Willem en Jan-Willem praten „van man tot man”

Puntuit   29 okt. 2018 | tekst Anke de Vreede, beeld Sjaak Verboom
Willem-PNTK-_DSF9293(1)
Willem-PNTK-_DSF9315(1)
Willem-PNTK-_DSF9327(1)
Willem-PNTK-_DSF9352(1)

Elke lesdag op de Driestar hogeschool beginnen de pabostudenten en vrienden Willem Arkeraats (20) uit Hardinxveld-Giessendam en Jan-Willem Kalkman (20) uit Krimpen aan den IJssel met „een Vifitje en een croissantje.”

In de linkerhoek van het Goudse schoolgebouw, naast de bibliotheek, bevindt zich ‘hun’ plekje. Althans, niemand haalt het in zijn of haar hoofd om daar te gaan zitten, vertellen de pabostudenten. Op de hoek van de tafel staan drie lege blikjes Fanta Lemon.

Zeker één keer per week werken Willem en Jan-Willem tot lang na hun laatste lesuur op hun werkplek aan opdrachten. Tot de school om 21.00 uur sluit. Ondertussen zorgen de vrienden ervoor dat het de ander aan niets ontbreekt. „Als Jan-Willem naar beneden gaat om eten te halen, neemt hij voor mij ook iets mee. Een broodje kroket bijvoorbeeld. Zonder dat ik het hoef te vragen”, vertelt Willem. „En hij haalt voor mij altijd een pakje Vifit, een kaasbroodje of een blikje Fanta Lemon”, vult Jan-Willem aan. Het avondeten laten ze standaard brengen door Thuis­bezorgd.nl. „Ideaal”, vindt Willem.

Rare kwast

Hun vriendschap ontstond in het eerste jaar van de pabo, na een werkweek in Overloon. „Daarvoor vond ik Jan-Willem een rare kwast”, lacht Willem. „Ik kon geen hoogte van hem krijgen.” Tijdens de week ontdekten de vrienden hun overeen­komsten. Jan-Willem: „we verdiepen ons allebei in sport, politiek, het nieuws. Hoewel we soms van mening verschillen, kunnen we op niveau met elkaar praten. Over hoe je als christen tegenover ontwikkelingen in de maatschappij staat. De vluchtelingen­kwestie bijvoorbeeld.”

Sinds de werkweek zijn ze elkaars beste vrienden. „We reisden elke dag samen met de trein van Rotterdam naar Gouda en weer terug. Vaak blijft Jan-Willem zitten tot Rotterdam Blaak, in plaats van uit te stappen bij Rotterdam Alexander. Gewoon omdat we dan een goed gesprek hebben”, vertelt Willem.

Ze voeren niet alleen lange, diepgaande gesprekken, de twee lachen ook wat af. „We hebben dezelfde flauwe humor. Doordat we vaak hetzelfde denken, hoeven we elkaar maar aan te kijken of we schieten al in de lach.”

De vrienden delen hun interesse voor „leuke feitjes.” „Algemene kennis is een vereiste als je meester wilt worden”, vindt Jan-Willem. „Als Willem iets weet wat ik niet weet, ga ik het meteen opzoeken. En andersom is dat ook zo”, vertelt hij. „Hoe heette dat leger nu, waar we het pas over hadden?” wil Willem weten. Op beider voorhoofd verschijnt een diepe rimpel. Na enkele minuten is het mysterie opgelost. „Het terra­cottaleger”, zegt hij, wijzend op zijn telefoon. „Zie je”, lacht Willem, „dat soort dingen móéten we opzoeken.”

Willem en Willem

Hoewel Jan-Willem en Willem net niet dezelfde naam hebben, staan ze op school bekend als Willem en Willem. „Iedereen op school kent ons”, grijnst Willem. Hoe dat komt? „We maken met iedereen een praatje: leerlingen, docenten, cateraars. „Jan-Willem is al boven”, hoor ik regelmatig als ik zonder hem door de gang loop. Zo erg is het.” Jan-Willem knikt. „Niemand kent mij zonder jou en niemand kent jou zonder mij.”

„Ha, jongens”, groet de conciërge, die juist langsloopt. De vrienden groeten terug. Of hij wat drinken wil komen brengen, probeert Jan-Willem. Tevergeefs. Met een glimlach op zijn gezicht duwt de conciërge zijn kar weer door de rode klapdeuren.

Van man tot man

Hoewel ze nog maar enkele jaren vrienden zijn, delen de vrienden alles met elkaar. Jan-Willem: „Als ik niet lekker in mijn vel zit, stuur ik Willem een appje. „Even bellen?” Ik kan met hem over alles praten.” Willem: „We vragen elkaar dan wat de ander zou doen. Bijvoorbeeld als de relatie van een van ons niet zo lekker loopt.” „Ik zou zulke problemen alleen met Willem bespreken”, vult Jan-Willem aan. „We kunnen van man tot man met elkaar praten”, glimlacht die.

Persoonlijke dingen durven delen, elkaar vertrouwen, je kwetsbaar durven opstellen, dat maakt hun vriendschap uniek, denken de pabo­studenten. „Zo’n hechte band hebben we alleen met elkaar. Het lijkt alsof ik Jan-Willem al mijn hele leven ken”, vertelt Willem. Jan-Willem knikt. „Die band moest groeien. Maar ik durf te zeggen dat wij elkaar nu net zo goed kennen als vrienden die elkaar hun hele leven al kennen.”

Hoe ze elkaar zouden omschrijven? „Jan-Willem kan zich goed inleven. En hij zegt waar het op staat. Die eerlijkheid waardeer ik. Zoiets zeg je nooit, maar als we een goed gesprek hebben gehad, appen we weleens naar elkaar hoe fijn we onze vriendschap vinden”, vertelt Willem.

„Begripvol en betrouwbaar”, is Jan-Willems omschrijving van Willem. „Ik weet wat ik aan hem heb. Als er iets ergs zou gebeuren, zou ik bij hem aankomen. Hij is een rots in de branding.” „Letterlijk”, voegt hij er met een veelbetekenende blik richting Willems postuur aan toe. Die schiet in de lach en geeft zijn vriend een stomp tegen de schouder.


 

Deel 4 in een serie over unieke vriendschap. Jan-Willem en Willem zijn studiegenoten en beste vrienden.


Dit bericht is onderdeel van het Thema Dossier "Serie: Vrienden voor het leven"

Bekijk het dossier    
Terug naar nieuwsoverzicht binnenland