De katoenen kapjes fabriceert de zus van Christine, Ruth Janse (21), in haar Utrechtse appartement in de wijk Overvecht. Daar woont ze antikraak op vierhoog. Als ze doorwerkt, maakt ze vier kapjes per uur.

Ruth –zelfverklaard „naaimachinenerd”– schakelt de hulp in van „designqueen” en zusje Christine. De studente communicatie aan de Christelijke Hogeschool Ede bouwde een webshop, maakte foto’s en slijt de kapjes bij klanten. ”Ga hip en veilig over straat” is de slogan van de ondernemers van Cover it.

De zussen verkochten in de week dat de webshop nu online is zo’n vijftig mondkapjes. Meer dan ze hadden verwacht. „Ik had gedacht dat we dit er even naast konden doen”, zegt Ruth. „Maar ik zit soms uren op een dag te naaien.”

De mondkapjes die de zussen maken, beschermen de drager niet tegen het virus, leggen de zussen uit. „Het idee is dat het vocht opvangt zodat je een ander niet kunt besmetten”, stelt Christine. „Het is een zelfgemaakt, niet-medisch mondkapje.”

Absurd

Nederlandse jongeren vinden het „vrij absurd” dat mondkapjes in het ov binnenkort verplicht zijn, zegt Ruth. „We doen niet graag dingen die we overdreven vinden of waar we het nut niet van inzien”„ stelt de naaister. Haar zus denkt dat mondkapjes dragend Nederland „even een drempel over moet. Maar hoe meer mensen er een dragen, hoe normaler het wordt.”

Christine is inmiddels een beetje gewend aan het dragen van mond- en neusbedekking. „Het is warm, omdat een goed masker uit twee lagen stof bestaat.” Ruth: „En even snel naar de trein rennen is er ook niet meer bij, want dan krijg je niet genoeg zuurstof binnen. Daar moet je rekening mee houden.”

Uitmelken

Het bedrijf Cover it biedt mondkapjes aan in drie maten en zes verschillende stoffen. Klanten kunnen kiezen of ze de elastiekjes vast willen maken om het hoofd of achter de oren. Alle kapjes hebben de door de zussen geroemde neusbrug; een stukje koperdraad dat over de neus loopt. „Dat metaal kun je zo buigen dat hij elk gezicht goed afsluit”, demonstreert Christine. „Dat is een van de eisen van een goed niet-medisch mondkapje.”

De katoenen kapjes van de gezusters Janse kosten 5,95 euro per stuk. Inclusief verzendkosten. De zussen hoeven niet rijk te worden met hun project. „Ik vind het niet fair om veel winst te maken op mondkapjes die mensen verplicht moeten dragen”, zegt Ruth. „We willen mensen niet uitmelken. Sommige verkopers bieden soortgelijke mondkapjes aan voor vijftien of dertig euro. Dat willen wij niet.”

De zussen zien hun mondkapjesshop als een leuk project, waarbij ze beiden doen waar ze goed in zijn. De twee denken voorlopig geen miljonair te worden met hun onderneming. „We zijn niet zo goed in financiële dingen en hadden in de kostprijs bewust geen uurloon meegerekend”, lacht Christine. „Anders werd het kapje zo duur. We wilden de prijs bewust laag houden.”

Jongere vaker ondernemer

Jongeren beginnen vaker een onderneming in coronatijd. Dat blijkt uit cijfers die het dagblad Trouw deze week opvroeg bij de Kamer van Koophandel (KvK).

Jongeren tot 19 jaar zijn in maart en april 2139 nieuwe bedrijfjes begonnen. Dat zijn er 137 meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

Ruth en Christine Janse zijn op dit moment niet ingeschreven bij de KvK. Hun project is daarvoor nog te klein, stellen ze.