Zus met een andere moeder

HannahLuiten(1)

Als tweejarig meisje verliest Hannah Luiten (16) haar moeder. Vier jaar later hertrouwt haar vader, waarna ze vier zusjes en een broertje krijgt. Hoe is het om in zo’n samengesteld gezin op te groeien?

„Mijn biologische moeder had een syndroom waardoor er overal in haar lichaam tumoren ontstonden. Die konden operatief verwijderd worden, maar toen ik twee was, bleek haar hele ruggenmerg vol gezwellen te zitten. Daar was niets meer aan te doen. Een halfjaar later overleed ze.

Herinneringen aan mijn moeder heb ik natuurlijk niet. Maar haar vriendinnen van toen wel. Die hebben na haar overlijden van alles op papier gezet. Over hoe ze was. Dat ze een groot inlevingsvermogen had, veel naar anderen omkeek. Dat is mooi om te lezen. Ik denk dat ik op haar lijk, al zeg ik het zelf. Zij werkte in de gehandicaptenzorg, ik wil de verslavingszorg in.

Ik groeide op met mijn vader. Hij moest natuurlijk de kost verdienen, dus was ik ’s middags vaak bij familie of kennissen. Mijn tante zei eens: „Het zou best kunnen dat je ooit een nieuwe mama krijgt.” Dat vond ik een goed idee. Ik wilde graag een moeder, net als de andere kinderen in de klas.

De eerste keer dat ik mijn huidige moeder zag, was ik vijf. Bij het hek van school. Ze kwam mij van school halen, samen met mijn vader. Als kind heb je natuurlijk nog niet door wat er aan de hand is. Maar Rieneke kwam steeds vaker over de vloer. Op een keer vroeg ik tijdens het avondeten: „Krijg ik nog een keer een nieuwe moeder? Of is zij dat?” Toen konden ze het niet langer geheimhouden.

Ik was zes toen mijn vader opnieuw trouwde. Ik vond het leuk en spannend. Eindelijk had ik ook een moeder.

Ik noemde haar mama. Toch voelde ze als een vreemde. Ik hield afstand. Ze mocht niet te dichtbij komen. Bepaalde dingen deed ze anders dan ik van mijn vader gewend was. Kleine dingen. Hoe ze mij bijvoorbeeld schoonmaakte onder de douche. Als er dan shampoo in mijn ogen liep, schreeuwde ik: „Zo doet papa dat niet!”

Al snel breidde het gezin uit. Ik kreeg een zusje, broertje, en daarna nog drie zusjes. Ze zijn nu 8, 6, 5, 3 en 1. Het zijn schatjes en ik houd echt van ze. Maar sinds een paar jaar voel ik steeds sterker dat ze niet echt van mij zijn. Ik zeg vaak tegen mezelf: het zijn mijn biologische halfbroertje en halfzusjes. Maar zo voelt het niet. Dat komt wellicht ook doordat ze veel jonger zijn. En ik ben puber. Onze leefwereld is zo anders. Mirjam, de oudste, wordt nu wel slimmer. Over een paar jaar kunnen we wellicht op niveau met elkaar praten.

Mijn biologische moeder heette Evedien. We noemen haar: mama Evedien. Soms tijdens het eten of spelen floept een van de kinderen er weleens uit: mama Evedien, die is gestorven. Dat vind ik lastig. Diep van binnen denk ik dan: wat hebben jullie ermee te maken? Waarom weet je dat zo goed? Waarom is het nodig om dat nu te zeggen? Maar dat weet je bij kinderen toch nooit. Je kunt het ze niet kwalijk nemen.

Praten over het verleden doe ik bijna nooit. Sowieso niet als mijn moeder erbij is. Het is voor haar niet leuk als ik het voortdurend over mijn eigen moeder ga hebben. Maar vanbinnen zit ook een egoïst die zegt: het gaat haar niets aan. Mijn moeder is van mij en papa.

De band met mijn huidige moeder is altijd wat onderkoeld gebleven. Het is een heel leuk mens, hoor. Spontaan, zorgzaam. Er komen hier regelmatig mensen met problemen over de vloer. Die vertrouwen haar alles toe. In de loop der jaren ben ik gaan beseffen dat ze een hele leuke persoonlijkheid heeft. Toch blijft de afstand er. Over hele persoonlijke zaken heb ik het nauwelijks met haar. We verschillen te veel. Ik ben rustiger, praat minder makkelijker over gevoelens.

Ik lijk meer op mijn vader. De band met hem is heel sterk. Het is altijd een feestje als hij thuiskomt. Bij hem voel ik wel echt dat ik van hem ben, en hij van mij. Wij hebben een bloedband.

Toen ik elf was, gingen mijn ouders naar Amerika, naar een bruiloft van vrienden. Ik logeerde tien dagen bij mijn oom en tante. De hele logeerpartij heb ik alleen maar gehuild. Heimwee, vreselijk heimwee. Ik kon nergens meer van genieten, ik dacht alleen maar aan mijn ouders. Ik was bang dat het vliegtuig neer zou storten, of dat er iets anders zou gebeuren waardoor ik papa zou kwijtraken. Dan zou ik voor mijn gevoel helemaal alleen op de wereld staan.

De mooiste herinnering die ik aan mijn moeder heb, is een handgeschreven briefje. Die schreef ze in haar laatste weken, voor m’n twaalfde verjaardag. Papa heeft hem al die tijd bewaard en vier jaar geleden aan mij gegeven. ”Lieve Hannah, nu je 12 jaar bent geworden sta je aan het begin van een moeilijke tijd, maar ook een mooie tijd; volwassen worden”, begint de brief.

De laatste woorden zijn: ”Ik heb twee jaar genoten van je. Je was heel lief. Voor iedereen een lachje, heel vriendelijk. Je betekende veel voor me. Ik hoop dat je ook voor anderen veel mag betekenen.

Ik wil je heel graag terugzien bij God in de hemel.

Tot ziens.

Mama””