Vissen naar bodemschatten van metaal

Magneetvissen-1-RDMag-A

De vrienden Devon van Vreden (16) en Jayden Haan (12) uit Heerhugowaard vissen het liefst op metaal. Op de bodems van sloten, kanalen en vijvers vonden ze onder meer telefoons, broches, euromunten, vlindermessen, halskettingen, vishaken, scharen, zonnebrillen, lepels, autosleutels en spelcomputers.

Criminaliteit

De beste plekken om te vissen bevinden zich in grote steden, menen de vrienden. „Want daar is meer criminaliteit. En criminelen gooien spullen in het water.” Daarom vissen de jongens vandaag op een jongerenhangplek. Tien minuten lopen van hun wijk. „Hier staan regelmatig jongens op scooters te roken.”


Beet!

De eerste keer dat Devon ingooit, vangt hij 5 eurocent. Dan een keer niets. De derde keer geeft hij een kreet. Jayden sprint naar zijn vriend. „Een portemonnee”, denkt Devon. „Misschien zit er wel briefgeld in”, hoopt Jayden. Uit het hoesje druipt alleen water. En modderig slik. „Het is een cameratas”, ziet Devon dan.


Juwelendoosje

In Devons vitrine thuis bewaart hij opgeviste voorwerpen, waaronder een zwart juwelendoosje. „Toen ik het opendeed, werd ik helemaal gek. Ringetjes, kettingen, oorbellen; allemaal van zilver.” Devon keek nog op een website waar gestolen spullen staan vermeld. „Daar stond niks bij.” Nu liggen de ringen in zijn vitrinekast.


Klasgenoot

Drieënhalf jaar terug viste Devon een iPhone 4 op. „Ik haalde ’em uit elkaar en legde de onderdelen te drogen in een bak rijst. De telefoon deed het nog. Tot mijn verbazing zag ik op de achtergrond een klasgenoot van me. Het achterfrontje mocht ik van haar houden, want die was gebarsten door de klap waarmee de telefoon op de magneet sloeg.” De klasgenoot had de telefoon vijf maanden eerder in het water laten vallen.


Plons

De magnetische metalen schijf duikt richting het water. Het touw dat er aan vast zit, glijdt door de handen van de magneetvissers. Een plons. Bliksemsnel zinkt het metaal naar de bodem. Met langzame halen trekken de jongens het touw weer in. Als zich er klein metaal aanhaakt, zullen ze het niet merken. Een scooter voel je wel.


Te water

Zo nu en dan fietsen de vrienden vanuit Heerhugowaard 25 minuten naar Alkmaar. Daar vingen ze eens een scooter. Jayden trok zo hard aan zijn dreglijn dat hij voorover het water in kukelde. De scooter bleef liggen. Later gingen de jongens terug. Ze belden 112 toen bleek dat er nog een kentekenplaat aan de scooter zat. Een politieagent hielp mee trekken. „Heel vet.” Maar nu doken de sleutels van de politiebus de gracht in. Jayden haalde ze met en magneet zo weer boven water.


Uitrusting

„De magneet van ons is zo sterk dat hij over een vlakke bodem 250 kilo kan verplaatsen”, legt Devon uit. Jayden heeft een dreghaak in zijn rugtas. Om zware voorwerpen uit het water te tillen. Devon heeft een schuursponsje bij zich. „Voor als ik een vondst zo mooi vindt dat ik niet tot thuis kan wachten om ‘em op te poetsen.” Ook heeft hij zes paar handschoenen. „Het is zo lekker om af en toe weer droge handen te hebben.”


Pistool

In Heerhugowaard visten de jongens een alarmpistool uit het water. In Alkmaar een 9mm pistool. Geladen. „De adrenaline die je dan krijgt, is bruut. We hebben meteen de politie gebeld”, vertelt Devon. „We wisten toen nog niet dat je zulke vondsten altijd in het water moet laten en zeker nooit van je magneet moet halen. Dan kan de boel ontploffen.”


Te gevaarlijk

Een granaat hopen de jongens nooit op te vissen. „Ons te gevaarlijk.” Wel ving Devon een kogel van een AK-47. En 43 shotgunkogels. „Onze achterbuurman is politieagent. Ik vroeg hem wat ik ermee moest.” Devon levert 42 hulzen af op het politiebureau. „Ongelofelijk dat je dit hebt gevonden”, zeiden de agenten. „Ze waren me er dankbaar voor, omdat het kan helpen criminaliteit op te lossen.” Eén shotgunhuls prijkt in de vitrinekast. „Zolang ik er niet aanzit, zal er vast niets mee gebeuren.”