Predikant en imam in gesprek: „Ene Naam staat tussen ons in”

Puntuit   18 jul. 2019 | tekst Ben Provoost, beeld Dirk Hol
2019-07-08-katMA1-visser-benchikhi-7-FC-V_web

Christendom en islam verhielden zich in de loop van de eeuwen moeizaam tot elkaar. Het weerhoudt ds. Peter (P. L. D.) Visser en imam Mustapha Benchikhi er niet van om met elkaar te praten over wat herkenning geeft en wat scheidt. Benchikhi: „Jij bent de eerste christen van wie ik hoor dat in het christendom geloof en daad samen opgaan.”

Ds. Visser en imam Benchikhi ontmoeten elkaar in de christelijke gereformeerde Immanuelkerk in Gorinchem. De imam ervaart de kerk allerminst als vijandig terrein. „Een kerk is een gebedshuis. Hoewel het op een andere manier gebeurt dan ik gewend ben, wordt God hier aanbeden. Dat respecteer ik.”

Het Reformatorisch Dagblad organiseerde het gesprek tussen beide mannen. Doel: vertegenwoordigers van islam en christendom elkaar laten meenemen in hun denk- en belevingswereld. Wat zijn de verschillen en wat geeft herkenning? En zijn de beelden die bestaan van elkaar juist?

Een van de eerste dingen die ds. Visser wil weten, is of imam een titel is. „Hij is iemand die het gebed in de moskee leidt”, legt Benchikhi uit. „In principe kan iedereen dat doen die lichamelijk gezien volwassen is. In de praktijk doen meestal ouderen het.”

De twee hebben al snel een klik met elkaar. Ernst en luim wisselen elkaar af. Af en toe rolt er een scherpe vraag over tafel en volgt er een diepe theologische discussie. Dan weer neemt de ander de ruimte om uit de doeken te doen hoe hij zijn godsdienst beleeft. Zo vertelt ds. Visser hoe hij predikant is geworden. „Ik was gefascineerd door computers en kunstmatige intelligentie. Ik wilde me daar verder in bekwamen en ging wiskunde en informatica studeren. Na een jaar, ik was toen twintig, ging ik door een crisis en ging er een wissel om in mijn leven. Ik ervaarde dat God mij riep om iets anders te gaan doen.”

Benchikhi: „Hé, bijzonder zeg.”

Ds. Visser: „Ik móést theologie gaan studeren. Hoe was mij een raadsel, want mijn vooropleiding sloot daar niet op aan. Zo had ik geen Grieks en Latijn gehad. Maar God heeft alles geleid en na zeven jaar studeren, werd ik bevestigd tot predikant. Nu ben ik missionair consulent.”

Benchikhi: „Wat houdt dat in?”

Ds. Visser: „Christenen komen vaak samen in grote gebouwen, maar betekenen ze ook iets voor de omgeving? Gaat hun hart ook uit naar mensen die een ander of geen geloof hebben? Vanuit de overtuiging dat geloof zich moet vertalen in woorden en daden, adviseer ik kerken hoe ze daar in de samenleving invulling aan kunnen geven.”

Benchikhi: „Jij bent de eerste christen van wie ik hoor dat in het christendom geloof en daad samen opgaan en dat vind ik heel bijzonder. Van evangelisten op YouTube hoor ik dat daden –in de islam een belangrijk element van het geloof– er niet toe doen. Ze zeggen dat alleen geloof iemand kan redden.”

Ds. Visser: „Voor gereformeerden is de 16e-eeuwse Maarten Luther een belangrijke theoloog. De monnik ervaarde dat hij niet volkomen was toegewijd aan God. Hij vond pas geestelijke rust toen hij in het Nieuwe Testament las dat hij moest geloven in Christus Die voor zondaren is gestorven. Maar het betekent absoluut niet dat daden er niet toe doen. Christus zei dat je aan de vruchten de boom kent. Je kunt aan iemands leven zien of hij echt christen is.”

Benchikhi: „Ik vind het geweldig om te horen dat je zegt dat geloof uit je daden moet blijken. De profeet Mohammed wijst in allerlei overleveringen de mensen erop dat iemands geloof te zien is in zijn handelingen. Zo is er een overlevering die ons leert dat Allah wil dat we hem bezoeken. Als mensen dan vragen hoe dat moet, zegt Allah dat het langsgaan bij zieken gelijkstaat aan hem bezoeken.”

Ds. Visser: „Dit staat ook in Mattheüs 25: „Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.””

Benchikhi: „Aha, ja!”

Ds. Visser: „Maar de grote vraag is: op grond waarvan vergeeft God? Ik leef vanuit de Schriften: de tawrath (wet van Mozes), indjil (het Evangelie) en zabur (Psalmen). Daarin leer ik God kennen als Iemand Die de offerdienst heeft ingesteld. God is barmhartig, maar ook rechtvaardig. Gods recht eist een offer. In Christus is God naar de aarde gekomen om de straf te dragen die ik heb verdiend. Wat geloof jij: vergeeft Allah uitsluitend omdat hij barmhartig is of tellen ook jouw goede werken mee?”

Benchikhi: „God vergeeft hoe Hij wil. Als wij Allah oprecht om vergiffenis vragen over zaken waarvan wij oprecht spijt hebben, is hij in staat ons te vergeven op grond van zijn barmhartigheid. Allah beloont goede daden, maar het is arrogant om daarop te vertrouwen.”

Beide mannen zijn geschoold in hun godsdienst, maar wat weten ze van elkaars religie? „Ik weet dat christenen in de drie-eenheid geloven en dat in hun godsdienst het sterven van Jezus aan het kruis centraal staat”, zegt de imam. „En als ik islamitische leerlingen doceer over het christendom, kan ik ze prima de christelijke feestdagen uitleggen. Maar dan houdt mijn kennis wel op.” Dan richt Benchikhi zich tot ds. Visser. „Ik geniet ervan hoe jij de dingen uitlegt. Jij verwoordt prachtig wat je gelooft, maar heel anders dan ik heb gehoord van andere christenen. Ik zou bijna zeggen dat wat je over God zegt islamitisch is.”

Ds. Visser, lachend: „Laat ik dat maar beschouwen als een compliment. Wel vraag ik mij af welke christenen er op je pad zijn gekomen.”

Benchikhi: „Gereformeerden uit ’s-Gravendeel en mijn woonplaats Hendrik-Ido-Ambacht. Heel wat keren keek ik ook naar het optreden van televisiedominee Robert Harold Schuller bij Hour of Power. Een echte entertainer, ik genoot van zijn stijl.”

Ds. Visser: „Glad Amerikaans.”

Benchikhi: „Ook keek ik wel naar David Maasbach op SBS6 of naar een Surinaamse dominee op RTV Rijnmond.”

Ds. Visser: „De mannen die je noemt, ken ik deels van naam. Het zijn geen gereformeerde jongens en ik herken me niet helemaal in hun theologie. Die diversiteit vind je natuurlijk ook in jouw godsdienst. Tijdens mijn studie theologie kreeg ik het een en ander mee over de islam. Later, toen ik als legerpredikant naar Afghanistan werd uitgezonden, leerde ik het nodige van een collega die imam was. De Koran heb ik selectief gelezen.”

Benchikhi: „Ik vind het zo mooi hoe de Bijbel bijvoorbeeld de schepping en de zondvloed beschrijft. Ook geniet ik van de gesprekken tussen Jezus en de Farizeeën, bijvoorbeeld hoe Jezus hun vraag over het betalen van belasting pareert: „Geef aan de keizer wat van hem is en aan God wat Hem toebehoort.” Prachtig! Tegelijk bevat de Bijbel veel tekst. Zo stuit je op genealogische lijsten met tientallen namen, daar kom ik echt niet doorheen. Ik zou geholpen zijn met een goede samenvatting.”

Ds. Visser: „Herkenbaar wat je zegt. Veel Bijbellezers die in Genesis beginnen, haken af bij de geslachtsregisters.”

Benchikhi: „Maar wat ik heb gelezen, bevestigt mijn geloof in de Koran. Ik geloof dat die het sluitstuk is van Gods openbaring. Dat neemt niet weg dat ik hoog opgeef van de Bijbel. Wauw, dacht ik vaak. Wat de Koran vermeldt, staat daar ook maar uitgebreider. Daar leer ik van. Soms is het net even anders. Zo leert de Bijbel dat Jezus Christus is gekruisigd. Volgens de Koran is iemand anders in de plaats van Jezus aan het kruis geslagen.”

Ds. Visser: „Intrigerend vind ik de positie van Jezus in de Koran. Hij is daar profeet, maar wordt wel aangeduid als woord van God, licht van God en als Messias. Ik keek eens een video van een ex-moslim die zei dat hij christen was geworden door het lezen van de Koran. Doordat hij ging doorvragen naar de betekenis van de profeet Isa.”

Benchikhi: „Ik ken het filmpje.”

Ds. Visser: „Het doet me sterk denken aan Johannes 10. Daar zegt Jezus dat Zijn schapen Zijn stem horen en Hem volgen. Zo ging het ook in mijn leven. Als klein kind was ik onder de indruk van de heiligheid van God. Ik was bang voor de hel en ik wist dat ik bekeerd moest worden. Later kreeg God een meer marginale plek in mijn leven. Totdat Hij ingreep. Ds. P. van Zonneveld, een –inmiddels overleden– predikant uit ons kerkverband, legde Christus zo na aan het hart dat het insloeg als de bliksem. Het was net alsof God door Christus voorbijwandelde. Toen ervaarde ik: Deze Jezus spreekt de waarheid. Vanaf dat moment wilde ik Jezus volgen.”

Benchikhi: „Die angst voor de hel herken ik van levensechte verhalen die mijn opa me vroeger bijbracht. Niet gezond, zeggen psychologen nu. Maar die angst heeft mij ervan weerhouden grenzen over te gaan die tot mijn ondergang zouden leiden. Op mijn 19e durfde ik niet meer uit te gaan. Ik voelde dat ik veel tegen God had gezondigd. Ik wist dat ik me niet aan de leer van de islam hield. Op een dag bad ik uit het diepst van mijn hart: „O, Allah, leid me alstublieft terug naar waar u me wilt hebben.” De zin om op straat rond te hangen, verdween daarna. Mijn moeder was stomverbaasd toen ik zaterdagavond voor de tv bleef zitten en niet meer uitging. Vanaf toen ging ik leven als moslim. Tijdens mijn bedevaart naar Mekka en Medina in 2000 bad ik of Allah mij wilde gebruiken. Daarna ben ik godsdienstdocent en prediker geworden.”

Aanvechting

In het verleden pleitten orthodoxe christenen er meermalen voor om met orthodoxe moslims gezamenlijk op te trekken. Om zo tegenwicht te bieden aan bedenkelijke ethische ontwikkelingen in de samenleving. Benchikhi vindt het een mooie maar weinig realistische gedachte. „Er komen steeds meer hoogopgeleide moslims in Nederland, maar gemiddeld genomen behoren we tot de onderkant van de samenleving. Veel jongeren zitten in een identiteitscrisis, vragen zich af of ze in de eerste plaats moslim, Marokkaan dan wel Nederlander moeten zijn. Samen optrekken met bijvoorbeeld christenen is nog ver weg. In de samenleving zijn wel islamitische individuen die van zich doen spreken, maar geen islamitische instituten.”

Ds. Visser: „De emancipatie van moslims kan er ook voor zorgen dat ze hun geloofsovertuiging verliezen. Zeker als jongeren op de universiteit kritisch leren denken. Ben je daar nooit bang voor?”

Benchikhi: „Nee. De islam moedigt kritiek juist aan. Laat jongeren maar zoeken naar tegenstrijdigheden in het geloof; ze zullen die niet vinden. Iemand die de islam aanvaardt na kritisch onderzoek, wordt een betere moslim dan iemand die de islam kritiekloos omarmt.”

Ds. Visser: „Heb jij nooit last van aanvechting? In de westerse samenleving leven zo veel mensen zonder God en voor het oog lijkt het hun voor de wind te gaan. Vraag je je nooit af hoe dat zit? Ik vraag weleens: God, waar bent u? Ook vraag ik mij soms af of ik in het gericht voor God wel kan bestaan. Ben ik wel verzoend met God? Heb ik wel genade ontvangen? Herken je dat?

Benchikhi: „De vrees voor de hel en de hoop op Gods barmhartigheid moeten in balans zijn. Als ik soms twijfel aan Gods bestaan hef ik die op door om me heen te kijken. Iets kan niet uit niets zijn ontstaan, er móét een God zijn. En Mohammed acht ik betrouwbaar omdat zijn profetieën letterlijk zijn uitgekomen. Zo heeft hij gezegd dat mensen die in zijn tijd blootsvoets door de woestijn liepen later zullen wedijveren om de hoogste gebouwen. Kijk wat er de afgelopen vijftig jaar gebeurde in Dubai en Qatar: letterlijk wat onze profeet heeft gezegd.”

Ds. Visser: „Het is bijzonder om te ervaren hoeveel parallellen er zijn tussen wat jij gelooft en wat ik geloof en hoe we tegen de seculiere cultuur aankijken. Maar ondanks alle herkenning en persoonlijke sympathie staat die ene naam, Christus, tussen ons in. Dat vind ik aangrijpend.”

Benchikhi: „Ik heb veel respect voor mensen die leven volgens bepaalde waarden en normen en vind dat ze daaraan moeten vasthouden. Ik ben er niet op uit om zieltjes te winnen, kan dat ook niet. Ik kan alleen achter mijn waarheid staan, het goede doen en de rest is aan Allah.”

Ds. Visser: „„Gij zult mijn getuigen zijn”, zei Jezus tegen Zijn leerlingen. Zo ben ik dit gesprek in gegaan. Ik geef het nu ook weer aan Hem terug.”

Benchikhi: „Ik heb er echt van genoten hoe jij de dingen verwoordt. Ik nodig je uit om bij ons op school een lezing te geven.”

Ds. Visser: „Ik kom graag langs.”

Bij het naar de deur lopen, herhaalt de imam hoe „geweldig” hij het gesprek vond. Lachend: „Straks word ik nog christen.”

Levensloop Mustapha Benchikhi

Mustapha Benchikhi zag in 1967 het levenslicht in Casablanca, Marokko. Op 7-jarige leeftijd emigreerde hij naar Nederland. Benchikhi is getrouwd, heeft twee dochters en twee zonen en woont in Hendrik-Ido-Ambacht. In het dagelijks leven is hij godsdienstdocent op een islamitische basisschool en middelbare school. Daarnaast is Benchikhi gastimam in verschillende moskeeën.

Levensloop Peter Visser

Peter Visser (1969) is geboren in Scheveningen. Na zijn studie theologie werd hij predikant in de christelijke gereformeerde kerk in Ouderkerk aan de Amstel. Daarna was hij tien jaar legerpredikant. Nu is ds. Visser evangelisatieconsulent van de Christelijke Gereformeerde Kerken en predikant van pioniersplek De Poster in Veenendaal. De predikant woont ook in de Utrechtse plaats, is getrouwd en heeft drie kinderen.

Terug naar nieuwsoverzicht geloof