat aan de verengelsing. Daarvoor ben ik te trots op mijn moedertaal.”

 

Terug naar nieuwsoverzicht opmerkelijk